Studenten

Studenten kijken terug op tijd in Hongkong

Eén stad, twee realiteiten

Nora Leidinger en Lars Bartsch zaten allebei als uitwisselingsstudent in Hongkong. Maar terwijl Nora middenin de protesten zat, kreeg Lars er weinig van mee. Nu ze weer in Groningen zijn, blikken ze terug. ‘Ik heb van elke dag van mijn semester genoten.’
Door Anne de Vries

Met een koffer in iedere hand loopt Nora Leidinger door de schuifdeuren de aankomsthal van het vliegveld in. Ze heeft een lange reis van twintig uur achter de rug, en ze weet dat het aan haar af te zien is – de zakenman die naast haar zat tijdens de laatste vlucht van Moskou naar Düsseldorf aarzelde niet om haar dat in te wrijven.

Zodra de deuren opengaan wordt Nora overladen met bloemen. Haar vader trekt een fles champagne open en vult de glazen die hij van huis heeft meegenomen; haar moeder en vriend omhelzen haar. ‘Je mag voorlopig niet meer weg’, zeggen ze tegen haar.

‘Ik geloof niet dat ik ooit op zo’n geweldige manier ben verwelkomd. Het was bizar’, zegt Nora. Ze heeft al eerder in het buitenland gewoond, in Laos en Canada, maar deze keer was haar thuiskomst heel anders. Ze heeft net vier maanden doorgebracht te midden van de protesten in Hongkong.

Ik geloof niet dat ik ooit op zo’n geweldige manier ben verwelkomd

Hoewel de politieke situatie er al een tijd instabiel was, was Nora vastbesloten om naar de Speciale Bestuurlijke Regio van China te gaan voor haar uitwisselingsperiode aan de City University. Ze had zich al maanden voorbereid op dit avontuur.

Maar het semester liep heel anders dan ze had gepland. Toen de protesten – tegen een controversiële uitleveringswet en voor een onafhankelijke democratie – uit de hand liepen, raakte Nora er steeds meer bij betrokken. Ze bracht de demonstranten eten en EHBO-spullen en raakte er op den duur bijna aan gewend dat ze daarbij zelf traangas in haar gezicht kreeg gespoten.

Vrijbrief

Maar toen gingen op 14 November de universiteiten in de stad tijdelijk dicht. Een aantal schrapte zelfs alle colleges voor de rest van het semester. Nora moest, net als andere RUG-studenten, haar uitwisseling afbreken. Ze besloot terug te keren naar huis.

‘Mijn ouders waren zo ongerust geweest, dat ik nu even alles kan maken’, zegt ze. ‘Het eerste wat ik deed toen ik thuiskwam, was ze vertellen dat ik drie nieuwe tatoeages heb. Dat was het enige moment dat ik het ze kon zeggen zonder dat ze boos werden.’

Ze heeft die vrijbrief echter niet verdiend, vindt ze. ‘Het gaat niet om mij. Dit hele conflict is zoveel groter dan één persoon. Ik was een buitenlander en kon op elk moment vertreken. De zeven miljoen inwoners van de stad kunnen nergens anders naartoe.’

Medelijden

Nu ze veilig en wel terug is, zegt ze, kunnen haar vrienden en familie weer ontspannen. Alleen hebben ze dat nog niet gedaan. Haar moeder belde haar de eerste paar dagen dat ze thuis in Keulen was wel zes keer per dag, alleen maar om te controleren of ze er nog was. Haar vrienden pakken haar met fluwelen handschoentjes aan. ‘Ze denken volgens mij dat ik op instorten sta.’

Toen haar Groningse vrienden haar afgelopen week opzochten, namen ze een fles rode wijn en een doos tissues mee. Ze vragen haar om de haverklap hoe ze zich voelt en leggen een hand op haar schouder wanneer ze haar op haar telefoon door de updates over Hongkong zien scrollen. Die zijn heel anders dan de posts over mode en eten die voorheen haar Instagram domineerden. ‘Maar,’ zegt ze, ‘je hoeft geen medelijden met me te hebben. Ik wil geen medelijden. Het gaat prima met me.’

Mijn vrienden denken dat ik op instorten sta

Maar terwijl ze het zegt, wordt ze afgeleid door het gele hesje van een bouwvakker op het Harmonieplein. Een moment later schudt ze haar hoofd. In Hongkong worden gele hesjes gedragen door de pers en EHBO’ers. Hier in Groningen betekent datzelfde hesje iets heel anders. Het geweld is ver weg.

‘Alles hier is hetzelfde gebleven. Dat zorgt ervoor dat Hongkong als een droom voelt, alsof het niet echt gebeurd is.’ Ze vergelijkt het met een van haar laatste dagen daar, toen ze met haar huisgenoten naar Disneyland ging. ‘Dat was de enige plek in Hongkong waar traangas niet was doorgedrongen. Zo is het ook om nu in Groningen te zijn.’

Kritiek

Na het eerste UKrant-artikel over Nora’s betrokkenheid bij de demonstraties stroomden de reacties binnen. Mensen bekritiseerden haar omdat ze zich bemoeide met een situatie waar ze niets mee te maken had. Haar vrienden mopperden ook op haar, omdat ze een hulpverlenerssyndroom heeft en zich altijd als de ‘moeder’ gedraagt in een groep. Zij wisten dat Nora zich er niet buiten zou kunnen houden.

‘Het geweld was enorm problematisch en dat heb ik nooit goedgekeurd’, zegt ze. ‘Maar ik kan me veel makkelijker identificeren met de demonstranten, mensen die ik ken, dan met degenen in uniform die betaald krijgen om hun werk te doen.’

Ze had nooit het gevoel dat ze in de weg stond, dat ze het moeilijker maakte voor haar vrienden omdat ze op haar moesten letten. ‘Veel mensen kwamen op me af om me te bedanken dat ik daar was, terwijl ik daar een beetje nutteloos stond te zijn. Voor hen maakte het een verschil.’

Wereld van verschil

Er zit een wereld van verschil tussen Nora’s ervaringen en die van Lars Bartsch, die naar Hong Kong Baptist University ging. De demonstraties in Hongkong hadden weinig invloed op zijn tijd daar, zegt hij.

Hij merkte er één keer wat van, toen hij duizenden studenten en demonstranten wegblokkades en muren zag bouwen op de HKBU-campus. Ze probeerden de politie buiten te houden. ‘De situatie was erg gespannen en zeker niet normaal.’ Het was snel voorbij, want de politie kwam niet opdagen. De wegen die de demonstranten hadden geblokkeerd waren niet waren niet van strategisch belang, dus de studenten ruimden de boel weer op.

Lars voelde zich nooit onveilig, maar hij twijfelde geen moment toen het exchange office van de universiteit aanbod om hem in een hotel onder te brengen in plaats van het studentenhuis waar hij verbleef. ‘Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Er was een goede kans dat de politie zou komen opdagen, en ik had geen zin om dan in de buurt van de campus te zijn.’

Zijn ouders waren bezorgd, maar hij liet hen kalmpjes weten dat dat niet nodig was. ‘Ik weet hoe ik de demonstraties moet vermijden.’

Vakantie

Toen HKBU de colleges voor de rest van het semester schrapte, raadde het exchange office Lars en andere internationals aan om Hongkong te verlaten, al was het maar voor even. ‘Ze zeiden dat we maar even goed moesten bijkomen, dus hebben we de kans aangegrepen om naar Thailand te gaan.’

Tussen de tripjes naar het strand en het volgen van online colleges door, hield Lars contact met lokale vrienden. Die had hij leren kennen in zijn studentenhuis, waar hij de enige international op zijn verdieping was. Zij hielden hem op de hoogte van wat er gebeurde in de stad en of het veilig was om terug te keren.

Het exchange office zei dat we even moesten bijkomen, dus zijn we naar Thailand gegaan

‘Ik heb van elke dag van mijn semester en van elk moment in deze schitterende stad genoten’, zegt Lars. Hij pakte vorige week zelfs het vliegtuig terug naar Hongkong om toeristische dingen te doen: van de kliffen springen in het natuurpark Sai Kung en een eiland in de buurt bezoeken.

In de tussentijd moet hij zich ook op zijn studie storten. Want hoewel de colleges zijn geannuleerd, worden studenten nog wel geacht om essays en groepsopdrachten in te leveren. En de deadlines zijn een maand naar voren gehaald, dus Lars heeft nog genoeg te doen. Dat geldt ook voor Nora. ‘Ik moet mijn energie nu omzetten in iets positiefs’, zegt ze.

Maar makkelijker gezegd dan gedaan. De afscheidscadeaus die ze van haar vrienden uit Hongkong kreeg heeft ze nog niet geopend, en ze heeft hun brieven ook niet gelezen. ‘Ik heb nog niet genoeg afstand kunnen nemen van de situatie. Ik ben er nog niet klaar voor om de brieven te lezen, omdat ik dan erg overstuur ga worden. Ik heb nog een paar dagen nodig.’

English