Universiteit

Facelift voor het Academiegebouw

Een blik achter het steigerdoek

Schilders en voegers zijn druk bezig de gevel van het Academiegebouw een hoognodige facelift te geven. Voor museumdirecteur Arjen Dijkstra en bouwkundige René Bosscher dé kans om de steigers op te klimmen en de bijzondere beelden en ornamenten van dichtbij te inspecteren. ‘Huh? Waarom heeft Minerva een bezemsteel in haar hand?’
Door Christien Boomsma / Foto’s René Lapoutre

Hij moet het even kwijt. Als historicus en hoofd van het Universiteitsmuseum is Arjen Dijkstra dolblij dat hij dankzij schilderwerkzaamheden de gevelversieringen van dichtbij kan bekijken. Die kans komt de eerste decennia niet weer voorbij. Maar toch: ‘Jullie weten dat het vorige academiegebouw door schilderwerk is afgebrand, hè?’

Het is niet anders. De zandstenen beelden die de gevel versieren, worden aangetast door regen en wind. De vergulde ornamenten verbleken, het schilderwerk gaat bladderen. En dan zijn er nog voegen die kunnen scheuren, obelisken die los kunnen zitten. Het is tijd voor een facelift.

Dik honderd jaar oud is het Academiegebouw nu. Want al denken veel mensen dat het imposante pand stamt uit de tijd dat de universiteit werd gesticht – 1614 dus – in feite is dit al het derde academiegebouw op rij. Nummer één was een heel laag, eenvoudig gebouw – deel van het begijnhof dat eerder aan de Broerstraat gevestigd was. De bogen boven de ingang van nu herinneren nog aan het poortje van het klooster toen.

Nummer twee werd gebouwd toen het originele exemplaar niet meer te redden was, in 1850. Een strak, neoclassicistisch bouwwerk, waar de academici overigens niet erg blij mee waren. ‘Het was te klein, te donker en had voortdurend te kampen met achterstallig onderhoud’, vertelt Dijkstra. Jammer, want de burgers van de stad hadden geld ingezameld om het te kunnen bouwen.

Haastklus

En toen was er dus die verwoestende brand in 1906 en moest er als de sodemieter iets nieuws komen. Het huidige Academiegebouw was daardoor een haastklus. ‘De brand was op 6 augustus’, zegt Dijkstra. ‘Op 9 augustus lagen de eerste tekeningen voor nieuwbouw er al.’ Misschien, mijmert hij, is dat ook de reden dat het zo verdacht veel lijkt op het Gymnasium Haganum in Den Haag, een gebouw dat werd ontworpen door dezelfde Jan Vryman die tekende voor de klus in Groningen.

‘Maar is het dan niet bewust zo gedaan?’ vraagt bouwkundige René Bosscher, die verantwoordelijk is voor de historische gebouwen van de RUG. ‘Ik heb gelezen dat dit is hoe het eruit zou hebben gezien als het in 1614 gebouwd was.’

Dijkstra schudt beslist het hoofd. ‘Dat is een mythe. Maar wel een hele oude.’ Meteen na de oplevering werd er immers alweer geklaagd. ‘De neorenaissancistische stijl met zijn tierelantijntjes en klassieke versieringen werd oubollig genoemd’, zegt Dijkstra. ‘Met dit verhaal probeerden de curatoren zich te rechtvaardigen.’

Ondertussen wapperen buiten oranje steigerdoeken waarachter het 28 meter hoge gebouw nu al weken schuilgaat. Plastic zeilen bedekken de natuurstenen trappen. Tijd om de geheimen van de gevel te ontdekken.

Verder
Nec Pluribus Impar
Zandstenen kopjes
Zwart patina
Vergulde pinakels
Wapen van de universiteit
Minerva
Nederlandse Leeuw
Mathematica
Prudentia
Terug naar begin
Nec Pluribus Impar
Heads
Details
Golden pinakels
Wapen of the university
Minerva
Dutch Lion
Mathematica
Prudentia

Nec Pluribus Impar

Ergens rond de derde steiger, op acht meter hoogte, belanden we op het balkon van het Academiegebouw. Net boven de deuren staat een tekst in het Latijn: Nec Pluribus Impar. De letters glimmen weer als vanouds, met nieuw bladgoud.

Dijkstra graaft even in zijn geheugen en komt dan met de vertaling. ‘Niet ongelijk aan anderen.’

De tekst past goed bij de universiteit van toen, vindt hij. Ze probeerden te zeggen dat ze toch echt beter zijn dan de gewone mensen. ‘Zoiets als: we zijn als academie weliswaar gelijk, maar tegelijkertijd verheven boven de rest.’

Grappig weetje: dit was ook het motto van de Franse zonnekoning Lodewijk XIV, een man waar de Nederlanden in de zeventiende eeuw flink last van hadden. En die kreeg indertijd behoorlijk wat kritiek op zijn lijfspreuk, want hoewel Lodewijks getrouwen het vertaalden als ‘Eén tegen allen’, beschouwden veel tijdgenoten het als ‘Boven alles verheven’ of ‘Ik ben de machtigste’.


Zandstenen kopjes

Een steiger hoger voert langs zandstenen koppen die zijn aangebracht boven de ramen. ‘Werkelijk elk gezicht is anders’, zegt Bosscher terwijl zijn vingers over het zandsteen glijden. ‘En kijk eens naar die detaillering!’

Wie de koppen moeten voorstellen, is niet duidelijk. ‘De muzen misschien?’ vraagt Dijkstra zich af. Maar dan zouden er negen moeten zijn en er zit er eentje boven elk raam in het Academiegebouw, plus een hele serie langs de dakrand. Dat zijn er dus veel te veel.

Andere hypothese. ‘Vaak werden ook bekende mensen uit de geschiedenis van Nederland afgebeeld’, zegt Dijkstra. Maar wie? Hij heeft geen idee.

De meeste koppen zijn opvallend gaaf, maar bij één exemplaar lopen rechte lijnen langs de neus. Waarschijnlijk is de neus beschadigd geweest, zegt Bosscher, en is er een nieuwe gemaakt die op de plek van de beschadiging is geschoven. Niemand die het ziet van beneden.

 



Zwart patina

Het is een wirwar van trapjes en loopplanken hierboven. We lopen de hoek om naar de linkervleugel van het gebouw. Bosscher kan het alweer niet laten de fijn uitgesneden guirlandes aan te raken. Wat opvalt is hoe zwart veel van de versieringen zijn.

Bosscher knikt. Maar, zegt hij, dat wordt dus niet schoongemaakt. ‘Het zandsteen is zo zacht dat het ten koste zou gaan van de detaillering’, legt hij uit. En bovendien zou dat zwarte ‘huidje’ net zo hard terugkomen. Het is immers geen vuil, maar een patina-effect dat ontstaat door blootstelling van de steen aan de buitenlucht.

En het allerbelangrijkste: ‘Mensen mogen best zien dat dit gebouw oud is. Poets je het helemaal schoon, dan raak je dat kwijt. Dan krijg je een Disney-effect. Doodzonde.’

Vergulde pinakels

Weer een steiger hoger passeren de beelden van Historia – geschiedenis – rechts van het hoge zolderraam. Aan de linkerkant staat Scientia met een boek en een fakkel – wetenschap.

Dan is er een zandstenen balustrade en de twee meter hoge obelisken op de hoeken. Bosscher pakt ze stevig vast en schudt. ‘Zie je dat? We vreesden dat ze misschien los waren gekomen na al die jaren. Ze zijn immers maar met één ijzeren pen aan de gevel bevestigd. Maar na al die jaren zitten ze nog hartstikke goed vast!’

De vergulde ornamenten erbovenop glimmen weer als nieuw. ‘Het is dubbeltoren bladgoud’, legt Bosscher uit. Dat is iets dikker dan regulier bladgoud, dat normaal zo’n achtduizendste millimeter is, en daardoor geschikt voor buitengebruik.

Het bladgoud wordt zorgvuldig geknipt en op het ornament gestreken met een kwastje dat gemaakt is van de staartharen van een eekhoorn, vertelt Bosscher. ‘Dat schijnt het beste te werken.’

Wapen van de universiteit

Beneden ons begint het Broerplein steeds meer op een mierenhoop te lijken. Studenten scharrelen de UB in. Plaats om je fiets te parkeren is er nauwelijks.

We zijn intussen al boven de zolder van het gebouw beland, waar het wapen van de universiteit prijkt. Twee grote leeuwen dragen een schild met de woorden VER/BUM/DNI LU/CER/NA, de middeleeuwse afkorting voor VERBUM DOMINI LUCERNA PEDIBUS NOSTRIS: Het woord des Heren is een lamp voor onze voeten. Bosscher wijst op de frisse kleuren. ‘Als de steigers straks weg zijn, dan knalt het weer’, zegt hij tevreden.

Bovendien zijn dan voor het eerst in twintig jaar weer de juiste kleuren te zien. De vorige schilders hadden de groene vlakken, die de Ommelanden verbeelden, voor het gemak maar blauw geschilderd. ‘Ik vrees eigenlijk dat ze gewoon nog wat blauwe verf hadden.’

Niemand die dat in de gaten had, totdat Bosscher de steiger opklom om de noodzakelijke werkzaamheden eens goed in kaart te brengen.


Minerva

En dan is ze er. Net onder de top van het gebouw staat Minerva, de Romeinse godin van kennis en wetenschap. In haar ene hand draagt ze een schild met een afbeelding van Medusa, de mythologische figuur met slangen als hoofdhaar. Maar Dijkstra kijkt naar haar andere hand. ‘Huh? Wat heeft ze in haar handen?’

Bosscher grinnikt. ‘Tja, dat is dus een bezemsteel.’

Hij ontdekte ook dit pas toen hij de gevel voor restauratie inspecteerde. De prachtige gedetailleerde koperen speer die Minerva ooit in haar rechterhand hield, bleek spoorloos verdwenen. Vervangen door een half verrotte bezemsteel. ‘Er was een platgeslagen stuk ijzer opgezet als speerhoofd, dat goud was geschilderd.’

Het bleek een noodoplossing te zijn geweest. ‘Bij de vorige renovatie ontdekten de restaurateurs een gat in de hand van Minerva. Ze vroegen zich af wat ze ooit vastgehouden had. Een speer dus.’

De speer bleek echter zoekgeraakt in de loop der jaren en er was geen tijd meer om iets te laten maken. ‘Dus hebben de portiers het maar zo opgelost.’

En nu dreigt de geschiedenis zich te herhalen. Het schilderwerk is immers bijna klaar en daarna worden de steigers weggehaald. Bosscher wil door een smid een speer laten maken die zoveel mogelijk lijkt op de originele, maar dat zal voor die tijd niet meer lukken. Bijkomend probleem: er zijn geen goede foto’s van. ‘Het enige wat we weten is dat die speer behoorlijk gedetailleerd was.’ Dus zal er veel vooronderzoek moet plaatsvinden. Maar één ding is zeker, belooft Bosscher. Minerva krijgt geen nieuwe bezemsteel. ‘Ze krijgt iets in haar handen en het zal van metaal zijn.’

 


Nederlandse Leeuw

En dan zijn we er. De hoogste steiger, op 28 meter hoogte. Dijkstra schiet vooruit om een unieke selfie te maken met de Nederlandse Leeuw op de top. ‘Die kans krijg ik immers niet weer.’

De Leeuw staat al 110 jaar op eenzame hoogte, maar ziet er nog opmerkelijk gaaf uit. Het schild onder zijn poot glimt in helderblauw en goud. In zijn vuist houdt hij zeven pijlen, een verwijzing naar de Zeven Provinciën. Om hem heen zweven acht gouden blokjes, die verwijzen naar de leden van het huis Nassau.

Mathematica

Vanaf nu kunnen we alleen nog omlaag. Dijkstra verheugt zich op de ontmoeting met Mathematica, het beeld aan de uiterste rechterkant van het Academiegebouw. ‘Ik ben wiskundehistoricus, hè’, zegt hij.

Hij begint te grijnzen als hij aankomt bij het beeld van een lange vrouw met ontblote buik en een vergulde wereldbol in haar arm. ‘Kijk!’, zegt hij. ‘Dit is hoe je wiskunde sexy maakt.’

Maar dan begint hij te fronsen. ‘Waar is de passer? Ze zou een passer vast moeten houden!’

Bosscher buigt zich voorover. ‘Echt waar? Ik vroeg me al af waarom die bol twee gaatjes heeft.’ Hij schudt zijn hoofd. De speer van Minerva is dus niet het enige object dat verdwenen is bij de vorige restauratie.

Ook die zal hij moeten laten namaken, besluit hij. Klein voordeel: van Mathematica zijn goede foto’s beschikbaar. Een smid kan snel een getrouwe replica maken. ‘Bovendien heeft die passer veel minder detail dan de speer.’

Waar het ding gebleven is? Bosscher weet het niet. ‘Waarschijnlijk heeft iemand hem eraf gehaald om te vergulden, en is hij toen beneden blijven liggen en verdwenen.’


Prudentia

Dijkstra moet terug naar het museum. Hij is al veel te laat voor zijn afspraak. Bosscher loopt nog even door, naar de andere uithoek van het gebouw waar Prudentia wacht. Een slang kronkelt om haar arm omhoog: het symbool voor voorzichtigheid. In haar linkerhand houdt ze een glimmende, vergulde spiegel, een verwijzing naar waarheid en zelfinzicht.

Het ziet er prachtig uit allemaal. Maar duur is het wel. Zo’n spiegel kost je al gauw 200 euro aan bladgoud, weet Bosscher. ‘En je zou je kunnen afvragen, wil je dat? Wil je publieksgeld besteden aan het vergulden van dit soort ornamenten? Maar dan zeg ik: ja, dat wil je.’

Er wordt goed over nagedacht, benadrukt hij. Wat veel mensen niet beseffen, is dat bladgoud veel langer meegaat dan gewone verf. Al gauw vijftien jaar. Maar minsten zo belangrijk: we hebben het hier over een klassiek historisch gebouw. Het Academiegebouw is hét visitekaartje van de RUG. ‘En de uitstraling van dit gebouw helpt indirect ook bij het verbeteren van onderzoek en onderwijs.’

English