Onderwijs

Studentenevaluaties, wat moet de docent ermee?

Dealen met onmogelijke eisen

Docenten zitten in een spagaat. Feedback van studenten is onmisbaar, maar tegelijk vragen ze soms het onmogelijke van hun docenten. Weten ze zelf eigenlijk wel wat goed voor hen is?
Door Sisi van Halsema / Animatie René Lapoutre

Europees recht, hét grote struikelvak van de RUG. Tenminste, zo stond het bekend. Volgens docent Matthijs van Wolferen gaan er een boel spookverhalen rond: ‘Studenten denken dat we om hele rare details vragen; dat er een addertje onder het gras móét zitten. Daarbij was er zo’n tien jaar geleden voor een herkansing een slagingspercentage van ácht procent’, zegt hij. ‘Het beeld dat het een ondoenlijk vak is heerst nog steeds.’

Dat moest veranderen. En dus gingen Van Wolferen en zijn collega Justin Lindeboom ermee aan de slag. Natuurlijk niet inhoudelijk. ‘We moeten toch een overzicht geven van het Europees recht.’

Het vak is niet moeilijk. Maar iedereen die wordt toegelaten kan dit vak halen

Wat wel veranderde: de volgorde van onderdelen, vragen werden anders geformuleerd, de stof werd geprobeerd toegankelijker te maken. Daarnaast is er meer aandacht voor het zelfvertrouwen van de studenten. ‘Studenten dénken dat het vak heel moeilijk is, maar dat valt in de praktijk erg mee: iedereen die wordt toegelaten zou dit vak kunnen halen, mits de uren die ervoor staan aan het vak worden besteed’, zegt Van Wolferen. ‘Maar inhoudelijk verandert er weinig.’

Zelfstudie

Wat vonden de studenten dit jaar dan van Europees Recht? Van Wolferen verspreidde zelf een Googledocument waarin hij hen om feedback vroeg. Zelf, want de evaluaties sloegen zijn vak dit jaar over, maar hij wil wel weten wat studenten ervan vonden.

Maar toen hij die onder ogen kreeg, wist hij niet meer wat te doen. Hoe kon hij hun suggesties gebruiken en toch de leerdoelen halen? Studenten waren niet ontevreden, ontdekte Van Wolferen. Ze waren zelfs positiever dan eerst. Maar studenten vonden het vak nog steeds veel te groot. ‘Verder willen studenten dat ik expliciet vertel hoe ze bepaalde problemen moeten oplossen. En ze willen stappenplannen.’

Hij wil de feedback dolgraag serieus nemen. ‘Maar als we vragen hoeveel tijd ze daadwerkelijk in het vak steken, komen ze niet in de buurt van de 22 uur per week aan zelfstudie die ervoor staat. Logisch dat je een vak dan als zwaar ervaart.’ En stappenplannen?

Ze willen videocolleges zodat ze hun bed niet meer uit hoeven

‘Er is vooral onder docenten een discussie gaande over de student: zijn studenten van tegenwoordig lui?’ Vertelt Van Wolferen. ‘Vroeger was het: ze zopen allemaal te veel, bestuurswerk was belangrijker dan de studie. Nu is het: studenten zitten 24/7 op Instagram en Snapchat en willen videocolleges zodat ze hun bed niet meer uit hoeven om lessen te volgen. Ik zou zelf meer neigen naar het standpunt dat tijden veranderen en dat we colleges daar op aan moeten passen.’

Samenvattingen

Maar het punt blijft: studenten willen samenvattingen, rijtjes leren en het vak zo snel mogelijk halen. ‘Dat voelt als een probleem dat ik als docent moet tackelen, maar ik heb het idee dat we door maatschappelijke ontwikkelingen in de wielen worden gefietst. Vanuit dat perspectief is het ook wel begrijpelijk dat studenten hulpmiddelen als videocolleges willen: het gaat niet om begrip, het gaat om zo snel mogelijk iets in je hoofd stampen en het daarna reproduceren.’

Het probleem is alleen: hij moet óók goede advocaten van zijn studenten maken. En dan zijn rijtjes en samenvattingen niet de beste manier.

Ook bij andere vakken speelt dat probleem. Studenten geven soms tegenstrijdige feedback. ‘De ene student wil deeltentamens, want dan hoef je niet zo veel in één keer te leren. De andere student vindt het weer te gefragmenteerd en wil terug naar één groot tentamen aan het eind van het blok’, zegt universitair hoofddocent statistiek Don Van Ravenzwaaij.

Dus wat moet je daarmee als docent? Je vak aanpassen, zodat meer studenten het halen en je alleen nog maar positieve evaluaties krijgt? Of je niets aantrekken van die evaluaties, omdat studenten niet altijd even goed weten wat goed voor ze is?

Makkelijk maken

‘Ik ben ook een mens, ik ben gevoelig voor het persoonlijk leed wat ik zie. Als mensen heel hard werken en toch het vak niet halen, is dat ontzettend sneu’, zegt Van Ravenzwaaij. ‘Maar als je de toetsing makkelijker maakt, benadeel je studenten van vorige jaren. Je moet een bepaalde continuïteit waarborgen. Een vak makkelijker maken omdat het een jaar minder goed gaat is geen optie.’

Soms weet ik niet meer wat mijn rol als docent is

Adjunct hoogleraar toegepaste statistiek Casper Albers herkent het probleem. Opmerkingen als: ‘ik had gewild dat het minder werk was’, komen regelmatig voorbij. ‘Maar ik kan de hoeveelheid stof van een vak niet zomaar veranderen. En als ik met de respondenten in gesprek ga, kom ik erachter dat ze nooit de 140 uur aan het vak besteden die is aangegeven in de studiehandleiding.’

Docenten worden verondersteld hun studenten iets te leren, ze uit te dagen. Maar dat wordt steeds lastiger, merken ze. ‘Soms’, zegt Van Wolferen, ‘weet ik niet meer wat mijn rol als docent is. Ik moet een vak draaiende houden, ik moet studenten motiveren en informeren over Europees Recht. Tegelijkertijd hoop ik dat de studenten intrinsiek gemotiveerd zijn.’

Ophouden

Het is te gemakkelijk om te zeggen: de student van tegenwoordig is lui. ‘Is dat eerlijk? Is dat het beginpunt van het probleem? Of is het probleem dat ‘we als samenleving’, of in Den Haag, veel andere dingen van studenten verwachten?’ vraagt hij zich af. ‘Het idee over wat een studie zou moeten zijn – kennis vergaren, kritisch leren denken – verandert in rap tempo naar: Ik moet dat documentje hebben. Geïnformeerd zijn, is het doel niet meer.’

Ook student Bram Omvlee, die voor DAG in de universiteitsraad zit, ziet de waarden in het onderwijs veranderen. ‘Zeker nu we een leenstelsel hebben en er veel druk ligt op studenten, zijn we geneigd om in evaluaties te zeggen “het vak vergt te veel”.’ Punten pakken is de prioriteit. Maar dat is natuurlijk niet waar het om zou moeten draaien.’

Studenten moeten niet de leiding hebben over wat ze leren

Moeten we dan maar ophouden met evalueren? Docent van het jaar Marc Kramer van economie vindt van niet. ‘Het is niet meer dan fair om de mening te vragen van de ontvanger van het onderwijs. Daarbij kunnen de opmerkingen nuttig zijn, zowel de positieve feedback als de negatieve. Maar we moeten wel blijven onthouden dat de onderwijskwaliteit meer is dan de mening van studenten.’

Soms wel nuttig

‘Studenten moeten niet de leiding hebben over wat ze wel en niet moeten leren’, zegt Gijs Verhoeff van SOG, maar het is wel belangrijk dat je als docent niet je oren en ogen sluit voor de signalen uit de studentengemeenschap.’

En soms zijn de commentaren natuurlijk wél nuttig, vindt Van Wolferen. ‘Soms denk ik bijvoorbeeld dat mensen een onderwerp al eerder behandeld hebben en dan hoor ik via de evaluaties dat dat niet klopt. Dan doen we in de werkcolleges een stapje terug.’

Maar, wat pas écht zou helpen, denkt hij, is studenten daadwerkelijk spreken. ‘Ik heb niet zoveel aan opmerkingen als: “ik vond het vak vervelend”. Ik heb er meer aan om vragen te stellen als: “Snap je wat mijn doel was en sta je daar achter?”’

Want de dialoog met studenten is wel degelijk van belang. ‘Als we als docenten zonder dialoog met studenten maar wat verzinnen, dan wordt het navelstaren. En dat doen we al te veel.’

English