Wetenschap

Samenleven met wolven

Dit is een blijvertje

Het gespotte wolvenpaartje op de Veluwe betekent dat de wolf definitief terug is, zegt ecoloog Chris Smit. De volgende stap: zorg dat er voldoende prooidieren zijn. Dan kunnen mens en wolf prima samenleven.
Door Christien Boomsma / Foto Barnaby_S

Zelf heeft Chris Smit nog nooit een wilde wolf gezien. De RUG-ecoloog mag dan al bijna tien jaar onderzoek doen naar de invloed van wolven op ecologische systemen in Poolse oerbossen, de schuwe roofdieren hebben zich altijd aan zijn blik weten te onttrekken. ‘Een gevoelig puntje’, zegt hij. En met een glimlach. ‘Jammer dat je ernaar vraagt.’

Hij vond wel wolvensporen en wolvenkeutels, veel ook. Hij ‘ving’ regelmatig wolven in de cameravallen die staan opgesteld in het Poolse Białowieżawoud, waar behalve wolven wisenten voorkomen. En lynxen, edelherten, elanden en zwijnen. Die zag hij allemaal wel. Maar wolven dus niet. ‘Gelukkig heeft mijn promovenda Annelies van Ginkel er wel eens eentje gespot’, zegt hij. ‘En zij verdient het eigenlijk meer dan ik.’

Toch. Het laat zien dat het zelfs in het Białowieżawoud, waar dus volop wolven voorkomen, bepaald niet vanzelfsprekend is dat je er eentje tegen het lijf loopt. Het zal dus in Nederland ook niet aan de orde van de dag zal zijn, zelfs niet als het paartje dat onlangs werd gespot op de Veluwe, jongen krijgt en de eerste wolvenroedel van Nederland gaat vormen. ‘En áls je er een mocht zien tijdens je zondagswandeling,’ zegt hij, ‘sta stil. Geniet van het moment. En neem een foto.’

Het paartje wolven dat onlangs door een wildcamera op De Veluwe gespot werd

Roedel

Hij is dolblij overigens, met dat paartje. ‘Wie niet!’ Het is razendsnel gegaan immers, veel sneller nog dan gedacht. Een paar jaar geleden was er nog zoveel te doen om die allereerste wolf die in Nederland werd gespot. Het beest ruimde daarna weer snel het veld – mogelijk afgeschrikt door de vele wolf twitchers.

Honden bijten jaarlijks duizenden schapen dood

En net nu we niet meer opkijken van een zwervend mannetje, is het volgende stadium begonnen: het moment waarop de dieren niet alleen meer door Nederland trekken, maar zich er vestigen. Want dat vrouwtje, zegt Smit, dat zal zéker jongen krijgen, ‘tenzij er iets mis is’. En dus moeten we er goed over nadenken hoe we zo goed mogelijk met de wolf kunnen samenleven. Want de wolf moet beschermd worden natuurlijk, maar het is niet de bedoeling dat hij al te grote schade aanricht door schapen dood te bijten.

‘Overigens zijn dat er nog altijd veel minder dan het aantal dat door honden wordt doodgebeten. Honden zijn jaarlijks verantwoordelijk voor duizenden dode schapen in Nederland. Voor wolven gaat het om zo’n 160’, benadrukt Smit. ‘Om maar even aan te geven waar we ons druk om maken en wat we normaal vinden.’

Provinciale overheden deden eeuwenlang hun best om wolven kwijt te raken. Wie een wolf ving, kon daarvoor een fikse premie tegemoet zien. Zo kregen de gebroeders Derk en Albert Jansen uit Zuidwolde 35 gulden voor het doden van zeven jonge wolven.

Op 17 mei 1758 kreeg een aantal mannen uit Holten zelfs 100 gulden voor het vellen van een grote, oude wolf. De allerlaatste wolvenjacht in Drenthe was in 1772 en werd er nog een wolf opgejaagd bij Dwingeloo, die zijn belagers ‘wist te ontvlieden’.

Het gevolg was dat de dieren in de loop van de achttiende en negentiende eeuw uit Nederland verdwenen. De laatste Nederlandse wolf werd waarschijnlijk in 1869 bij Schinveld gedood.

Maatregelen

Toch blijft de vraag: kan het? Is Nederland niet te dichtbevolkt om ruimte te bieden aan zo’n groot roofdier?

Dat is voor Smit eigenlijk geen vraag. ‘Wolf en mens kunnen prima samenleven’, zegt hij. ‘Ook in Nederland. Maar we moeten niet naïef zijn en dus moeten we maatregelen nemen. Het slechtste scenario zou zijn dat we gaan afschieten. Dan zijn we weer terug bij de reden waarom de wolf ooit uit Nederland verdween.’

Smit maakte deel uit van een internationaal team van onderzoekers dat uitzocht hoe we het beste kunnen omgaan met de terugkeer van de wolf in door mensen gedomineerde gebieden. De resultaten daarvan verschenen deze week in het tijdschrift Biological Conservation.

Vacuüm

Schieten, zegt hij, is niet alleen slecht omdat het bij wet verboden is. En ook niet omdat hij zo veel van wolven houdt. Het heeft een averechts effect. ‘Als je een wolf doodschiet, heb je een groot risico dat je vacuüm schiet’, zegt hij. ‘Een wolf is een territoriaal dier. Als je er een weghaalt, schep je ruimte voor een ander om die plek in te nemen.’

Als je een wolf doodschiet, schep je ruimte voor een ander

Daarnaast verstoort het doodschieten de samenhang in de roedel. De dieren die normaal samen jagen in een nauw samenwerkingsverband raken in de war. ‘En dan is de kans groter dat ze achter vee aangaan.’

Normaal laten wolven vee liever met rust. Ze geven de voorkeur aan een hert of een ree. Doodgebeten schapen zijn dan ook meestal het slachtoffer van een rondzwervend exemplaar, dat nog niet echt gesetteld is in een geschikt gebied, zegt Smit. Of een jong dier dat nog niet zo goed weet hoe het moet. Maar als er een koppeltje is en een roedel wordt gevormd, is het probleem grotendeels over.

Hekken

Nog iets dat we níet moeten doen: overal hekken plaatsen. Dat werkt misschien in grote, lege gebieden. Maar in een land als Nederland zijn de gevolgen – alweer – averechts. ‘Dat versnippert het landschap. Dan belemmer je niet alleen de wolf, maar ook andere soorten om vrij te bewegen, waardoor ook die in de problemen komen.’

Wat dan wél? ‘We moeten ervoor zorgen dat er voldoende prooidieren zijn’, zegt Smit. ‘Maar dat vraagt om een drastische aanpassing van het huidige wildbeheer in veel gebieden.’

Er zijn, zegt Smit, eigenlijk maar heel weinig gebieden in Nederland waar wild mag lopen. Natuurlijk, hier en daar zit wel eens een eentje, maar het is niets vergeleken met Duitsland of België. ‘Het Nederlandse wildbeleid is zwaar achterhaald.’ We zijn te veel gewend geraakt aan het voorkomen van landbouwschade en bosschade door afschot. Maar eigenlijk is dat heel gek. ‘Reeën zijn zwaar territoriaal’, zegt Smit. ‘Er kúnnen er helemaal niet te veel komen.’ Maar als er weinig prooidieren zijn, vergroot je wel de kans dat een wolf een schaap pakt.’

Stupiditeit

Dergelijk beleid moet vervolgens gepaard gaan met soepel compensatiebeleid. Want Smit begrijpt heel goed hoe afschuwelijk het moet zijn voor een schapenhouder om ’s ochtends bij de kudde te komen en zes of zeven dode dieren aan te treffen. Dan moeten ze niet verzeild raken in eindeloze procedures.

Wij moeten niet op ze jagen. En zij moeten bang zijn voor ons

Tenslotte, zegt Smit, moet er sprake zijn van een wederzijds respect tussen mens en wolf. Ongelukken met wilde dieren gebeuren bijna altijd door onwetendheid, of zoals Smit zegt: ‘Door stupiditeit.’ ‘We hebben in Nederland veel grote herbivoren, zoals Schotse hooglanders en konikpaarden. Je wilt niet weten hoeveel mensen hun kind op de rug van een konik zetten om een foto te maken.’

Beleving

Ook ongelukken met wolven gebeuren meestal met handtamme dieren die plotseling toch niet zo tam blijken, of gewonde dieren die in een hoek worden gedreven. Maar een normale wolf zal contact mijden. ‘Wij moeten niet op ze gaan jagen’, zegt hij. ‘En zij moeten bang zijn voor ons.’

En dan is er vooral heel veel te genieten. Stel je voor dat je door het Drents-Friese Wold loopt, over de Veluwe, of het Lauwersmeergebied, stuk voor stuk geschikte gebieden voor de wolf om zich definitief te vestigen. ‘Die beleving, dat je wéét: ik ben hier niet alleen. In dit gebied loopt de wolf.’

English