Wetenschap

Onder PhD's

Een desillusie rijker

Jong en idealistisch verruilde Karin Bodewits Groningen voor Edinburgh en een promotieonderzoek. Vier jaar later vertrok ze gedesillusioneerd. ‘Jonge academici verdienen beter dan als een vod behandeld te worden.’
Door Christien Boomsma / Illustraties Vanessa Czerwenka

Ze had misschien beter moeten weten. Haar begeleider in Groningen had contacten in Oxford. Cambridge. Die was ervan overtuigd dat hij Karin Bodewits kon helpen om na haar studie microbiologie daar een PhD-positie te krijgen. Dan moest ze wel een jaartje geduld hebben.

Maar daar had Bodewits geen zin in in. Wat moest ze in dat tussenjaar gaan doen. ‘In een bakkerij werken of zo?’

Ze vond zelf een PhD-plek aan de University of Edinburgh. Een oude universiteit in een mooie stad en een 32e plek op de Shanghai ranking. Dáár wilde ze heen.

Vier jaar later – we schrijven 2011 – was ze een doctorstitel rijker, maar een heleboel illusies armer. Ze schreef er een boek over: You must be very intelligent. The PhD Delusion. De roman – een soort Sex and the city and science, zoals ze het zelf uitdrukt – is nadrukkelijk níet autobiografisch, hoewel de hoofdpersoon Karin heet, net als zij. In Groningen studeerde net als zij. Bij Unilever werkte, net als zij. En In Edinburgh probeert te overleven in een laboratorium met een incompetente hoogleraar, voorzieningen uit het jaar nul en collega’s die over lijken gaan om hoger in de academische rangorde te komen. Net als zij.

Toch autobiografisch? Ze lacht. ‘Het is geïnspireerd door mijn eigen verhaal’, zegt ze. ‘Ik had het ook volledig fictie kunnen maken – een PhD student in een niet bestaande universiteit – maar dan zou het niet de impact hebben die ik wil dat het heeft.’

En dus bestaat er niet écht een Lab 262 en heette haar begeleider niet echt Mark. Maar die allereerste ervaring, toen ze zich meldde voor haar allereerste dag in haar nieuwe laboratorium, klopt bijvoorbeeld wel.

Citaat openen

‘I look around to hang my coat and drop my bag, but all desks and chairs seem to be in use. “Which desk may I use?” I ask, brightly of course.

One girl, who has bubblegum pink hair cut in an asymmetrical bob that makes her face look much longer than it actually is, moves her head in my direction, opens her eyes as wide as possible, sniffs and says, “You don’t have a desk.”

Citaat sluiten

Niet alleen het bureau, ook de computer ontbrak. Ze probeerde zich te redden met haar laptop, maar een Apple aansluiten op het universitaire netwerk bleek een no-go en wifi bleek in dit kelderlab in 2007 nog een grote onbekende. Al snel zou ze ontdekken dat ze zelfs om de basale chemicaliën voor het uitvoeren van haar proeven – ze deed onderzoek naar taaislijmziekte – moest bedelen.

Er was een reden geweest waarom iedereen haar zo meewarig aankeek toen ze solliciteerde. En waarom ze hem zo gemakkelijk had gekregen, óndanks de fikse kater.

‘In Groningen had ik nooit het gevoel dat er een sterke hiërarchie was tussen de hoogleraren,’ zegt ze. ‘Iedereen werd ongeveer gelijk gewaardeerd. Ook de labs leken weinig van elkaar te verschillen.’

Maar in Edinburgh belandde ze in het lab van een man die ooit als ‘lecturer’ was begonnen – gewoon universitair docent dus. Maar het Britse systeem zorgt dat als je je werk blijft doen je vanzelf opschuift naar ‘senior lecturer’ en uiteindelijk ‘reader‘. ‘Alsof je bij de gemeente werkt.’

Talent, wil ze maar zeggen, heeft er dan niets mee van doen. Leiderschapskwaliteiten nog veel minder.

Citaat openen

Breathe, breathe, bloody breathe! Don’t shout back at him. You are above all that and it will get you nowhere.

‘I am working on WaaA an LpxC,’ I reply, fearing this will confirm I am a bad person.

He scowls. ‘Have you ordered the primers for LpxA yet?’

‘No,’ I say, ever so softly, head bowed.

My knees are getting weak, my heart starts beating at high speed and I want to sink in the ground. I am sure we agreed I should work in WaaA and LpxC. Why does he suddenly bring up LpxA? Did I misunderstand? No, I didn’t!

‘I want you to work on that now,’ he snarls.

Citaat sluiten

Het zorgde voor voortdurende verwarring over wat er van haar werd verwacht. Haar begeleider kon zo maar onverwacht uitvallen, stuurde haar herhaaldelijk de verkeerde kant op met haar onderzoek, was nauwelijks aanwezig op het lab en als hij er was, gaf hij tegenstrijdige adviezen. ‘In al die vier jaar heb ik niet één compliment gehad.’ Of hij het werk dat zijn PhD’s hem stuurden wel werkelijk vatte, was de vraag. En of hij het überhaupt wel las.

Zij was niet de enige, weet Bodewits nu, en ‘Lab 262’ in Edinburgh is niet de enige plek waar dit soort dingen gebeuren.  Na haar PhD ging ze aan de slag in München als mentor van PhD’s. In 2012 begon ze bovendien het bedrijfje NaturalScience.Careers, dat door heel Europa seminars en coachingstrajecten aanbiedt voor PhD’s en postdocs. Sindsdien stromen de ervaringsverhalen van jonge academici binnen. Schokkend, zegt ze.

Haar ervaringen in Edinburgh maakten dat ze licht depressief werd, iets wat ze pas na het binnenhalen van haar titel wérkelijk voelde. ‘Het kostte me anderhalf jaar voor ik over mijn PhD heen was’, zegt ze nu. Tijdens het traject gunde ze zich nauwelijks tijd om zich af te vragen in welke situatie ze zich bevond. ‘Als ik ergens aan begin, dan maak ik het af. Zo ben ik ook opgevoed.’

Het kan vele malen erger, weet ze inmiddels uit de verhalen van PhD’s die bij haar belanden. ‘Er zijn er veel die in een echte depressie terechtkomen. Mensen bij wie de begeleider de interesse in het onderzoek verliest, die soms na drie of vier jaar werk niet eens promoveren, zonder aanwijsbare reden. En ze komen niet eens op het idee dat ze ook ontslag kunnen nemen. Ik ook niet.’

En dat kán zo eigenlijk niet, zegt ze. Er is in academia enorm veel aandacht voor de tevredenheid van bachelor- en masterstudenten, zegt ze. ‘Maar over de tevredenheid van PhD’s en postdocs wordt niet gepraat. We hebben het hier over slimme, gedreven jonge mensen. Het minste wat die verdienen, is een hoogleraar die een leadership course heeft gedaan.’

Promovendi zijn cheap labor, zegt ze. Er zijn er veel te veel, mensen waar uiteindelijk geen vaste plek voor is weggelegd in de wetenschap. Hun passie en idealisme worden slecht beloond, vindt Bodewits. ‘Die moeten we beter behandelen en niet keihard laten vallen als ze bijna veertig zijn.’

En dan is er de moordende concurrentie. Toen Bodewits naar Schotland vertrok, droomde ze toch van slimme, gedreven mensen die met elkaar inzichten delen, de wetenschap verder willen helpen. Niemand had haar voorbereid op de heftigheid van de competitiestrijd, de macht van degenen met geld en de onmacht van de promovendi zonder geld. ‘Ik ben niet tegen concurrentie op zich, maar dit is ongezond.’

Ze bezocht congressen waar collega’s geen échte informatie wilde delen, omdat hen op het hart was gedrukt niets te zeggen. Een vriend van haar stierf aan kanker tijdens zijn PhD-tijd. Het project, schrijft ze, werd een dag na zijn begrafenis aan een ander aangeboden. Door zijn ziekte had het al veel te lang stilgelegen, vond de begeleider. En toen ze bijna klaar was met een eigen artikel, kreeg ze bezoek van de postdoc uit haar lab.

Citaat openen

‘Uh… about this article you’re writing,’ he says, opening his mouth a bit too far, moving his lower jaw from left to right, as if he isn’t yet sure what words to use next.

‘It’s already finished. What about it?’

I speak guardedly, but I am eager to know where this can possibly be going. The article concerns the project I took over from Erico and it has nothing to do with Barry. He did help Peter when I had been in Firbush, plus on the one morning I had been too hungover to come in. And we did ask him for advice on the protein assays when we got stuck, as he is supposedly ‘an expert’ on that, but that was it.

‘I want to be first author on that paper,’ he says.

Citaat sluiten

En ook hier weer, het gebeurt overal – binnen labs en tussen labs. Labs die samenwerken om een publicatie te krijgen, afspraken hadden over authorship. Maar als het puntje bij paaltje komt op een oneerlijke manier met de eer gaan strijken. ‘Je kunt kiezen: je bent tweede auteur in Nature, of je gaat alleen voor een lager tijdschrift.’ Met academische prestaties heeft dat niets te maken.

Ze wil het vertellen. Iets veranderen. En dus schreef ze vorig jaar dat boek af, waaraan ze die eerste maanden na haar PhD al was begonnen. Geen klaagzang overigens, maar humoristisch geschreven en met een scherp oog voor detail.

Toch had ze haar tijd in Edinburgh niet willen missen, zegt ze. Ze heeft er veel geleerd, geweldige vriendschappen opgedaan die haar nog altijd dierbaar zijn. Maar toch. Het had zoveel beter gekund. En de jonge wetenschappers verdienen dat het beter ís, vindt ze.

You Must Be Very Intelligent – The PhD Delusion

English

  • Hugo

    We kunnen het boek gratis downloaden van springer link, vanaf een RUG ip ip-addres, of via https://link-springer-com.proxy-ub.rug.nl/book/10.1007/978-3-319-59321-0

  • J.W Nieuwenhuis

    Moedig, dat Karin Bodewits dit boek heeft geschreven! En nu maar hopen, dat het systeem gaat veranderen. Maar mijn voorspelling is, dat dit niet gaat gebeuren. Immers, PhD’s , postdocs en tenure-trackers leveren voor weinig geld veel wetenschappelijke output. En ze leveren ook een belangrijke bijdrage aan het massale onderwijs aan de universiteiten. Het gaat gepaard met slavenarbeid, en houdt geen rekening met het feit, dat deze jonge mensen hun ” andere” leven ook vorm willen geven. Mijn hoop is, dat mensen als Karin Bodewits met hun verhalen naar buiten treden, en een socialer nieuw systeem presenteren!