Universiteit

In het spoor van de ontdekkingsreiziger

Eeuwenoude cold case

Oud-RUG studente Fleur van der Bij reisde in de voetstappen van een verdwenen ontdekkingsreiziger langs de Nijl om een boek te schrijven. Maar haar reis bracht de onverwerkte dood van haar zusje naar boven en ze raakte in een psychose.
Door Puck Swarte / Foto Reyer Boxem

Fleur van der Bij was in 2006 hard op zoek naar een onderwerp voor haar masterscriptie geschiedenis toen ze op een opmerkelijk verhaal stuitte: de Nederlandse ontdekkingsreiziger Juan Maria Schuver, die in de negentiende eeuw op mysterieuze wijze was verdwenen toen hij langs de Nijl trok. Het fascineerde haar.  ‘Daar houd ik het wel een scriptie lang mee vol.’

Wat ze dan nog niet weet, is dat Schuver tot op de dag van vandaag een belangrijke rol zou blijven spelen in haar leven.

Juan Maria Schuver

Als enig kind van de katholieke koffie- en theehandelaar Johannes Theodorus Antonius Schuver uit Amsterdam erfde Juan Maria Schuver (1852-1883) na het overlijden van zijn vader het familiekapitaal. Hij gebruikte dit om een aantal wetenschappelijke expedities in Afrika te ondernemen. In 1880 komt hij aan bij de Blauwe Nijl, waar hij een nieuwe route wil vinden naar de kust van Oost-Afrika. Maar in 1883 verdwijnt hij op mysterieuze wijze. Tot op de dag van vandaag is niet bekend hoe Schuver aan zijn einde is gekomen. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Ook als haar scriptie is afgerond – ze haalt een 7– , kan Fleur Schuver niet loslaten. En dus besluit ze een reis te maken dwars door het stroomgebied van de Blauwe en Witte Nijl, net zoals Schuver deed toen hij in 1883 verdween. Ze wil een boek schrijven, waarin ze zijn reisverhalen en observaties vergelijkt met de situatie van nu: ‘Er is een gat van bijna 125 jaar. Ik was benieuwd hoe het er nu uit ziet. Ik wilde de wortels van de problemen van nu terug leiden naar die periode.’

Maar boven alles houdt zijn mysterieuze dood haar in de greep. Het was een cold case die ze wilde oplossen.

‘Gewoon vermoord’

Fleur twijfelt namelijk aan het scenario dat Schuver ‘gewoon’ vermoord zou zijn, zoals de gangbare theorie is. Liever gelooft ze in de theorie dat Schuver zich had aangesloten bij een antikoloniale islamitische rebellenbeweging. ‘Maar ik merkte al snel dat dat onwaarschijnlijk was, want hij presenteerde zich altijd als atheïst’, vertelt ze.

Maar wat is er dan wel gebeurd?

Om dat te ontdekken, wil Fleur koste wat kost Meshra el Rek bereiken, het dorpje in Zuid-Soedan waar Schuver als laatste was gezien. Klein detail: de weg daarnaartoe is 125 jaar na Schuvers dood nog altijd gevaarlijk. Er woedt een clanoorlog en ook haar directe omgeving is allesbehalve veilig. Zo is er de gids, waarmee ze in een klein hutje moest overnachten, die zich naast haar begint af te trekken. Doodsbang is ze. En een man die zich voordoet al een agent van de zedenpolitie probeert zich aan haar te vergrijpen. Ze wordt nog maar net op tijd gered.

Toch slaagt ze erin haar angst niet toe te laten: ‘Wat ik om mij heen zag gebeuren, stopte ik weg. Op momenten dat ik toch angstig werd, zette ik heel bewust een knop om. Ik maakte het rationele besluit dat ik niet bang was. Ik had zo’n sterk doel voor ogen, ik móest het halen’.

‘Niet huilen’

Obsessief? Ja, toch wel, moet Fleur toegeven. Achteraf denkt ze dat ze tijdens de reis geestelijk al niet helemaal in orde was. Bovendien brengen de chaotische gebeurtenissen een ouder, lang vergeten trauma naar boven. ‘Ik was nog maar vijftien, toen mijn jongere zusje Ylse door een auto werd geschept.’ Ylse, nog maar twaalf jaar, belandde in een sloot, raakte onderkoeld en overleed.

‘In het kleine Friese dorpje waar ik woonde was er niet zoiets als slachtofferhulp. Het ongeluk gebeurde op dinsdag, de maandag daarop moest ik weer naar school. Er was niemand die er met mij over sprak, geen mentor of iets.’

In haar boek De Nijl in mij, dat onlangs verscheen bij uitgeverij Atlas, beschrijft ze hoe haar oma telkens tegen haar zei: ‘Flink zijn nu, niet huilen’.

Fleur had er nooit over gepraat. Toen niet, en later ook niet. Tot haar reis naar Soedan. ‘Doordat ik mij in een totaal onbekende omgeving bevond, vond ik het makkelijker om over mijzelf te vertellen. Ik raakte bevriend met de zus van mijn gids. Toen zij vertelde over haar broer, die als vliegenier in het leger was neergehaald, begon ik ineens over mijn zusje te vertellen. Later had ik een romance met iemand die in het leger had gevochten en mensen had gedood. Hij had zijn onverwerkte herinneringen, ik had mijn zusje.’

Psychose

Fleur weet haar cold case niet op te lossen, maar begint – eenmaal terug in Nederland – toch aan het schrijven van haar boek. En dan gaat het echt mis. Plotseling gelooft ze dat songteksten speciaal over haar gaan. In de piramidevormige theezakjes van Lipton ziet ze de oplossing voor de problemen in Soedan. Op haar wereldkaart licht de Nijl onverwacht op. Als ze dan leest dat vrouwen in de negentiende eeuw vaak als man verkleed op ontdekkingsreis gingen, weet ze het zeker: zíj is Juan Maria Schuver!

Ze zit in een psychose, al heeft ze het niet door. Als Carrie uit Homeland ziet ze overal connecties en schrijft ze alles op. ‘Ik was het contact met de werkelijkheid kwijt, maar niet mijn vaardigheden. Het sloeg nergens op, maar ik onderbouwde mijn theorieën net zo gestructureerd als ik als historica deed. Ik schreef notitieblokken vol. Daarom kan ik het zo goed navertellen.’

Gek genoeg kijkt ze erop terug als ‘best een mooie tijd’. ‘Ik voelde me onwijs gelukkig. Ik was vredesgodin, ik was Schuver. Niemand snapte me, maar dat maakte niet uit. Ik zou het allemaal wel uitleggen in mijn boek. Het was een hele rustige tijd, ik dacht dat ik alles had opgelost. Pas toen ik weer contact maakte met de werkelijkheid, was het niet meer zo leuk’.

Intussen is duidelijk dat Fleur een bipolaire stoornis heeft. Zelf denkt ze dat de nooit verwerkte dood van haar zusje haar ziekte getriggerd heeft.

Geheime zussenclub

Stukje bij beetje laat ze de dierbare herinneringen aan haar zusje toe. Hoe erg ze op elkaar leken, hoe Ylse dolgraag met haar een tweeling wilde zijn, hoe ze samen een ‘geheime zussenclub’ hadden, hoe gek ze allebei waren op Jurassic Park. Het was het begin van vele jaren therapie waardoor ze het trauma alsnog kan verwerken.

Ook maakt ze haar boek af, op het zolderkamertje in Groningen, waar ze inmiddels weer is gaan wonen. Het is niet meer het in-de-voetsporen-vanboek dat ze oorspronkelijk voor ogen had, maar een persoonlijk verhaal. Een verhaal dat zich definitief aan haar presenteert als ze tijdens het schrijven opkijkt naar de wereldkaart boven haar bureau. Daar stroomt de Nijl, die ze in Schuvers voetsporen volgde. Het beeld van de stroomversnellingen, woelingen en duistere krachten van de rivier, vallen samen met de emoties die de reis bij haar teweeg had gebracht. Vandaar De Nijl in mij.

‘Schuver nam me aan de hand mee, waardoor ik mijn eigen geschiedenis kon uitpluizen. Het had ook heel anders kunnen eindigen met mijn trauma, misschien was ik het wel nooit te boven gekomen. Maar doordat ik met hem die reis heb gemaakt, zit ik nu hier met jou te praten.’

‘De Nijl in mij’ verscheen bij Atlas Contact. Daar kun je ook alvast het eerste hoofdstuk lezen.

English