Universiteit

De Covid-19 Recordings van Corijn

Een filosoof en zijn ukelele

In zijn studententijd zei RUG-filosoof Corijn van Mazijk de muziek vaarwel. Pas kort geleden vond hij die terug: dankzij een banjo, een ukelele en een eenzaam hutje in Den Andel. ‘Het was eng om de muziek weer serieus te nemen.’


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

21 april om 12:38 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:15 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

april 21 at 12:38 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:15 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Een beetje een hypochonder is hij wel, erkent Corijn van Mazijk. En misschien was dat wel de reden dat hij aan het begin van de coronacrisis, toen iedereen om hem heen nog een beetje lacherig reageerde en maar moeilijk kon geloven dat dit op hén betrekking had, op zoek ging naar een plek om zich terug te trekken. Zo ver van de bewoonde wereld als in Groningen maar enigszins mogelijk was. 

‘Het leek een goed idee om zelf te kiezen voor quarantaine in plaats van af te wachten tot de maatregelen over me heen kwamen’, zegt de RUG-filosoof. ‘Dan is het tenminste een keuze en voelt het minder als restrictie. En ik wilde altijd al een keertje ervaren hoe het is om me terug te trekken, filosofie te lezen, muziek te maken. Om helemaal in mijn eentje te zijn.’

Hij ging op zoek naar een plekje in de middle of nowhere, checkte bij de RIVM of hij daar een beetje goed zat qua risico’s op corona – ‘het was zo’n beetje het schoonste plekje van Nederland en dat geeft toch wel iets van rust’ – en toog naar dat idyllische hutje bij Den Andel met essentiële kleding, voedsel voor een week, een paar filosofische boeken en Nederlandse poëzie, tóch een laptop – ‘ik werk nog aan een Nederlandstalig boek over fenomenologie’ – maar vooral: die ukelele die hij nog maar een paar maanden ervoor had aangeschaft.  

Kleine gedichtjes

In absolute afzondering leerde hij zichzelf niet alleen in twee weken tijd het instrument te bespelen met de ‘clawhammer’-techniek, waarbij je eerder op de snaren slaat dan eraan plukt. ‘Dat is een banjotechniek en er zijn maar weinig mensen in de wereld die dat ook op een ukelele toepassen.’ In één moeite door schreef hij een aantal liedjes, waarmee hij iets van zijn ervaring daar in Den Andel ving in de muziek. ‘Als een soort kleine gedichtjes over de anderhalvemetersamenleving.’

Mijn liedjes zijn gedichtjes over de anderhalvemetersamenleving

De meeste mensen hoeven zich geen illusies te maken over zo’n onderneming. Om je een nieuw instrument eigen te maken, moet je doorgaans maanden en jaren oefenen om een beetje niveau te halen. Maar Van Mazijk is niet de ‘meeste mensen’. Hij speelt niet alleen gitaar – sinds zijn veertiende – maar ook bas, de vijfsnarige en viersnarige banjo, drums en piano. Oh ja, en hij zingt ook nog. ‘Als je al zoveel snaarinstrumenten bespeelt, dan is de stap naar nog eentje niet zo heel groot meer’, zegt hij.

Bevrijdingsfestival

Ooit, in zijn studententijd, was Van Mazijk immers serieus op weg een carrière op te bouwen in de muziek. ‘Ik was een singer-songwriter met muziek zoals Nick Drake of Leonard Cohen. Ik heb in Vera gespeeld, op het Bevrijdingsfestival en in 2009 de landelijke versie van muziekwedstrijd Nooduitgang gewonnen. Dat waren wel echt mooie optredens om te doen.’

Maar toen, ergens tegen het einde van zijn bachelor communicatie en informatiewetenschappen, was het ‘op’. Hij had een blessure aan zijn pols waardoor hij een tijd niet kon spelen, maar dat, beseft hij nu, was meer een excuus dan de reden dat hij stopte met spelen. ‘Ik had het gevoel dat ik tegen de grenzen opliep van wat ik met popmuziek kon uitdrukken. Het was te generiek. Bovendien: hoe groter je succes wordt, hoe meer je jezelf moet gaan wegcijferen.’ 

En dan, besloot hij dus vrij abrupt, had het geen zin meer. ‘Ik zag de relevantie er niet meer van in.’ 

Appeal

Voor Van Mazijk was, ís, muziek maken immers meer dan een hobby of simpel vermaak. Voor hem geeft het uiting aan een gevoel van tekortkoming in het bestaan. ‘Er is een tekort in het leven’, zegt hij. ‘Wat we denk ik allemaal wel voelen. Muziek, kunst, doet ook pas een appeal op je als je dat op een bepaalde manier begrepen hebt, als je dat herkent.’ En als hij dat niet kon uitdrukken met zijn muziek, dan kon hij maar beter helemaal stoppen.

Er is een tekort in het leven, dat we allemaal voelen

Gelukkig ontdekte hij rond dezelfde tijd de kracht van filosofie. De ‘moeder aller wetenschappen’ die – in elk geval voor hem – dezelfde creatieve kracht heeft. ‘Het zijn de grootste problemen, die op een rationele, verantwoordelijke manier getackeld worden in plaats van op een esthetische manier, zoals in muziek, schilderkunst of poëzie. Maar je moet er jaren in investeren voor je in staat bent je goed te uiten in dat medium.’

Hij deed een tweede bachelor, promoveerde en keerde terug naar Groningen. Niet voor niets met een voorliefde voor de filosofen als Kant, Husserl, Heidegger. ‘Mensen die bezig waren met de menselijke ervaring en dat als sleutel gebruikten om antwoorden te geven op wat de wereld nou eigenlijk is.’  

Technisch spel

Zelfs nu nog is filosofie geen technisch spel, of puur academische exercitie. Het is iets echts, dat misschien geen kant-en-klare antwoorden kan geven, maar wel een soort troost biedt door het besef dat gedurende de geschiedenis ook andere mensen hun leven vorm gaven door te zoeken naar antwoorden.

En toen, heel langzaam, ging de deur, die hij dacht gesloten te hebben, weer open. ‘Het was niet gemakkelijk’, erkent hij. ‘Het was eng om het weer serieus te nemen. En bovendien is het moeilijk om iets goeds te doen in de muziek.’

Zijn eerste liedjes waren dan ook bijna sarcastisch. Een grap. Zelfbescherming, zegt hij nu. ‘Als je niet fully committed bent, dan kun je er ook niet op gepakt worden.’

Hij koos voor banjo, een instrument dat hij weer helemaal vanaf nul moest opbouwen. Een andere motoriek, vijf snaren, ander aanslag. ‘Het is een bluegrass-instrument, dat van zichzelf al bijna ironisch is’, zegt hij. ‘Bijna een gimmick op zichzelf.’ En toch is het ook een oorspronkelijk en eerlijk instrument, met een rijke traditie. 

IJzige kou

En als hij nu terugkijkt naar die bijna grappende muziek die hij maakte op de cd Come with Alfa, dan is die stiekem toch serieuzer en echter dan hij zelf in de gaten had. ‘Nu vat het ook iets van die periode’, vindt hij. ‘Een soort van biografie.’

Een banjo is bijna een gimmick op zichzelf

En daarom maakt het ukelelealbum dat hij maakte in Den Andel hem ook oprecht blij. Ook dat is een weerslag van echte momenten die waardevol waren en waarvan hij nu zonder al te veel pretenties iets probeert over te brengen. De ijzige kou van de nacht, toen hij zat te spelen voor het huisje met de ukelele in zijn snel verstijvende vingers. Het liedje Rainy Day waarop je de wind hoort huilen en de regen hoort ruisen. Het liedje Orange Skies dat eigenlijk belachelijk simpel is, waarmee hij eindeloos bleef pielen tot hij eindelijk de timing had, waardoor het liedje de bezieling kreeg waarnaar hij zocht. De eend die in het water plonst, de vogelgeluiden op de achtergrond. 

‘Maar dan is er ook die natuurconnectie, natuurlijk. En toch ook dat isolement, de melancholie.’  Het is vrolijker, want dat filosofische, zware van vroeger, dat hoeft niet meer. Daar heeft hij nu een andere plek voor gevonden. 

Je vindt de liedjes van Corijn van Mazijk op Spotify en iTunes. De Covid-19 Recordings vind je op YouTube.