Onderwijs
Animatie René Lapoutre

Studenten staan op zwart

En weer gaat die webcam uit

Animatie René Lapoutre
RUG-docenten doen hun best om contact te maken met hun toehoorders tijdens online colleges. Maar dat gaat lastig: studenten zetten massaal hun camera’s uit. ‘Het is alsof je tegen een zwart gat staat te praten; je hebt geen idee of wat je zegt begrepen wordt.’
27 januari om 10:12 uur.
Laatst gewijzigd op 27 januari 2021
om 10:27 uur.
januari 27 at 10:12 AM.
Last modified on januari 27, 2021
at 10:27 AM.


Door Denise Overkleeft

27 januari om 10:12 uur.
Laatst gewijzigd op 27 januari 2021
om 10:27 uur.

By Denise Overkleeft

januari 27 at 10:12 AM.
Last modified on januari 27, 2021
at 10:27 AM.

Denise Overkleeft

Student-redacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

‘Het voelt enorm eenzaam’, zegt hoogleraar geschiedenis en theorie van internationale betrekkingen Luis Lobo-Guerrero. Hij doceert op dit moment verschillende vakken binnen de mastertrack van internationale betrekkingen. ‘Soms heb ik het idee dat ik letterlijk tegen een muur aan het praten ben: mijn scherm.’

Als Lobo-Guerrero college geeft, stelt hij zich voor dat zijn studenten gewoon voor zijn neus zitten, maar dat hij ze niet kan zien door een groot licht dat in zijn gezicht schijnt. Net als in de grote collegezalen. ‘Maar in werkelijkheid heb ik geen idee of ze er allemaal zijn aan de andere kant van de internetverbinding.’

Pauline Schreuder, hoofddocent pedagogische wetenschappen, herkent die onzekerheid. ‘Het voelt alsof ik een toneelstukje opvoer’, zegt ze. ‘Het is een beetje doen alsof en dat is soms best wel ongemakkelijk.’ Soms vraagt Schreuder maar iets aan de groep via de chatfunctie, om te kijken of er ook echt mensen fysiek aanwezig zijn. ‘Als er dan iemand reageert, voelt het toch wat minder gek allemaal.’ 

Non-verbale communicatie

De webcam zou docenten kunnen helpen om in elk geval een beetje verbinding te voelen met de studenten aan de andere kant van de verbinding, maar in de praktijk laten vrijwel alle studenten het beeld op zwart. En zo geven professoren soms twee uur lang college aan grijze pictogrammen op een zwarte achtergrond. 

Het is alsof je tegen een gapend zwart gat staat te praten

Dat is niet zo heel erg tijdens online hoorcolleges. Sterker nog: de internetverbinding zou het niet aankunnen als alle studenten tijdens een hoorcollege hun camera’s aanzetten. En een docent ziet in grote zalen ook alleen de voorste rij. Maar tijdens de kleinere werkgroepen is het anders. Docenten willen niets liever dan dat studenten dan wél hun camera aanzetten. 

‘De webcam is een aandachtstrekker, een onderdeel van communicatie’, zegt Arie Dijkstra, die dit blok social psychology of communication geeft. De non-verbale communicatie – intonatie, gebaren, gezichtsuitdrukking –  tussen docent en student is immers minstens zo belangrijk als de verbale. 

‘Een zaal vol moeilijk kijkende gezichten geeft aan dat we een bepaald punt moeten verduidelijken’, zegt Scott Eldridge van media studies and journalism. En zonder de webcam aan, valt een deel van die communicatie weg. ‘Het is alsof je tegen een gapend zwart gat staat te praten, waarbij je geen idee hebt of wat je zegt wel begrepen wordt.’ 

Tegen een spiegel

Zelfs in de grote zalen helpt het dat je de lichaamshouding en gezichten van studenten kunt zien. ‘Nu is het net alsof je tegen een spiegel praat’, vertelt Schreuder. ‘Mijn scherm vindt alles goed, dat klaagt niet.’ Maar als je de studenten tegenover je onderuit ziet zakken, dan is het waarschijnlijk saai. Als mensen moeilijk kijken, ga je misschien te snel. ‘En daar doe je dan iets mee’, zegt Schreuder. 

Ik wil niet dat de docent weet dat ik nog in bed lig

De meeste studenten hebben er alleen niet zo veel zin in om zichzelf bloot te stellen aan de blikken van hun docenten. Zo hebben ze de vrijheid om een kopje koffie te zetten, appjes te versturen, of zelfs helemaal afwezig te zijn en boodschappen te gaan doen terwijl de docent praat. 

Student internationale betrekkingen Lucia Mohr vindt het een ingewikkeld dilemma. ‘Als iedereen z’n webcam zou gebruiken, zou dat de lessen ten goede komen’, zegt ze. Ze zou minder snel op haar mobiel zitten, als ze wist dat anderen dat dan konden zien. Daarnaast voelt het dan meer alsof je echt college hebt met anderen. ‘Maar ik wil daar niet het voortouw in nemen’, voegt ze eraan toe. ‘Ik ben bang dat ik raar overkom als niemand anders z’n camera aan heeft.’

Eten tijdens de les

Masterstudent geopolitiek Son Vu probeert zijn camera wel zo vaak mogelijk aan te zetten, maar bekent ook dat hij soms net alsof doet. ‘Sinds een paar maanden gebruik ik een Google Meet-plugin waarmee je het scherm kunt bevriezen’, vertelt hij. ‘Dan lijkt het alsof je technische problemen hebt en kun je stiekem een slok water nemen, iets eten of niezen.’ Heel handig, maar Son doet het vaak maar voor heel eventjes, ‘omdat ik weet dat de docent graag onze gezichten wil zien’. 

Het zijn volwassenen, dus het is hun eigen keus

Robin van Gammeren, die de master journalistiek doet, heeft het liefst haar webcam uit. ‘Omdat online lessen toch vaak betekenen dat ik pas om kwart voor 9 mijn bed uit kom rollen’, vertelt ze. En daardoor kan ze zich niet presenteren zoals ze dat tijdens fysieke lessen zou doen. Daarnaast wil ze ook gewoon een crackertje kunnen eten zonder dat de hele klas meekijkt.  

Student internationale betrekkingen Mark Sheridan heeft het liefst zijn webcam uit. ‘Met name omdat ik dan nog in bed lig en ik niet wil dat de docent dat weet’, grinnikt hij. Soms gaat hij ook tijdens de les even boodschappen doen of een lekkere kebab halen. Dat kan natuurlijk niet met de webcam aan. Maar als de professor erom vraagt, dan doet Mark toch af en toe zijn camera aan. ‘Afhankelijk van hoe slecht ik eruit zie’, legt Mark uit. ‘Ik ben dan misschien brak.’

Bogen op ervaring

Ondertussen proberen de docenten zo goed en zo kwaad mogelijk om te gaan met de situatie. ‘Nu moeten we bogen op onze ervaring’, zegt Dijkstra. ‘We kennen studenten gelukkig als publiek.’ Zo hopen de professoren dat de studenten de grapjes en voorbeelden begrijpen, net zoals de voorgaande leerjaren dat ook deden. ‘Maar het zorgt toch voor wat onzekerheid.’

Tijdens Schreuders werkcolleges moeten de studenten verplicht hun webcam aanzetten. ‘Dat is fatsoen naar elkaar’, zegt ze. ‘En als je denkt: ja, maar ik zit hier met mijn slaperige hoofd en mijn pyjama aan, dan zorg je er volgende keer maar voor dat je een schoon t-shirt aan hebt en je haren hebt gekamd.’ 

Politicoloog Melle Scholten vraagt de studenten in elk geval hun webcam aan te doen als ze een vraag stellen. Zo’n 80 procent doet dat dan ook. ‘Maar ik zie er niet heel streng op toe: bijna alle studenten zijn volwassen en het is uiteindelijk hun eigen keuze of ze hem aan of uit zetten’, zegt hij. 

Maar hij maakt zich ook zorgen. De studenten die wat terughoudender zijn, zijn ook degenen die de camera liever uitlaten. Ze willen niet in de aandacht staan. ‘De studenten die minder gemotiveerd zijn, of verlegen, of minder zelfvertrouwen hebben’, denkt hij. ’Normaal kan ik hen tijdens de pauze of na de les aanschieten, maar die drempel ligt bij online lesgeven veel hoger.’

English