Universiteit
Hans Harbers maakt schoon bij een cliënt in de Vondelflat. Foto © Reyer Boxem

Docent Hans Harbers werd schoonmaker

Een filosoof met een schortje voor

Na zowat een halve eeuw aan de RUG wilde Hans Harbers nog één keer iets anders. De universitair hoofddocent filosofie ging op zoek naar laaggeschoold werk met een dienend karakter. Hij werd schoonmaker bij lichamelijk beperkten.
Door Ellis Ellenbroek / Foto Reyer Boxem

Op zijn afscheidsreceptie bij de RUG, nazomer 2019, maakte Hans Harbers zijn nieuwe uitdaging bekend. De collega’s van de Faculteit der Wijsbegeerte vielen van hun stoel. Dat Hans nog wat anders wilde, wisten ze wel. Maar schoonmaker worden?

De 65-jarige Harbers stak de handen uit de mouwen als huishoudhulp bij mensen met een WMO-indicatie. Tot twee weken geleden, toen hij de pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar en vier maanden bereikte. Zijn nieuwe werkgever MartiniZorg wilde hem graag houden, vertelt hij. Maar Harbers was bang dat hij zich dan zou gaan bemoeien met het management. Daar wilde hij voor waken. ‘Het is een ondoorgrondelijke wereld vol bureaucratische rompslomp. Ik begreep bijvoorbeeld nooit waarom ik bij de één twee uur en vijf minuten had, en bij de ander een uur en vijftig minuten.”

Met zo’n bezemkarretje door de binnenstad leek me geweldig

De directrice van MartiniZorg had het sollicitatiegesprek met de niet-alledaagse kandidaat bijgewoond. En geïnformeerd of Harbers, gezien zijn opleiding, niet iets anders wilde in de organisatie. Nee dus. ‘Ik wilde met de poten in de klei. Een baan waar je geen diploma’s voor nodig hebt. En in een wereld die ik niet ken.’ 

Taxichauffeur voor bejaarden of schoolgroepen had hem ook wel wat geleken. Schoonmaker van hotelkamers, of bij de gemeentelijke milieudienst. ‘Niet op de vuilniswagen. Dat zou te zwaar zijn. Maar met zo’n karretje met bezems door de binnenstad leek me geweldig. Oranje hesje om de schouders. En dan academici tegenkomen en begroet worden: Dag meneer Harbers.’

Boerenzoon Hans Harbers (Aalten, 1954) studeerde sociologie aan de RUG en promoveerde er in 1986 als filosoof op de relatie tussen wetenschap en politiek. In 1989 werd hij universitair hoofddocent in de filosofie van wetenschap, technologie en samenleving aan de Faculteit der Wijsbegeerte. Harbers was in 2002 een van de oprichters van debatcentrum DwarsDiep, dat vijftien jaar bestond. In 2012 leverde hij het onderzoeksdeel van zijn aanstelling in, uit onvrede met de academische filosofiepraktijk. Per 1 september 2019 nam hij ontslag bij de RUG en werd schoonmaker.

Vitaal beroep

Die move op zijn 65ste was een experiment of hij ertussen zou komen, zegt Harbers desgevraagd. En misschien ook omdat hij nooit eerder een bijbaantje had, zoals de studenten van tegenwoordig. ‘In mijn tijd was de studiefinanciering zodanig dat ik niet hoefde te werken naast de studie.’ Het was hem er niet om te doen op zijn oude dag nog even de held uit te hangen, al lachte hij in zijn vuistje toen zijn nieuwe job tijdens de coronacrisis werd aangemerkt als vitaal beroep. Hij stuurde wat vakgenoten een pesterig bericht: ‘Ik heb een vitaal beroep. Dat hebben jullie nooit gehad.’

De switch naar de interieurverzorging noemt hij ‘omslag 2.0’. Harbers eerste grote omslag was in 2012. De socioloog-filosoof, wiens hart lag bij een mix van wetenschap, politiek en maatschappij, keerde zich af van de wetenschappelijke filosofie. ‘Ik was de academische filosofie zat. Ik vond dat die nergens meer over ging.’

Wat was het punt? ‘Filosofen zitten alleen elkaars problemen op te lossen. Je schrijft een artikel over een voetnoot bij een voetnoot bij een voetnoot van Jantje. En dat in tijdschriften die alleen door collega-filosofen worden gelezen.’

Foto Reyer Boxem

Dure docent

Met de afkeurende ogen van sommigen in zijn rug – hij zou spugen in de eigen vijver – nam Hans Harbers ontslag voor zijn onderzoekstaken en begon als freelancer debatten en andere publieksgerichte evenementen te organiseren. Voor twee dagen in de week bleef hij aan de RUG verbonden voor onderwijs. ‘Vanaf toen was ik een heel dure docent, want ik hield mijn uhd-salaris.’ 

Hij vindt het raar dat hij geen schalen hoefde in te leveren, maar profiteerde er graag van. Het was een mooie basis onder de freelancerij.

Filosofen zitten alleen elkaars problemen op te lossen

Harbers was betrokken bij de lancering van een nieuwe master, filosofie en maatschappij. Die kwam er toen de visitatiecommissie hem gelijk had gegeven: ‘We leidden onze studenten te veel op alsof ze allemaal PhD zouden worden. We deden niks aan beroepsvoorbereiding.’ 

Zo’n honderd studenten hielp hij als scriptiebegeleider naar de eindstreep van doctoraal of master. Met hart en ziel. ‘Ik hield van mijn studenten. Je ziet ze binnenkomen, zo bleu en onzeker als de pest. En als je ze aflevert denk je: dat wordt wel wat in de wereld. Ja, dat vond ik heerlijk.’

Dienstplicht

Omslag 2.0 heeft hem enthousiast gemaakt voor een maatschappelijke dienstplicht. ‘Iedereen doet een jaar iets ten dienste van de maatschappij, maakt niet uit waar. Dat zou misschien helpen tegen de overmacht aan ikken en populisten die alles weten. En tegen het gebrek aan bescheidenheid in de wereld.’

Hij deed nog meer inzichten op, het jaar in andermans huishoudens. Hij heeft ze genoteerd op een briefje. ‘Wat hebben wij een fantástische verzorgingsstaat. Er wordt veel gemopperd, bijvoorbeeld over het onderbrengen van de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning bij gemeentes. Maar dat geklaag is maar de helft van het verhaal. Hoeveel mensen er met collectief geld wel niet bediend worden, bijvoorbeeld met huishoudelijke hulp.’

Hoe opvattingen over wat schoon is en wat vies uiteenlopen, weet hij nu ook. ‘Soms is het absoluut onhaalbaar je werk te doen in de twee uur die je hebt. Dan was ik een half uur bezig om alleen het aanrecht op te ruimen. Stoffen was onzin. Ik kon niet eens bij de vensterbank. Die stond bomvol. Bovendien stonden er nog drie kastjes voor.’ Hoe hij dat oploste? ‘Accepteren dat het is zoals die persoon het heeft. Hij of zij leeft zo.’

Foto Reyer Boxem

Zwaar werk

Hij heeft bewondering voor hen die een inkomen moeten halen uit het poetswerk. ‘Vrouwen – het zijn vooral vrouwen – die zich 36 uur per week rot rennen voor pakweg een tientje per uur bruto. Ik vind dat verdomd weinig. En het is zwaar werk hoor, als je dat de hele dag moet doen.’ Zelf hield hij het bij tien uur per week.

Je rot rennen voor een tientje per uur, ik vind dat verdomd weinig

Welgemoed raasde Hans Harbers met emmer, dweil, poetslap en stofzuiger door vreemde keukens, wc’s en slaapkamers. Regelmatig deed hij wat extra’s. Hij krabde gekleurde lijmresten van badkamertegeltjes, waste stoffig glaswerk uit vitrinekastjes af en fikste soms zelfs klemmende of scheef hangende kastdeuren. 

Een keer maakte hij een houten rooster voor een bovenraampje. ‘Die mevrouw had een Bengaalse kat. Prachtig mooi beest, maar zo wild als wat. Ze woonde elf hoog. Er kon geen raam open, dan zou de kat ontsnappen. Kun je nagaan hoe warm het daar binnen was deze zomer, met drieëndertig graden. Met mijn hekwerkje van spijlen kon het bovenraampje open en de kat er niet uit.’

De cliënten waren blij met de boomlange gestudeerde senior. Alleen de allereerste cliënt niet. Die bedankte voor Harbers’ diensten. ‘Ik belde om me voor te stellen als nieuwe hulp in de huishouding. Het was een poosje stil aan de andere kant. “Een kerel?! Die komt er bij mij niet in! Ik wil wel een potje bier met je drinken. Ik wil wel een keer met je de stad in. Maar een kerel met een schortje voor, geen sprake van!” Later bleek dat hij bang was wat de buren wel niet zouden denken, als daar elke week een man kwam.’ 

English