Wetenschap

Epigenetica is geen sciencefiction

De toekomst is er al

Je kunt er in de toekomst kanker mee genezen, maar ook de intelligentie van een foetus bepalen. Epigenetisch editen lijkt sciencefiction, maar biomedicus Désirée Goubert weet beter. ‘Willen we wel dat the sky the limit is?’
Door Thereza Langeler / Foto Reyer Boxem

Désirée Goubert zit midden in haar verhaal, druk uitleggend wat epigenetica precies is, als een vreemde man op haar afstapt. Hij oogt schuchter, als een puber die een meisje om een date vraagt.

‘Sorry’, zegt hij. ‘Ik wilde jullie niet afluisteren, maar het ging vanzelf. En ik wou even zeggen dat ik het fantastisch vind hoe u vertelt. Ik ben een volkomen leek, maar ik kan het allemaal volgen.’

Goubert bedankt hem glunderend. Het compliment is dan ook niet mis, want haar verhaal is behoorlijk ingewikkeld.

Goubert is biomedicus. Haar promotietraject in het UMCG, onderdeel van een groot Europees onderzoeksproject dat EpiPredict heet, gaat over epigenetisch editen.

Waarover?

Partituur

‘Het komt neer op het aan- en uitzetten van bepaalde genen’, legt Goubert uit. ‘We hebben allemaal DNA, dat onze erfelijke eigenschappen bepaalt. Maar dat doet het niet in z’n eentje. Er zit nog een laag bóven het DNA: het epigenetisch profiel, dat bepaalt hoe het DNA zich gedraagt. En daarop kunnen we invloed uitoefenen.’

De Britse wetenschapper Brona McVittie vergelijkt het met muziek. Het DNA is de partituur, met de notenbalken en de aanwijzingen voor het orkest. Maar zonder de musici die de noten lezen en spelen, zonder dirigent die bepaalt hóé dat gebeurt, hoor je niets. Het is de epigenetica die de muziek maakt.

Toen Goubert dat ontdekte, tijdens haar studie biomedische wetenschappen in Hasselt en Maastricht, was ze onmiddellijk gefascineerd. ‘Genetica vond ik op school al interessant. Fantastisch, dat zo’n kleine code zo’n invloed heeft. En toen bleek er nóg een laag minuscule code met gigantische invloed te zijn. Ja, toen was ik verliefd.’

Borstkanker

Wat het alleen maar boeiender maakt, is dat het onderzoek naar epigenetica een heel jonge discipline is. ‘In 2002 konden we voor het eerst het menselijk genoom helemaal uitlezen’, weet Goubert. ‘Toen dacht men: dit is de heilige graal, we hebben de sleutel tot allerlei ziekten ontdekt.’

Maar daarna bleek er nog een hogere controlelaag te zijn, die we kunnen beïnvloeden. Wij allemaal, elke dag. ‘Gezond of ongezond eten, roken, bewegen, dat heeft allemaal invloed op je epigenetisch profiel.’

Goubert en haar collega’s beïnvloeden hele specifieke cellen: die van een borstkankertumor. ‘Het meest voorkomende type borstkanker is heel goed te behandelen met hormoontherapie. Er is alleen één probleem: bij te lange behandeling worden de tumorcellen resistent.’

Als dat gebeurt, is de kanker vaak agressiever. De behandeling is een race tegen de klok, waarvan je alleen maar kunt hopen dat de therapie het van de kanker wint. Tenminste: zo was het tot nu toe. Maar dankzij epigenetisch editen kan de therapie straks misschien altijd winnen.

Uitschakelen

‘Of iemand resistentie opbouwt, en hoe snel, is een samenspel tussen de genetica en de epigenetica’, legt Goubert uit. ‘De therapie kan bepaalde genen als het ware langzaam aanschakelen. Als resistentiegenen helemaal aan staan, werkt de therapie niet meer. Maar wij zouden die genen ook kunnen uitschakelen.’

Zover is het nog niet. Het is haar al gelukt om genen aan en uit te schakelen. De volgende stap is om te kijken wat ze kan met de genen in een kankercel. ‘Het is altijd de vraag met welk enzym ik een gen precies aan of uit krijg’, zegt ze. ‘En hoe ik ervoor zorg dat het ook uit blíjft als ik het uitschakel.’

Lastige puzzels, maar niet onmogelijk. ‘Hoe lang we nog precies over dit onderzoek doen, durf ik niet te zeggen’, erkent ze. Maar het ziet er veelbelovend uit. ‘Ik heb goede hoop dat epigenetisch editen straks toegepast wordt in het ziekenhuis. Voor kanker, voor Alzheimer, voor van alles.’

Biohackers

Het cliché the sky is the limit was zelden zo applicabel en juist daar schuilt een addertje. Want wat biomedici kunnen met genen in kankercellen, kunnen ze ook met genen die gaan over haar- en huidskleur, ogen, lichaamsbouw. Of die intelligentie bepalen en agressie.

‘En dan heb je ook nog het gevaar van biohackers’, noemt Goubert. ‘Die zouden een wapen kunnen maken dat je epigenetisch profiel zo verandert dat je dood neervalt.’

Geen grapje. Geen griezelige sciencefiction. Goubert is bloedserieus. The sky is écht the limit. ‘Maar moeten we dat wel willen?’

Wat haarzelf betreft is het antwoord ‘nee’. We moeten niet willen ingrijpen in persoonlijkheden – zelfs niet als we de mensheid er vredelievender en verstandiger mee kunnen maken. Nee, we moeten niet elk kind een zelfgeknutseld epigenetisch profiel meegeven waardoor het gegarandeerd mooi wordt en symmetrisch, gaaf en glad.

Doorgefokte dieren

‘Van de menselijke wil en van menselijke karaktertrekken moet je afblijven’, zegt Goubert gedecideerd. ‘En als we allemaal perfecte baby’s ontwerpen, dan is het gedaan met de variëteit onder mensen. Terwijl variëteit zó belangrijk is. Kijk naar doorgefokte dieren. Die vind je er misschien leuk uitzien, maar gemengde rassen zijn vele malen sterker en gezonder.’

Ze weet dat niet iedereen er zo over denkt. Ze weet dat het merendeel van de mensen überhaupt niet nadenkt over dit soort vraagstukken, omdat ze denken dat het gaat om pure hypothese.

‘We moeten het debat aangaan en iedereen moet meedoen’, vindt Goubert. De niet-wetenschappelijke wereld hoort nu nog maar weinig over epigenetica. ‘En dat vindt ik echt niet oké, want de buitenwereld gaat er straks wél mee te maken hebben.’

Debat

Hoe sneller dat debat op gang komt, hoe beter. ‘Als we de techniek achterna blijven hobbelen, ben ik bang dat er een keer iets zó mee misgaat dat de maatschappij zegt: dit verbieden we helemaal.’ Terwijl het dus óók mooie dingen kan opleveren. Verschrikkelijke ziektes genezen, bijvoorbeeld. ‘Het zou zo zonde zijn als dat onmogelijk wordt, omdat we ons laten leiden door horrorverhalen in plaats van feiten.’

Dáárom wil Goubert epigeneticaexpert worden. Om de feiten van binnen en van buiten te kennen, en er vervolgens over te vertellen op een manier die de wereld begrijpt. ‘We kunnen alles. We moeten samen beslissen waar we de grens trekken.’

Het lijkt zo simpel, een grens trekken. Maar tussen zwart en wit zit bijna altijd een boel grijs. Wat zou jij doen in de volgende situaties?

Dilemma 1

Jij en je partner verwachten een kind. Daar zijn jullie ontzettend blij mee, maar er is een probleem. Je partner heeft een erfelijke nierziekte, die hem in z’n jeugd bijna het leven kostte en waar hij alleen dankzij een donornier weer bovenop is gekomen.

Zou je het epigenetisch profiel van je ongeboren kind zo laten aanpassen dat het niet dezelfde ziekte zal krijgen?

Dilemma 2

Jij en je partner verwachten een kind. Daar zijn jullie ontzettend blij mee, maar er is een probleem. In jouw familie zit een sterke aanleg voor autismespectrumstoornissen. Het dochtertje van je zus en zwager heeft de diagnose Asperger. Op school is ze eenzaam, thuis soms ronduit onhandelbaar.

Zou je het epigenetisch profiel van je ongeboren kind zo laten aanpassen dat het geen soortgelijke stoornis ontwikkelt?

Dilemma 3

Jij en je partner verwachten een kind. Jij bent wit en geboren in Nederland, je partner is geboren in Suriname en heeft een donkere huid. Het is aangetoond dat witte mensen het makkelijker hebben in de Nederlandse maatschappij dan mensen met een donkere huid: ze krijgen niet te maken met vooroordelen of discriminatie, ze rollen veel gemakkelijker binnen in het hoger onderwijs en op de arbeidsmarkt.

Zou je het epigenetisch profiel van je ongeboren kind zo aanpassen dat het jouw witte huid erft en niet de donkere huid van je partner?

Dilemma 4

Jij en je partner verwachten een kind. Jij hebt als hoogste opleiding mbo-2, je partner heeft een hbo-diploma. In jullie omgeving wordt academische prestatie heel belangrijk gevonden: jullie familie en vrienden en hun kinderen kunnen allemaal goed leren en volg(d)en op hoog niveau onderwijs.

Zou je het epigenetisch profiel van je ongeboren kind zo laten aanpassen dat het sowieso een IQ van 120 krijgt, en gemakkelijk door het hoger onderwijs rolt?

Dilemma 5

Op een gegeven moment is het de wetenschap, wonderlijk maar waar, gelukt om de genetische oorsprong van de neiging tot agressie te vinden. Het is bovendien óók mogelijk om de genen die verantwoordelijk zijn voor agressief gedrag uit te zetten. De minister van Justitie dient prompt een wetsvoorstel in: plegers van geweldsdelicten moeten verplicht een epigeneticabehandeling ondergaan waarbij hun agressiegenen worden uitgezet.

Zou jij instemmen met zo’n wetsvoorstel?

 

English