Studenten

Student én FC Groningen-superfan

Farmer 'til I die

Op regenachtige woensdagavonden, op bloedhete zondagmiddagen, ver weg of dichtbij; deze studenten volgen FC Groningen altijd en overal om hun team aan te moedigen. Waarom?
Door Edward Szekeres/Vertaling René Hoogschagen

‘Je komt hier niet echt voor het voetbal; we bakken er meestal niks van. Nee, je komt hier voor de club’, zegt Thijs Faber (19) terwijl hij angstig naar het spel kijkt dat zich slechts een paar meter beneden hem ontvouwt.

Hij staat op zijn favoriete plek aan de noordkant van het Hitachi Stadion. Het is de laatste thuiswedstrijd van FC Groningen in de Eredivisie. Een belangrijke wedstrijd, want als de thuisploeg wint, zijn ze vrijwel zeker van een plaats in de play-offs, waar ze zich kunnen kwalificeren voor de Europa League.

Thijs weet wat er op het spel staat. Hij trilt van de zenuwen en de spanning. Met een trendy zonnebril en een casual zwarte jas lijkt de tweedejaars mediastudent in niets op de in clubkleuren gehulde, typische voetbalfanaat.

Toch staat hij tussen honderden mensen die hun longen uit hun lijf schreeuwen. Vlaggen in vele maten dansen op het ritme. Een dreunend gezang zwelt aan in het stadion, luider en luider klinkt het mantra: ‘Wij zijn FC Groningen. Wij zijn de trots van het Noorden.’ Thijs valt in.

Club voor de mensen

International Businessstudent Pieter van Wijk (19) stompt beide handen in de lucht, meezingend met de rest. ‘Deze club symboliseert de cultuur van Groningen,’ zegt hij trots. ‘Ik kwam pas afgelopen winter voor het eerst, ik was meteen verkocht.’

Het gezang verstilt korte tijd, terwijl een ander lied opklinkt: ‘Farmer ‘til I die’. Een aanstekelijk deuntje en makkelijk mee te brullen. Pieter schreeuwt door het gezang heen: ‘Anderen zien ons misschien als botte boeren, maar als je ons leert kennen, zijn we best vriendelijk.’

Een paar rijen verder landt een afgezwaaide bal in een groep fans. Gelach en grapjes volgen als de bal weer terug op het veld gegooid wordt. De fijne sfeer is uitnodigend voor Groningers en internationals, zegt Guus Rotink (21), een derdejaars International Relations-student. ‘In heb mensen uit Liverpool en Istanbul meegenomen naar een wedstrijd en ze waren meteen fan. Ze houden echt van onze voetbalcultuur.’

De coach en de spelers vertrekken weer, maar de club blijft voor altijd

Toen Guus nog een klein ventje was, nam zijn opa hem mee naar zijn eerste wedstrijd. Sindsdien komt hij steeds weer. ‘We zijn hier geboren, dus het is onze club en je wordt er gewoon verliefd op. Het is de club van de mensen. De coach en de spelers zijn hier een paar jaar en dan vertrekken ze weer, maar de club blijft voor altijd.’

Niemand gaat tijdens de wedstrijd zitten, niemand draagt de groenwitte clubkleuren. ‘Als je dat doet, ben je een beetje raar’, legt Thijs uit. Hij weet waar hij het over heeft; hij komt al tien jaar naar de wedstrijden van de FC en heeft er zelden een gemist. ‘Mijn vrienden zeggen vaak dat ik gek ben dat ik zoveel geld uitgeef aan deze shit. Maar zelfs als ik op een regenachtige dinsdagmiddag naar een wedstrijd ga die 300 kilometer verderop wordt gehouden, en het wordt 0-0, dan nog heb ik een leuke dag gehad.’

Geen woorden

Maar voetbalfan zijn kan nogal duur zijn, vooral voor studenten. Kaartjes, reizen, eten en drinken; het kan aan het eind van het seizoen flink zijn opgelopen. Maar Thijs vindt dat het dat waard is. ‘Tot nu toe kon ik het betalen. Als het moet, zoek ik wel een baantje om het te kunnen blijven betalen.’

Klasgenoot en beste vriend van Thijs, Maarten Siepel (20), staat een rij lager en ziet hoe het spel voortgaat. Een collectief gekreun van teleurstelling gaat van tribune tot tribune als mensen hun telefoon checken. Willem II heeft zojuist gescoord in een wedstrijd die tegelijkertijd elders wordt gespeeld. Als zij winnen, mist FC Groningen mogelijk de play-offs. Maarten draait zich om en geeft Thijs een lange, betekenisvolle blik die zegt: nee, niet weer.

Maarten en Thijs bespreken het nieuws en geroddel over FC Groningen in een wekelijkse podcast. Ze zitten nooit om materiaal verlegen, zeggen ze. De club heeft dan ook een bewogen jaar achter de rug. ‘Dit team blijft ons iets bieden.’ Rond kerst stond FC Groningen nog onderaan, nu vechten ze zich een weg omhoog, voor een kans op het internationale podium. ‘We zijn gewend aan dat grillige,’ zegt Thijs schouderophalend.

Als het moet, zoek ik wel een baantje om het te betalen

De vrienden worstelen met een verklaring voor hun clubliefde. ‘Als ik het op tv zie, voelt het of ik het team niet kan helpen, maar hier – het is een onbeschrijfelijk ge…-‘ Thijs onderbreekt zichzelf met een schreeuw. Hij springt op terwijl de menigte ontploft. De FC heeft gescoord. Blozend en lachend gebaart hij naar het veld: ‘Hier elke week naartoe gaan is net als kijken naar je vriend die aan amateurtheater doet. Hij speelt waardeloos, maar je gaat toch en je steunt hem, want hij is je vriend.’

Wij komen altijd

Thijs gaat helemaal op in het fandom, maar Maarten is wat nuchterder. Hij weet dat zijn onwrikbare steun voor de club hem veel tijd en geld kost, maar hij zal zijn hobby niet in de weg laten komen van zijn studie. ‘Onze studie geeft ons veel vrije tijd. Als je goed plant, is er geen probleem.’

Maarten probeert Thijs erbij te houden en herinnert hem aan examens en deadlines die hij anders misschien vergeet wanneer hij zich zorgen maakt om de club. ‘Ik kan twee dagen achter elkaar gek zijn als we verliezen’, grinnikt Thijs. ‘Dus het is goed dat Maarten er is.’

De zon staat hoog aan de hemel als het laatste fluitsignaal klinkt. Het is 3-0 geworden. Op dat andere veld, elders, heeft Willem II verloren, wat de sfeer alleen maar ten goede komt.

De supporters zingen: ‘Wij gaan Europa in!’ Thijs is ook blij, al weet hij dat het seizoen na de play-offs stopt. ‘Ik zal dit elke dag van de zomer missen. Je realiseert je niet hoeveel je het gaat missen tot het er niet meer is. Maar we komen volgend seizoen gewoon weer terug. We komen altijd terug, wat er ook gebeurt.’

English