Wetenschap

Morele illusies van Stijn Bruers

Een baby op het menu

Waarom mag je een koe opeten, maar een baby niet? Ethicus Stijn Bruers ziet geen verschil. En leeuwen moeten van antilopes afblijven.
Door Christien Boomsma / Foto Reyer Boxem

Een varken doden, in stukjes snijden en dan opeten? Moet kunnen, vinden de meeste mensen. Al helemaal als dat een biologisch varken is, dat fijn in de modder heeft gewroet en pijnloos is gestorven. Ook een mens moet eten toch?

Maar maak van dat varken een peuter; ze hebben een vergelijkbaar intelligentieniveau. Mogen we die dan ook opeten? Bij die gedachte raken we vervuld van afschuw. Natúúrlijk is dat niet oké.

Maar waarom eigenlijk niet?

Sea Shepherd

Stijn Bruers, theoretisch natuurkundige, ethicus, activist en publicist, dacht er zijn halve leven over na en concludeerde dat hij geen rationele reden kon aanwijzen voor het verschil. Dus werd hij veganist, voer op de Sea Shepherd naar Antarctica om te protesteren tegen de walvisvangst en zette zich in om dieren en de natuur waarin ze leven te beschermen.

Onze liefde voor de natuur is een projectie

Tot hij concludeerde dat hij eigenlijk geen enkele rationele reden kon ontdekken waarom biodiversiteit zo belangrijk was. ‘Onze liefde voor de natuur is een projectie’, zegt Bruers. Wíj vinden biodiversiteit mooi en nuttig, maar de natuur zelf geeft er niet om. Die geeft er niet om wanneer er planten of dieren uitsterven. Dus voor wie is het dan een probleem?

Als je ethisch consistent wilt leven, constateerde Bruers, dan draait het om het om de gevoelens van denkende wezens en het beperken van hun pijn. ‘Als het Louvre in brand staat en je kunt een peuter redden of de Mona Lisa, welke red je dan? De peuter, die niet in brand wíl staan, of het schilderij dat je toevallig mooi vindt?’

Veganistisch

Bruers, die afgelopen week in Groningen was voor twee lezingen op de Faculteit van Wijsbegeerte, maakt er een punt van om ‘goed te doen’ op zo veel mogelijk manieren. Hij houdt rekening met wat hij consumeert (zo min mogelijk), wat hij eet (veganistisch dus) en hoe hij met andere levende wezens omgaat (door actief leed te verminderen).

Dat laatste doet hij door bijvoorbeeld bloedplasma te doneren en bijna de helft van zijn inkomen te doneren aan goede doelen. Doelen die dan ook nog zo zijn gekozen dat ze maximale impact hebben. Hij is namelijk een voortrekker van effectief altruïsme. ‘Ik wil leven volgens mijn eigen diepste waarden’, zegt hij.

We eten alleen vlees omdat dat normaal wordt gevonden

Nu zullen heel wat mensen denken dat zij dat ook doen – iedereen vindt dat je geen andere mensen pijn moet doen, dat dierenleed niet oké is, dat discriminatie een slecht plan is. Ze geven dus geld aan Artsen zonder Grenzen, doneren aan de Voedselbank, of koken soep voor de hulpbehoevende bejaarde buurvrouw.

Ze handelen daarbij echter op de automatische piloot. Maar Bruers onderwerpt zijn overtuigingen voortdurend aan kritisch onderzoek. Wat denkt hij? Waarom denkt hij dat? En doorstaat zijn redeneringen een rationeel onderzoek?

Genetisch gemanipuleerd

Zo niet, dan past hij zijn gedrag aan. En dus eet hij niet langer biologisch sinds hij ontdekte dat dat niet per se beter is voor het milieu. Hij trekt ook niet langer ten strijde tegen genetisch gemanipuleerd voedsel, omdat onderzoek hem overtuigde van de meerwaarde ervan.

Maar andere overtuigingen staan als een huis. ‘We eten alleen vlees, omdat we zijn opgegroeid in een omgeving waarin dat normaal wordt gevonden’, zegt hij. ‘Maar het botst met onze eigen persoonlijke waarden, die stellen dat we geen onnodig leed mogen toebrengen.’

Wanneer je je morele puzzel gaat leggen, dan passen sommige stukjes niet

Dat veroorzaakt ongemak, weet hij. En daarmee cognitieve dissonantie. ‘We verdedigen ons gedrag en ontkennen bijvoorbeeld dat een dier pijn voelt. Of we zeggen dat wij mensen fundamenteel anders zijn dan dieren en dat het daarom dus oké is. Dat het onze natuur is om vlees te eten.’

Morele illusies

Allemaal onzin, zegt Bruers. Het zijn morele illusies – te vergelijken met optische illusies. Je dénkt soms dat een van twee lijnen korter is dan de andere, maar wanneer je ze langs de meetlat legt, moet je toegeven dat je hersenen je bedrogen hebben. ‘Wanneer je je morele puzzel gaat leggen, dan passen sommige stukjes niet. Een varken wíl niet opgegeten worden. Een hond ook niet. Maar als je mensen vraagt een hond te eten, dan is het “oeh! Nee!” Maar waarom?’

Stellen dat je een varken wel mag eten, omdat jij een mens bent, is in zijn ogen niet anders dan zeggen dat je zwarte mensen mag discrimineren, omdat jíj toevallig blank bent. ‘Het leidt automatisch tot ongewenste willekeur. Een biologisch onderscheid dat moreel gezien onbelangrijk is.’

Als je discriminatie oké vindt, mag je er geen problemen mee hebben als je zelf gediscrimineerd wordt. Als je vlees eten oké vindt, moet je het ook oké vinden als jijzelf wordt opgegeten. ‘Je claimt immers iemands spierweefsel voor jezelf’, zegt Bruers.

Antilope

Hij gaat zelfs nog veel verder. Want als mensen geen varkens mogen eten, is het dan wel oké als een leeuw een antilope eet?

Nee. Dat is het niet, vindt Bruers.

Ik zie de natuur als een failed state

Het feit dat de leeuw zelf geen moreel besef heeft, is geen excuus. Als een peuter een revolver te pakken krijgt, mag hij dan iemand doodschieten? Of leg je het liever aan de kant om de omgeving te beschermen? Leed is niet aanvaardbaar, enkel en alleen omdat degene die het toebrengt, niet weet wat hij doet.’

Zelfs het feit dat het ‘nu eenmaal de natuur is’, vindt Bruers geen argument. ‘Ik zie de natuur als een failed state, die haar inwoners niet kan onderhouden waardoor er enorm veel leed, dood en ziekte is.’

Blinde evolutie

Het natuurlijk evenwicht is toevallig ontstaan door blinde evolutie, maar dat betekent niet dat het automatisch moreel juist is. ‘Het is niet gericht op het welzijn van de levende en voelende wezens’, zegt Bruers. En dus moeten we ingrijpen.

Hij beseft best dat het een lastige kwestie is. De antilope wil misschien niet opgegeten worden, maar de leeuw gaat dood als hij niet eet. En dat wil de leeuw weer niet. Ze willen waarschijnlijk ook niet afgeschoten worden, dus opnieuw: een probleem.

Hoe wil hij dan in godsnaam ingrijpen? We kunnen moeilijk alle leeuwen dwingen veganist te worden, toch?

Bruers knikt. Natuurlijk is het moeilijk. Maar dat betekent niet dat we het vraagstuk maar terzijde moeten leggen. ‘Toen we duizend jaar geleden te maken hadden met ziektes konden we weinig anders doen dan bidden. Maar we hadden meteen moeten beginnen met het doen van onderzoek. Dat bracht immers wel een oplossing’, zegt Bruers.

Gene editing

Wat als je kweekvlees geeft aan de leeuwen? Als je gevoelloze robotten loslaat rondrennen op de savanne, waardoor ze hun jachtinstinct kwijt kunnen. Of misschien kun je door gene editing hun genetische eigenschappen zo aanpassen dat ze dat jachtinstinct verliezen? Het zijn maar losse gedachten, benadrukt hij, en natuurlijk nog niet haalbaar. ‘Maar je vraagt me nu om vijfhonderd jaar in de toekomst te kijken.’

Het is een groeiproces, iedereen moet zijn eigen morele puzzelstukjes in elkaar passen

Het punt is, zegt hij, dat we moeten streven naar een consistente ethiek, zonder tegenstellingen. ‘Niet ingrijpen, terwijl je weet dat voelende wezens lijden, is het redden van de Mona Lisa in plaats van die peuter’, zegt hij.

Het is geen eenvoudig proces, erkent hij. Mensen worden soms kwaad, als hij zijn standpunten uiteen zet. Maar dat is de vorm die hun ongemak aanneemt, zegt hij. Van de cognitieve dissonantie die ontstaat als ze hun eigen waarden geweld aandoen.

Niemand hoeft te vinden wat hij vindt. En hij oordeelt niet over mensen die flexitariën of zich wél inzetten voor biodiversiteit. ‘Het is een groeiproces, iedereen moet zijn eigen morele puzzelstukjes in elkaar passen. Maar ik durf wel te zeggen, dat het puzzelstukje van vleeseten nooit goed gaat passen.’

English