Onderzoek
Piet Mondrians beroemde Victory Boogie Woogie (1944). Beweeg over de afbeelding voor een opname met strijklicht.

Gemeentemuseum Den Haag

Het verhaal van Piet Mondrian

Een mafkees die vreugde schilderde

Hij was briljante schilder, maar beslist ook een rare snuiter. In een fascinerende biografie beschrijft Nick Weber hoe Piet Mondrian, die bekend werd door zijn krachtige, zwarte strepen op een witte achtergrond, de kunstenaar werd die we allemaal kennen.
Door Christien Boomsma

de aantrekkingskracht

Waarom houden we van Mondrian?

Is het toeval dat de allereerste tekening ooit gemaakt, zo’n 74.000 jaar geleden, bestond uit zeven rechte lijnen op een grotwand? De tekening werd pas enkele weken geleden ontdekt. Toch gebruikte ook Piet Mondrian rechte, zwarte lijnen om zo het perfecte universum te laten zien achter dat van onszelf. Zijn ideale wereld.

‘Er is iets met rechte lijnen’, mijmert Nick Weber, die vorige week promoveerde op zijn biografie van Mondrian. ‘Mondrians werk heeft het wonderlijke vermogen om wanklanken te verzachten, en het verontrustende te verlichten. Een ontwerp van Mondrian is enorm bevredigend.’

Weber was nog maar twaalf toen hij zijn eerste Mondrian zag. Hij had natuurlijk nog nooit van de abstracte schilder gehoord en hij had dan ook geen idee dat Composition in Blue and White, dat zijn aandacht zo trok, het allereerste abstracte schilderij was, dat ooit door een Amerikaans museum was aangekocht.

Weber was er toevallig. Het werk van zijn moeder had een eervolle vermelding gekregen bij een expositie in het Wadsworth Atheneum in Hartford en Weber was aanwezig bij de opening. ‘Ik was natuurlijk ongedurig; ik had totaal geen zin in de betutteling van de vrienden van mijn ouders. Dus ik vroeg aan mijn vader of ik boven mocht rondkijken.’

Een kwartier later kwam hij naar beneden stormen, roepend om zij vader. ‘Papa, dit moet je zien!’ Dat ademloze gevoel van vervoering is altijd gebleven. ‘Dit schilderij transporteerde me naar een andere wereld. Ik was euforisch. Het was net zo’n oersensatie als toen ik voor het eerst een bananasplit at, of prachtige muziek hoorde’, zegt hij.

Dit schilderij transporteerde me naar een andere wereld. Ik was euforisch

Zelfs op die jonge leeftijd begreep hij wat Mondrian probeerde te laten zien. ‘Hij was op zoek naar een ander universum, een andere manier van kijken. Een compositie met kwaliteiten als ritme, vreugde, euforie, bevrediging, genot. Puur, ongerept genot. Er is geen ruimte voor de dood: wat je in zijn schilderijen ziet, blijft eeuwig.’

De mythen

Wat weten we werkelijk over Mondrian?

Er zijn al heel wat pogingen gedaan om het leven en werk van Mondrian te ontrafelen. Maar Weber probeert in deze biografie een andere benadering dan zijn voorgangers.

Voor zijn onderzoek heeft hij alleen maar originele bronnen gebruikt. ‘Ik schrijf op wat we zeker weten’, zegt hij. ‘Want niemand heeft het recht een verkeerde voorstelling te geven van een ander mens. Een biograaf moet nauwkeurig te werk gaan.’

To enter Mondrian’s universe is to encounter a singular form of beauty. No one else lived like this, and no one else painted this way. Many imitated his style, some of his contemporaries copied him, and in time the motifs he invented would appear on dresses and ladies’ shoes, from discount stores to haute couture, just as his name would be used to confer a certain panache on hotels and apartment buildings, but none of that was the same thing. The artist’s existence on rue du Départ, and the art he made there, harnessed manic enthusiasm with exquisite control, both at their extremes. Most people live by half-measures, or follow someone else’s ideas.
Mondrian had created, in his rudimentary living quarters and bright airy work space, a private sanctuary, suited only for its sole inhabitant. What to others would be selfdenial was for him the pathway to nirvana. Possessed by the fierce determination of a messiah, but with none of the self-consciousness of most messianic types, he used the ideal life he had created for himself to make paintings which, even when physically small and with their elements distilled to a minimum, became secure and uplifting worlds of their own.

Uit: Piet Mondrian’s early Years. The winding path to straight abstraction, Nicolas Fox Weber

Dus sprak Weber met de paar mensen die Mondrian – de mens Mondrian – persoonlijk kenden, waaronder zijn kunsthandelaar. Weber las gearchiveerde brieven van zijn familie en documenten uit de eerste hand van enkele zeer goede vrienden van de kunstenaar. Hij ontdekte dat de geschiedenis Mondrian geen recht had gedaan.

‘Een verhaal dat bijvoorbeeld steeds terugkomt, gaat over het feit dat Mondrian niet bij de begrafenis van zijn moeder aanwezig was, ook al woonde hij vlakbij. Hij zou te druk zijn geweest met een tentoonstelling. Dat is haast ziekelijk; dat kleurde mijn perceptie: wie doet zoiets?’

Maar toen vond Weber een brief van Mondrians broer, waarin expliciet werd vermeld dat Mondrian bij de begrafenis aanwezig was. ‘Ik was woest. Mensen namen het verhaal klakkeloos over, zonder zich af te vragen of het wel echt waar was’, zegt Weber.

Seksuele geaardheid

Er is ook veelvuldig gespeculeerd over Mondrians seksuele geaardheid. Was hij homoseksueel? Volgens de verslagen van zijn vrienden heeft hij een keer een verloving verbroken en was hij niet in staat om liefdesrelaties in stand te houden.

Ook gek: een vriendin vertelde over een kus die maar liefst twintig minuten duurde – ze had de tijd bijgehouden. Maar Weber weigert te speculeren. ‘Ik vertel die verhalen, maar het is aan de lezer om er zijn eigen conclusies uit trekken.’

de persoonlijkheid

Wie maakte nou zulke bijzondere schilderijen?

Hoe dan ook, de verslagen over Mondrians gedrag gaven de onderzoeker wel degelijk de indruk dat er ‘iets’ met de kunstenaar was. Weber noemt hem een ‘rare snuiter’, die zich weinig aantrok van sociale conventies.

‘Ik sprak met Ben Sanders, wiens vader een kennis van Mondrian was. Toen hij tien was, ging hij met zijn moeder naar “Oom Piet” in Parijs. Hij herinnert zich dat Mondrian hen niet eens groette toen ze zijn atelier binnen kwamen. Hij vroeg enkel aan de moeder: “Zullen we dansen?” Ze dansten een halfuur, terwijl de jongen toekeek. Toen gingen ze weer weg.’

Vreemd gedrag

Het is niet speculeren, wanneer je dat gedrag vreemd noemt, zegt Weber. Er zijn meer verhalen: Mondrian nam wel deel aan het sociale leven, maar bleef altijd op zichzelf. Toen hij klein was, was hij obsessief bang dat hij zijn ogen zou beschadigen –  het was zelfs zo erg, dat hij niet met zijn broers wilde spelen uit angst dat hij zichzelf zou verwonden.

Ook was hij extreem bang voor spinnen – een keer viel hij in slaap tijdens een concert. Toen hij wakker werd, zag hij een spin en begon de longen uit zijn lijf te gillen. Hij heeft vele vriendschappen verbroken, trouwde nooit en had voor zover bekend geen intieme relaties.

Ik denk dat hij gelukkig werd van abstracte kunst; het maken van dat mooie, visuele universum

Hij sloot zichzelf op in zijn atelier, maar niet vanwege een gebrek aan uitnodigingen. Hij at altijd alleen. Alles wat hij deed – en wilde doen – was schilderen. Is dat triest? ‘Ik denk dat hij contact maakte op zijn eigen manier’, zegt Weber.

‘Dit leven paste bij hem. Voor de meeste mensen zou het niet werken, maar het paste hem, omdat het hem in staat stelde zich op zijn werk te focussen. Hij maakte zich niet druk om geld of roem – hij wilde alleen de wereld onder zijn handen. ‘Ik denk dat hij gelukkig werd van abstracte kunst; van het maken van dat mooie, visuele universum. Zijn wereld bestond uit perfecte lijnen.’

de weg naar abstractie

Waarom verruilde Mondrian landschappen voor rechte lijnen?

Het leven van Mondrian wordt te vaak gezien als een gebroken tijdlijn. Aan de ene kant van de scheidslijn zien we de figuratieve kunstenaar die bomen, duinen en zonsondergangen schildert, die alle klassieke principes van de Haagse School leerde en werkte naast zijn oom Frits – een schilder die landschappen en taferelen precies schilderde zoals zijn klanten dat graag wilden.

One very odd memento, however, augments our impressions of Mondrian in 1900. That year, he made a self-portrait. A few years after he painted it, Mondrian and the youngest brother of Albert van den Briel, a cadet at a military academy, keen about modern automatic weapons, was doing some pistol shooting with Mondrian in the basement of the building where Mondrian lived in Amsterdam. They generally used Mondrian’s discarded canvases, all of them failed portraits, as targets. The two men started firing. ‘Piet was a good shot; his hand was steady,’ Van den Briel tells us.
‘When all the portraits had been used, there was only that self-portrait left, and Piet wanted to shoot it too.’ He was determined to obliterate the canvas by riddling it with pistol bullets. Van den Briel’s brother objected, however. He told Mondrian that Van den Briel would be upset. ‘Besides, they were running out of ammunition.’
Mondrian then gave the painting to the brother to give to Van den Briel, saying ‘that it was an insignificant thing, made only to solve a technical problem—that of making the sitter’s eyes always meet the spectator’s.’

Uit: Piet Mondrian’s early Years. The winding path to straight abstraction, Nicolas Fox Weber

Aan de andere kant van de scheidslijn zien we de geniale, abstracte kunstenaar die naar Parijs vluchtte, de man die ‘het tragische’ – zoals hij de natuurlijke wereld noemde – zorgvuldig vermeed, en die een totaal nieuwe realiteit definieerde. ‘Maar ik zie zijn leven niet als verdeeld in tweeën’, zegt Weber. ‘Vanaf het begin werd Mondrian aangetrokken door het universele. Hij had alleen zijn taal nog niet gevonden.’

Zijn levenslange zoektocht is zichtbaar vanaf het begin. Hij werd nog redelijk gewaardeerd als kunstenaar toen hij net van school kwam. Maar Mondrian begon al snel te experimenteren met nieuwe technieken en ‘vreemde’ onderwerpen, wat hem bij de ene tentoonstelling na de andere tentoonstelling op scherpe kritiek kwam te staan.

Verschillende stadia

In 1892 beledigde hij de critici met een stilleven van een haring – kon hij niet iets mooiers schilderen? De critici beschuldigden hem van ‘een gebrek aan poëzie, gebrek aan emotie’. Bij een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam noemden ze zijn kunst ‘gewoon dwaas. Het werk van een kind: een ziek, rebels kind met een paar potten verf in handen’.

Oom Frits was uiteindelijk zo boos over de schaamteloze stijl van zijn neef, dat hij eiste dat die de tweede ‘a’ uit zijn naam zou schrappen. Hij wilde niet geassocieerd worden met zijn ‘verdorven neef’.

Maar tegenwoordig is duidelijk hoe Mondrian veranderde en experimenteerde, om met iedere poging dichter bij zijn doel te komen. ‘Langzaamaan verfijnde hij zijn kunst’, zegt Weber. ‘Hij ontwikkelde zich, zoals de meeste grote kunstenaars dat doen. Er is hier geen sprake van inconsistentie, maar van verschillende stadia waarin Mondriaan steeds nieuwe dingen uitprobeerde.’

Mondrian bleef nieuwe technieken uitproberen, zegt Weber, zelfs in zijn latere jaren. Langzaam maar zeker stopte Mondrian met het schilderen van de werkelijkheid zoals we die waarnemen en vond hij manieren om het immense universum voorbij onze perceptie weer te geven.

‘De kritiek versterkte zijn mechanismen voor zelfbescherming’, stelt Weber. ‘Het verhoogde zijn vastberadenheid, vasthoudendheid en zijn wil om koste wat kost zijn eigen overtuigingen te volgen.’

Foto Mondrian door Charles Karsten. Collectie Het Nieuwe Instituut.

English