Universiteit
.

Een jaar na de racismegolf in UKrant

Dit is het moment om te luisteren

Een artikel over het gebrek aan diversiteit op de RUG lokte vorig jaar een ongekende golf aan negatieve, vaak racistische reacties uit. Sindsdien heeft de anti-racismebeweging vleugels gekregen. Wat vinden de mensen die UKrant in 2019 sprak van wat er nu gaande is?
Door Giulia Fabrizi and Yelena Kilina / Foto’s Félipe Silva

630. Zoveel reacties kwamen er op het UKrant-artikel ‘Groningen is gewoon heel erg wit’. Ze waren vooral negatief; van licht geërgerd tot volkomen woedend. We besloten uiteindelijk maar om de reactiemogelijkheid uit te schakelen.  

In februari 2019 stond de 405de verjaardag van de RUG voor de deur, een feestje dat gevierd zou worden met als thema ‘All Inclusive’. We vroegen ons bij UKrant af hoe inclusief de universiteit werkelijk was, of in elk geval hoe inclusief hij ervaren werd door de RUG-gemeenschap. Dus spraken we met een aantal mensen van kleur over hun ervaringen met diversiteit. 

De mensen die reageerden hadden problemen met de kop van het artikel of vonden de ervaringen die de geïnterviewden deelden maar overdreven. Natuurlijk, zeiden sommigen, er zijn meer witte mensen in Groningen, maar dat bewijst niet dat er sprake is van racisme of onderdrukking. Om aan te tonen hoe enorm negatief de respons was, publiceerden we de reacties in een apart artikel.  

Black Lives Matter

Iets meer dan een jaar later heeft de dood van George Floyd protesten in heel Amerika en Europa teweeggebracht. Zwarte, witte en bruine mensen kwamen massaal bijeen. Op 2 juni waren er meer dan duizend mensen op de Grote Markt om Black Lives Matter te steunen. Het leidde tot een discussie over racisme in Nederland die nog steeds gaande is. 

Deze ogenschijnlijk nieuwe houding in Groningen riep bij ons de vraag op: hoe gaat het nu met de mensen die we vorig jaar interviewden? Hoe zijn ze omgegaan met de reacties op het artikel? Zijn ze anders gaan denken over het delen van hun ervaringen? Zijn de mensen om hen heen veranderd? Denken ze dat het huidige momentum net dat laatste zetje zal geven om institutioneel racisme aan te pakken?

We zochten contact met alle vijf personen die we voor het artikel interviewden. Niet iedereen was bereid om nog een keer met ons te praten, of had daar tijd voor. Sommigen vonden dat zij niet het woord moesten voeren namens Black Lives Matter omdat ze zelf niet zwart zijn. Twee mensen wilden hun ervaringen wel delen. Dit zijn hun verhalen.

Saikat Chatterjee

Howrah, India

Promovendus, Faculty of Science and Engineering

Saikat Chatterjee

Howrah, India

Promovendus, Faculty of Science and Engineering

Saikat Chatterjee

‘Soms heb ik het gevoel dat we de wereld misleiden hier aan de universiteit’

Ik werd er eerst wat chagrijnig van, toen ik al die negatieve reacties onder het artikel zag. Ik had zelf een positief verhaal gehouden en ik had verwacht dat mensen ruimdenkender zouden zijn. Het hielp ook niet dat mijn foto naast het citaat uit de kop stond. Ik was niet degene die zei dat “Groningen enorm wit” was. Maar ik kon het al snel van me afzetten. Sommige mensen vonden blijkbaar dat ze hun land moesten verdedigen. Dat moeten ze zelf weten.

Er waren ook mensen die me vroegen of ik echt vond dat ze racisten zijn. Maar ik wees alleen op een aantal discriminatoire incidenten, ik zei niet dat het hele land racistisch is. Ik vind gewoon dat je kritisch op jezelf moet zijn als je in zo’n vrij land als Nederland leeft. We kunnen veel beter ons best doen en zo een voorbeeld zijn voor andere landen.

Ik weet zeker dat mensen zich sinds vorig jaar veel bewuster zijn geworden van discriminatie. Ze spreken zich er nu tegen uit en er staan volgens mij nu veel mensen achter de anti-racismebeweging. Als het zo doorgaat, zal er veel veranderen in de maatschappij. 

Er wordt nu bijvoorbeeld niet alleen gediscussieerd over Zwarte Piet, maar ook over de Gouden Koets waarin de koning bij speciale gelegenheden vervoerd wordt. Op de panelen van de koets zijn racistische afbeeldingen geschilderd uit de tijd van het kolonialisme. Er staat bijvoorbeeld een witte vrouw op die omringd wordt door zwarte slaven. Mensen zeggen nu eindelijk dat het in de 21ste eeuw niet acceptabel meer is om zulke beelden te tonen. We kunnen de geschiedenis niet veranderen, maar de retoriek en objecten uit dat foute verleden mogen niet meer verheerlijkt worden. 

Een paar weken geleden deed ik mee aan de demonstratie tegen discriminatie op de Grote Markt. Dat draait voor mij niet alleen om de kleur van je huid. Mensen worden gediscrimineerd op basis van ras, gender, handicap en dat gebeurt op elk niveau in de samenleving. We moeten met deze beweging elke vorm van discriminatie en uitsluiting aanpakken. 

Ik werk op de afdeling astronomie, die behoorlijk divers is. Nadat het artikel gepubliceerd was kwamen een paar collega’s naar me toe vanwege mijn opmerking over het gebrek aan diversiteit in het aannamebeleid van de universiteit. Maar ik had het toen over de universiteit als geheel. Er zijn bijvoorbeeld internationals werkzaam op het gebied van de geesteswetenschappen die niet verwacht hadden dat het academische raamwerk en de gedachtegang hier zo eurocentrisch zouden zijn. Ik heb zelfs een paar Oost-Europeanen ontmoet die het lastig vinden om zich in te passen in de structuren hier.

Het is langzaam aan het veranderen, maar het kost tijd om opnieuw over alles na te denken met een postkoloniale blik. De universiteit zou in verbinding moeten staan met de echte wereld. Wij worden met al onze kennis geacht de waarheid over de wereld te vertellen, maar soms heb ik het gevoel dat we de wereld juist misleiden.  

We moeten ons perspectief op de geschiedenis en alles dat we weten herzien, volgens mij. Dit is het moment om naar de verhalen van anderen te luisteren. Zijn we daar klaar voor? Ik geloof dat deze golfbeweging pas het begin is en dat er nog veel meer verandering op til staat.’

Abdul Erumban

Kerala, India

Universitair hoofddocent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Abdul Erumban

Kerala, India

Universitair hoofddocent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Abdul Erumban

‘Racisme is een virus dat je niet zomaar uitroeit met een vaccin’

‘Ik weet dat het vorige artikel wat negatieve respons opleverde, maar daar heb ik me niet zo druk om gemaakt. Ik heb zelf geen nare opmerkingen gehad van mensen. Integendeel, ik kreeg zelfs een paar positieve reacties. Twee van mijn Nederlandse studenten kwamen naar mijn kantoor en zeiden dat ze heel blij waren dat ik had verteld wat er in me omging. Het had ze een andere blik gegeven op het leven binnen en buiten de universiteit. En dat bevestigde voor mij weer dat je je ervaringen moet delen.  

Volgens mij kijken er in mijn omgeving meer mensen met een inclusieve dan met een discriminatoire blik om zich heen. Ik heb bijvoorbeeld geen enkele negatieve ervaring gehad met mijn collega’s hier op de faculteit. Ik kan juist over veel positieve ervaringen vertellen.

Het is natuurlijk altijd moeilijk om ervoor te zorgen dat anderen je zien zoals jij gezien wílt worden. Je kunt mensen niet dwingen. Ik ben bijvoorbeeld agnostisch, maar zo ziet niemand mij. Mensen maken aannames op basis van mijn naam. Je kunt meerdere identiteiten hebben, maar wat anderen in je zien moeten ze zelf ontdekken, daar heb je geen invloed op. 

Econoom Amartya Sen, die een Nobelprijs heeft gekregen, zei ooit dat je zelf bepaalt welke waarde je hecht aan je verschillende identiteiten. Daar ben ik het mee eens, en dus probeer ik iets te doen aan de houding van andere mensen.     

De wereld vecht momenteel tegen het coronavirus en misschien winnen we die strijd, bijvoorbeeld als er een vaccin komt. Maar racisme en loyaliteit aan je eigen etnische groep zijn chronische pandemieën die een schadelijkere invloed hebben op de wereld. Dat is een virus dat je niet zomaar uitroeit met een vaccin. 

Ik heb mijn mening over generatie Z, de groep die met internet is opgegroeid, wel bijgesteld door de recente revolutie. Ik dacht altijd dat deze generatie niet veel sociaal bewustzijn had en niet veel gaf om haar medemensen, omdat ze zo verslaafd zijn aan technologie. Maar dat had ik helemaal mis. Zij gaan voor in deze strijd en de meeste van hen zijn nog niet eens dertig.     

Ze gaan de barricaden op om te demonstreren. Ze staan als één, ongeacht hun ras, religie of gender. Ze laten de oudere generatie weten dat ze niet apolitiek zijn; ze zeggen: we weten wat de oorzaken zijn en wat de gevolgen zijn van wat jullie doen. Hun tranen, hun woede en passie geven vertrouwen dat zij de verderfelijke zaken in onze maatschappij kunnen vernietigen. Ik ben optimistisch dat er dingen gaan veranderen. Maar dat duurt misschien even.’ 

English