Wetenschap

Maar de behandeling werkt wel

De winterdip bestaat misschien niet


Mensen denken ’s winters al snel dat ze last hebben van een winterdepressie. Logisch toch, dat je somber wordt van die donkere dagen? Maar hoe hard psychiater Wim Winthorst ook zocht, hij vond geen enkel bewijs.


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

18 februari om 12:12 uur.
Laatst gewijzigd op 19 februari 2020
om 12:43 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

februari 18 at 12:12 PM.
Last modified on februari 19, 2020
at 12:43 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Sommige verklaringen zijn zo mooi, dat ze wel waar moéten zijn. Dat je lekker slaapt na het sporten bijvoorbeeld. Dat kinderen hyperactief worden van suiker. Of dat depressie vaker voorkomt in de winter.

Zo’n acht procent van de Nederlandse bevolking zegt last te hebben van winterblues. Deze mensen voelen zich somberder als de dagen kort zijn en de regen tegen de ramen slaat. En voor drie procent is het zelfs zo erg dat ze een regelrechte winterdepressie rapporteren: een terugkerende depressie dus, die vaker optreedt in de winter en weer opklaart als het voorjaar aanbreekt.

‘Het is lastig meten natuurlijk’, vertelt psychiater Wim Winthorst van het Universitair Centrum voor Psychiatrie van het UMCG, die het verschijnsel onderzocht en deze maand op zijn bevindingen promoveert. ‘Depressie is immers een containerbegrip dat er per persoon heel verschillend uit kan zien.’ 

Een winterdepressie mag pas die naam hebben als hij minimaal twee jaar eerder is opgetreden, wanneer de patiënt extreem vermoeid is en zich steeds later op de dag ‘wakker’ voelt, veel gaat eten en somber is. Er mag ook geen andere verklaring voor zijn, bijvoorbeeld dat je door seizoenswerk werkloos bent in de winter, of dat een geliefde is overleden.

Lichttherapie

Gelukkig voor de duizenden mensen die deze klachten ervaren, is er een behandeling die behoorlijk goed werkt. Een arts kan lichttherapie voorschrijven: je meldt je ’s ochtends om een uur of acht bij het UMCG en gaat daar voor een daglichtlamp zitten ter grootte van een beeldscherm. Een half uurtje á drie kwartier later ben je klaar. 

Depressie is een containerbegrip dat er per persoon heel verschillend uit kan zien

‘Dat doen we dan gedurende een week en daarna rapporteren mensen vaak dat ze zich beter voelen’, constateert Winthorst. Zo’n zeventig procent van de patiënten knapt op van de behandeling. ‘Het is een snelle en elegante therapie met weinig bijwerkingen.’

Maar het gekke is: toen Winthorst het fenomeen nader wilde onderzoeken, kon hij nauwelijks ‘echte’ patiënten vinden. ‘We hebben gekeken naar de de gegevens van  mensen in de langlopende NESDA-studie, de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst. Daarnaast gebruikten we de gegevens van de internetstudie HoeGekIsNL, die sinds 2014 onderzoek doet naar de psychische gezondheid van Nederlanders, en een screeningsvragenlijst, de SPAQ, voor seizoensgebonden klachten. Maar je ziet dat er over de hele groep heen niet zoveel verschil is tussen de seizoenen.’

Onverwacht resultaat

De data van duizenden Nederlanders gingen door zijn handen, maar hij vond bijna geen gevallen van winterdepressie. ‘Dus als je mensen vraagt: zijn er seizoenen die lastiger voor je zijn, dan zeggen ze “ja”’, constateert Winthorst. Voor gezonde mensen – die niet aan een depressie of angststoornis lijden – is dat zelfs 49 procent. En dat loopt op tot 65 procent naarmate de psychische problematiek van de respondenten toeneemt. ‘Maar als je dan kijkt of die mensen vaker een depressie hebben in de winter, dan is dat niet zo.’ 

Dat had Winthorst totaal niet verwacht. ‘Toen ik begon met dit onderzoek, dacht ik: dit is een helder verhaal. Ik wilde kijken of we de biologische achtergrond van de winterdepressie – het gebrek aan licht dus – terug konden vinden in de klachten van mensen.’

Toch gaat het hem te ver om te claimen dat winterdepressie niet bestaat. Immers, de meeste metingen waren eenmalig en misschien was het anders geweest als hij mensen het hele jaar door had gevolgd. Daarnaast zijn de data niet specifiek verzameld om winterdepressie mee te onderzoeken. 

We beleven de winter nu eenmaal anders dan de zomer

Maar wel is het vreemd dat al die duizenden mensen zéggen dat ze er last van hebben, en dat behandelen effectief is. Hoe kan dat dan?

Winthorst denkt dat dit deels te maken heeft met het geheugen. ‘We beleven de winter nu eenmaal anders dan de zomer’, zegt hij. ‘Maar de vraag is natuurlijk of dat werkelijk leidt tot depressie. Hoe sterk is dat fenomeen?’ Daarnaast spreekt de theorie van een depressie die ontstaat door gebrek aan licht, waardoor je te veel melatonine – het slaaphormoon – zou aanmaken, tot de verbeelding. En als je dan ook nog eens opknapt van een behandeling met licht, dan is er geen enkele reden meer om aan het bestaan van zo’n depressie te twijfelen. 

Echte klachten

Is het dan tijd om te stoppen met die lichtbakken? Weggegooid geld, dat we beter ergens anders aan kunnen besteden? 

Winthorst schudt het hoofd. Zeker niet. Want al kun je dan misschien niet met zekerheid zeggen dat de winter de oorzaak is van depressieve gevoelens: ‘Die klachten bestaan en ze gaan ook echt weg. Het enige probleem is dat de verklaring voor het verdwijnen van de symptomen niet waar te maken valt.’

Maar dat geldt voor heel veel behandelingen, benadrukt Winthorst. ‘Wat we in de geneeskunde heel graag zien is een oorzaak, een ziekte die daardoor veroorzaakt wordt, en een specifieke therapie.  Een cholerabacterie die voor buikklachten zorgt en behandeld kan worden met een antibioticum en vocht, bijvoorbeeld. Maar in de psychiatrie is dat niet zo gemakkelijk te vinden.’

Voor slechts een klein percentage van de klachten is een duidelijke oorzaak te vinden

Zeventig procent van het behandelresultaat in zijn vak, zegt Winthorst, is te wijten aan de zogenaamde non-specifieke factoren. ‘Mensen kunnen opknappen op van élke behandeling.’ Dat komt dan bijvoorbeeld door het goede contact met de arts, de structuur van de behandeling en de behandelrationale. ‘Dat jij en je behandelaar het idee hebben dat het hieraan ligt en dat deze therapie werkzaam zou kunnen zijn.’ Slechts acht procent van het behandelingsresultaat kun je op het conto schrijven van de specifieke therapie. 

Anders denken

Dit fenomeen vind je ook in andere takken van de gezondheidszorg. ‘Kijk maar eens op de interne poli. Voor slechts een klein percentage van de mensen is een duidelijke oorzaak te vinden voor hun klachten. Maar de rest heeft óók buikpijn.’

Toch richt onderzoek zich alsmaar op die 8 procent. ‘En als we het daar niet kunnen vinden, dan zeggen we: het bestaat niet’, zegt Winthorst. ‘Maar toen jij klein was en op je knie viel, gaf je moeder je een kus op die knie. En dan ging de pijn écht weg. Was die pijn dan niet echt?’

Het is een manier van denken waar we vanaf moeten, zegt Winthorst. ‘Iemand vroeg me laatst: als je een miljoen had, besteed je dat dan aan onderzoek naar winterdepressie? Maar liever zeg ik: als ik 8 miljoen had, dan besteedde ik één miljoen aan winterdepressie en de andere zeven aan die non-specifieke factoren. Want wat je daar vindt gaat dan niet alleen op voor winterdepressie, maar ook voor veel behandelingen bij de internist, de huisarts, voor medicamenteuze behandelingen. Alles.’

English