Universiteit

De Drie Musketiers van de RUG

Eén blad voor allen…

Van inbraakgereedschap en betonscharen tot telefoons, de bladblazers van de RUG komen van alles tegen tussen de gevallen bladeren. Elke ochtend gaan Peter, Johannes en Gideon opnieuw de strijd aan met de herfst.
Tekst en foto’s Puck Swarte

Het is 06:30 uur. De eerste nachtvorst van het jaar is een feit. Het is pikkedonker en Zernike ligt er verlaten bij. Er is nog geen teken van leven te bekennen, op drie dappere dodo’s na: Peter Bakker, Johannes Kempinga en Gideon van Triest van Groen Service Noord. Ze noemen zichzelf ook wel gekscherend de Drie Musketiers. Niet bewapend met zwaarden, maar met bladblazers.

Terwijl iedereen nog slaapt, zijn de mannen al bezig zich voor te bereiden op hun klus: Zernike bladvrij maken. De benzine wordt in de bladblazer gegoten, de koptelefoons gaan op, het apparaat gaat op de rug. Klaar om de bladeren te trotseren.

Regenjas

Want dat is een serieus karwei. Elke dag stapelt zich weer een enorme bult bladeren op. Al is het nog zo netjes opgeruimd, de ochtend daarna lijkt het net alsof er dagen niets is gedaan. Best vermoeiend, vindt Peter. Na drie maanden is hij wel een beetje klaar met het bladblazen, maar naar verwachting zijn ze hier nog tot zeker halverwege december zoet mee.

Door weer en wind gaan ze de strijd aan met de bladeren. Maar wat nou als het regent? Peter: ‘Gewoon regenjas aan en door!’ Als het echt begint te stormen, mogen ze wel even schuilen. Maar niet te lang. Koud krijgen is ook geen optie. ‘Je moet gewoon veel bewegen. Als je het koud hebt, dan werk je niet hard genoeg.’

Stukje bij beetje gaan ze de paden langs, geen hoek wordt overgeslagen. Dat moet ook wel, want zo nu en dan wordt er door de opdrachtgevers gecontroleerd of daadwerkelijk alles bladvrij is gemaakt. Ze vinden dit soms best frustrerend, want behalve de opdrachtgevers zal het waarschijnlijk niemand opvallen of er ergens een blaadje meer of minder ligt. Überhaupt staan er maar weinig mensen bij stil dat deze mannen in alle vroegte zorgen dat de fietspaden en parkeerplaatsen voor iedereen te gebruiken zijn.

Verloren telefoons

Dit blijkt al zodra er meer leven op straat komt. Een student fietst langs een pad waar Peter en Gideon bezig zijn. Per ongeluk blazen ze een paar bladeren haar kant op. Geïrriteerd kijkt ze op, veegt zich zuchtend schoon en fietst verder. Zich niet realiserend dat ze juist druk bezig zijn om het fietsen voor haar zo makkelijk mogelijk te maken.

Naast het bladblazen, bewijzen ze nog een andere dienst aan de studenten: soms vinden ze verloren telefoons tussen de bladeren. Ze doen dan altijd hun uiterste best om die weer terug te krijgen bij de eigenaar. Of ze treffen betonscharen aan, eerder gebruikt om fietssloten mee open te breken.

Maar de gekste vondst was toch die hele tas met inbrekersgereedschap, vlakbij het Harmoniegebouw. Ze maakten er direct melding van, maar er gebeurde niets mee. Toen hebben ze het gereedschap maar onder elkaar verdeeld; het was immers goed spul.

Na twee uur zwoegen – het is ook nog eens stevig fysiek werk – ligt Zernike er weer mooi bij. Langzaamaan fietsen de studenten het terrein op. De een naar de Aletta Jacobshal, de ander naar de Linnaeusborg. Waar ze ook heen moeten, dankzij de Drie Musketiers ligt geen blad hen in de weg. En daar mogen we ze best een beetje dankbaar voor zijn.