Universiteit

Rondkijken op Campus Fryslân

Een gebouw voor iedereen

Campus Fryslân, de jongste faculteit van de RUG, vierde twee weken geleden de opening van het volledig gerenoveerde faculteitsgebouw in hartje Leeuwarden. Tijd voor UKrant om een kijkje te nemen.
Door Giulia Fabrizi / Foto’s Félipe Silva

Het oude beursgebouw in Leeuwarden ruikt nieuw. Het is het eerste dat opvalt als de schuifdeuren van het statige pand aan de Wirdumerdijk in Leeuwarden opengaan. Het monumentale gebouw, waar tot de Tweede Wereldoorlog nog graan werd gehandeld, is sinds september een symbool van kennisuitwisseling. ‘Het pand is veranderd van een plek waar handel werd gedreven, naar een plek waar de kenniseconomie bloeit’, zegt Piet Bouma, directeur bedrijfsvoering van Campus Fryslân.

De originele functie van het oude beursgebouw heeft als inspiratie gediend voor de inrichting van het nieuwe faculteitsgebouw. Vanaf de ingang leidt een donkere trap met gietijzeren leuning naar de open aula. ‘De leuning is gemaakt door een plaatselijke kunstenaar die originele ontwerpen uit die tijd als leidraad heeft gebruikt.’

Energieneutraal

De klassieke trapleuning leidt naar de volgende schuifdeur, waarachter zich een knap staaltje moderne inrichting bevindt. Alle lokalen, kantoren en zalen zijn opgebouwd uit losse delen. ‘Het is een soort inbouw’, legt Bouma uit. ‘Als het nodig is, zou je dit er allemaal zo weer uit kunnen halen.’ Tussen de houten panelen door reiken de witte pilaren van de oude beursvloer tot het metershoge plafond.

Het gebouw is voor iedereen toegankelijk en iedereen kan er aan het werk gaan

Op de begane grond is de sfeer van het gebouw bewust anders gehouden. ‘Dit is het industriële gedeelte’, licht Bouma toe. Opengewerkte plafonds, een vloer van kiezelstenen en donkere muren. Langs de gang staan tafels en groene banken. ‘Dit is waar het graan vroeger binnen werd gebracht. Dit waren de deuren waar karren naar binnen werden gereden’, zegt hij wijzend naar de hoge ramen. ‘Dat hebben we in oude staat hersteld, zodat je de oude functie ook van buiten nog kunt zien.’

Het fonkelnieuwe gebouw is niet alleen een ode aan de oude beurs, het is ook een voorbeeld van de nieuwe weg. Warmtepompen en 362 zonnepanelen zorgen dat het gebouw volledig energieneutraal is. In de kantoren met glazen wanden heerst een ‘soft-flex’ beleid: iedereen mag overal werken. Alle ruimtes zijn voor iedereen beschikbaar, want het belangrijkste is dat er een gemeenschapszin ontstaat. ‘We hebben een gebouw dat voor iedereen toegankelijk is en waar iedereen met elkaar aan het werk kan gaan.’

slider1

Als we niet veel later decaan Andrej Zwitter tegenkomen, beaamt hij dat doel. ‘De visie is om een faculteit te zijn die gezamenlijk oplossingen zoekt voor globale problemen’, legt hij uit. Zijn hoop daarbij is dat de ivoren toren van de wetenschapper afgebroken wordt. ‘We kunnen alleen bijdragen als we met de gemeenschap samenwerken. Als wij in onze ivoren toren blijven zitten en geen oog hebben voor wat echt nodig is, verdwijnt het geloof in de wetenschap.’ De droom die hij nastreeft is de oprichting van een levendige gemeenschap binnen de universiteit. Een familie, zo je wilt.

Familie

Voor de Duitse Marc Flessa (20) voelt Campus Fryslân al als familie. De tweedejaars student van het University College Fryslân zou zich geen betere plek voor kunnen stellen. ‘Dat Leeuwarden een kleine stad is, maakt het voor mij eigenlijk alleen maar beter.’ Flessa houdt van de knusse omgeving en de korte lijntjes die er tussen mensen zijn. ‘Ik heb de studie niet op de stad uitgekozen, maar dit is voor mij een mooie bijkomstigheid. De gemeenschap is hechter en het is minder hectisch dan in grote steden.’

Bovendien heeft hij de stad binnen zijn opleiding eigenlijk niet nodig. ‘Wij zijn een levendige gemeenschap. We begonnen vorig jaar met 24 mensen en eigenlijk gaat het nu al zoveel verder dan studiegenoten. We zijn een familie. We wonen samen, eten samen, feesten samen.’ En niet alleen de studenten dragen daaraan bij. Ook het nieuwe gebouw speelt zijn rol.

Het contact met docenten, promovendi en andere studenten is zo gelegd

 

‘Omdat het relatief klein is, kom je elkaar snel tegen’, zegt hij. Niet alleen tijdens colleges, maar bijvoorbeeld ook tijdens de lunch. ‘Het is heel makkelijk om een praatje te maken met docenten, promovendi en andere studenten. Het contact is zo gelegd.’

En ook daar is door de universiteit over nagedacht. ‘De eerste colleges beginnen bewust om kwart voor negen ’s morgens’, zegt Bouma. ‘Op die manier heeft iedereen, zowel studenten als staf, in ieder geval van half een tot een uur ’s middags lunchpauze.’

Goed onderwijs

Het restaurant is midden in het gebouw en boven het restaurant zijn tientallen tafeltjes waar mensen samen kunnen eten. ‘Wij doen het heel vaak’, zegt Roma Kloosterman (21). Toegegeven, ze eet niet vaak samen met studenten van andere opleidingen. Maar de mogelijkheid is er wel. Kloosterman is een masterstudent Sustainable Entrepreneurship en woont in tegenstelling tot veel van haar klasgenoten nog in Groningen.

Na haar bachelor International Relations and International Organization in Groningen wist ze eigenlijk niet zo goed wat ze wilde. ‘Iets met sustainability, maar dan niet de exacte kant ervan. Geen scheikunde of natuurkunde. Toen ik het programma van Leeuwarden zag, was ik vrij snel verkocht. Leeuwarden was als stad niet per se mijn eerste keus, maar vanuit Groningen is Leeuwarden ook weer niet zo ver.’

slider2

Als je Kloosterman hoort spreken, lijken de visie en dromen die Bouma en Zwitter voor de faculteit hebben al werkelijkheid te worden. ‘Ik vind het onderwijs heel goed. Ik heb het idee dat, omdat het zo nieuw is, ze goed hebben nagedacht over de opzet en hoe het over te brengen aan de studenten.’ Als voorbeeld noemt ze een vak uit haar eerste blok waar ze een bedrijf op moest zetten. ‘Ik wilde vooral iets met sustainability doen, maar wist nog niet goed wat. Op deze manier wordt het heel concreet.’

Lokale samenwerking

Later in haar master gaat ze aan de slag met een groter project. ‘Het sustainable entrepreneurship project. Dan gaan we naar een bedrijf toe, dat een probleem op het gebied van duurzaamheid aan ons voorlegt. En dat gaan we vervolgens samen proberen op te lossen.’ Het past in het plaatje dat ook Bouma en Zwitter schetsen, waarbij de faculteit niet alleen vanuit haar eigen nieuwsgierigheid handelt, maar juist op zoek gaat naar de verbinding met het lokale.

Dat lokale is volgens Zwitter de eerste stap naar globale oplossingen. ‘Lokaal is voor ons bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden of het Waterschap die met ons de samenwerking aangaan. Maar lokaal betekent ook gewoon op de plek waar je bent, dat kan ook Zimbabwe zijn.’ Op die manier kan de nieuwe faculteit in Leeuwarden plaatselijk ervaring opdoen met problemen die wereldwijd plaatsvinden. Vanuit een gemeenschapszin, waarin mensen met elkaar in verbinding staan.

English