Studenten

Dit is lichting 2000

De Snapchat- generatie


Vlnr. Sanne Martena (8 januari 2000, uit Veendam) studeert sociologie
Thomas Velvis (15 januari 2000, uit Deventer) combineert filosofie en Nederlands
Kirsten Veldman (29 februari 2000, uit Hardenberg) doet geneeskunde

De eerste lichting RUG-studenten geboren in de 21e eeuw is een feit. Ongeveer honderd tieners uit 2000 sloegen ooit een klas over en lopen nu al rond op de universiteit. Wat kenmerkt deze Snapchatgeneratie?
Tekst en foto’s Menno van der Meer

De digitale wereld

Facebook bestaat sinds 2004, YouTube is van 2005 en WhatsApp komt uit 2009. Wie geboren is in deze eeuw, kent niet anders dan het digitale tijdperk. Besta je nog wel als je offline bent?

‘Als ik tijdens een college van drie kwartier niet mijn telefoon check, voelt het alsof ik heel lang offline ben geweest’, lacht Thomas. ‘Het is zo verleidelijk. Als ik me echt moet concentreren, dan laat ik expres de batterij leeglopen, zodat ik niet eens kán kijken.’

Kirsten herkent het gevoel. ‘Het is zo’n snelle afleiding’, zegt ze. ‘Ik weet echt niet hoe vaak ik per dag mijn telefoon check. Alleen tijdens colleges doe ik het niet.’ Sanne moet bekennen van wel: ‘Als het een beetje saai wordt, kijk ik automatisch even. Ik ben er wel afhankelijk van. Zo was ik tijdens de KEI-week mijn mobiel kwijt, dat was echt zó onhandig.’

Thomas schat dat hij zijn smartphone wel vier tot vijf uur per dag gebruikt. Vooral voor WhatsApp, maar ook voor Snapchat. ‘Daarmee kan ik een slechte selfie gewoon naar mijn vrienden sturen. Dat kan op Facebook niet, want daar zitten mijn opa en oma ook op.’

Kirsten heeft haar Facebookprofiel afgeschermd. ‘Alleen mijn vrienden kunnen zien wat ik plaats. En ik post niet veel online, want je weet nooit wat er mee kan gebeuren.’ Sanne sluit zich daarbij aan. ‘Als je ergens gaat werken, kijken ze meestal ook, dus daar houd ik wel rekening mee.’

Is deze generatie dan puur opgegroeid met iPads en PlayStations als vermaak? ‘Natuurlijk deden we op school ook spelletjes op het plein’, zegt Sanne. ‘Zoals buskruit!’ Thomas en Sanne moeten lachen. Ze hebben het spel, een soort verstoppertje met een bal, vroeger ook veel gedaan. Kirsten: ‘De generatie die bijna niet meer buiten speelt, komt denk ik na ons.’

De ambities

Kirsten sloeg groep 3 over, terwijl Thomas groep 4 en 5, en Sanne groep 6 en 7 in één jaar deden. Wat willen ze nu met hun studies bereiken?

Thomas is dit collegejaar gestart met zowel filosofie als Nederlands. ‘Bij filosofie wil ik enorm de diepte in. Alles kunnen betwijfelen, goede argumenten opbouwen en een kritische blik ontwikkelen’, zegt hij. ‘Daarnaast doe ik Nederlands, omdat ik niet wil dat mijn studie heel erg één kant op gaat.’

De combinatie is niet altijd makkelijk. ‘Er is te weinig tijd om alles te lezen en voor te bereiden. Het is een stortvloed aan lesmateriaal. Ik wil alles doen omdat ik het leuk vind, maar je moet wel filteren. Je kan niet alles perfect leren.’

Kirsten doet geneeskunde, omdat ze is gefascineerd door het menselijk lichaam. Ze herkent het probleem. ‘Ik ben heel perfectionistisch’, geeft Kirsten toe. ‘Dat zorgt voor stress. Het lukt gewoon niet om al die honderden pagina’s in het Engels helemaal te begrijpen. Op de middelbare school kon ik wel alles doen, maar hier echt niet.’

De studiekeuze was voor Sanne het moeilijkst. ‘Ik ken alle studies aan de RUG inmiddels uit mijn hoofd’, lacht ze. ‘Uiteindelijk koos ik voor sociologie, omdat ik het leuk vind en omdat het een vrij brede studie is.’

Met baangarantie hebben de zeventienjarigen niet al te veel rekening gehouden. ‘Ik maak me daar nog geen zorgen over’, verwoordt Sanne de mening van de groep. ‘Stel, als ik op mijn twintigste de bachelor sociologie afrond, dan ben ik alsnog heel jong. Er is dan nog tijd om eventueel wat anders te gaan doen.’

Het studentenleven

Een student doet natuurlijk meer dan studeren alleen. Verenigingsleven bijvoorbeeld, een sportclub. En stappen. Maar hoe werkt dat als je nog zeventien bent?

Kirsten en Thomas zijn allebei lid van de Gereformeerde Studentenvereniging (GSV). Iedere donderdagavond zijn ze op de sociëteit voor een feestje. Maar ze zijn natuurlijk wel minderjarig, dus alcohol drinken zit er niet in. ‘Onze foto’s hangen zelf boven de bar’, zegt Thomas. Zo weet iedereen dat ze ons niets mogen schenken.’

In het centrum gaan Kirsten en Thomas niet uit. Kirsten vindt zichzelf geen uitgaanstype en volgens Thomas komen ze waarschijnlijk toch nergens binnen. Sanne houdt wel van uitgaan. Ze heeft zo haar trucjes om ergens binnen te komen. ‘Dat is niet heel moeilijk, hoor. Ik ben gisteren nog op stap geweest.’

Lid worden van een vereniging als Vindicat of Albertus, daar bedankt het drietal voor. ‘Ik heb daar echt helemaal niks mee’, zegt Sanne. Dat geldt grotendeels ook voor Kirsten. ‘Ik was altijd erg tegen ontgroeningen. Maar nu we het bij de GSV hebben meegemaakt, denk ik dat het ook wel goede kanten heeft.’ Thomas voegt toe: ‘Maar onze ontgroening viel ook wel mee. De verhalen van Vindicat, die zijn wel heftig. In wat voor wereld stap je dan?’

Het drukke studentenbestaan zorgt ervoor dat de eerstejaarsstudenten wat minder sporten dan voorheen. ‘Ik hockeyde en voetbalde heel veel’, zegt Thomas. ‘Nu voetbal ik alleen nog af en toe.’ Kirsten volleybalde veel en loopt nu vooral hard: ‘Dat doe ik ’s ochtends vroeg, daarna kan ik beter studeren.’ Sanne volleybalt nog in Veendam.

De geldkwestie

Studeren, op kamers wonen en het studentenleven – het kost allemaal geld. Met de invoering van het leenstelsel is het er niet goedkoper op geworden. Hoe komen de zeventienjarigen rond?

Doordeweeks op kamers en op zaterdag blijven werken achter de kassa in een supermarkt in Hardenberg, zo had Kirsten het bedacht. Maar dat plan slaagde niet. ‘Ik raakte helemaal in de knoop met alles, omdat het zo veel was en ik in Groningen ook moest wennen. Mijn ouders zeiden: Misschien is het beter om ontslag te nemen. Dat heb ik gedaan, gelukkig.’

Aan de andere kant voelt ze zich wel verantwoordelijk om haar eigen geld te verdienen. ‘Maar ik leen nu gewoon. Het is een beetje jammer dat het moet, maar dat is nu eenmaal zo. Als ik hier aan alles gewend ben, ga ik misschien weer werk zoeken.’

Zo denkt Sanne er ook over. ‘Mijn broer valt nog in het oude stelsel, ik niet. Dat is heel erg balen.’ Ze werkt nu in een supermarkt in Veendam. ‘Als ik in Groningen woon en daar een baantje heb gevonden, zeg ik de supermarkt op. Mijn inkomsten zijn dan een combinatie van werken, lenen en steun van mijn ouders. Een beetje van alles.’

Thomas voelt de druk om te werken minder. ‘Ik heb geen tijd om nu vast werk te nemen en vind het ook wel prima zo. Als ik nu leen, betaal ik dat later wel terug. En wat ik nu met moeite zou kunnen verdienen, kan ik dan met een beter betaalde baan veel makkelijker opbrengen. En mijn ouders ondersteunen me met de huur, dus dat is ook heel chill.’

Generaties

In zijn boek Geluksvogels en pechvogels (2017) typeert socioloog Henk Becker verschillende generaties in Nederland. Volgens de emeritus-hoogleraar worden generaties gevormd door de formatieve periode. Dat is de periode van het zevende tot het veertiende levensjaar waarin een mens allerlei ervaringen opdoet en veel invloeden krijgt te verwerken.

In Nederland kennen we de Stille Generatie (geboren in de periode 1930-1945); de Vroege Babyboomgeneratie of Protestgeneratie (1945-1955); de Late Babyboomgeneratie (1955-1970); de Pragmatische Generatie, ook wel de Verloren Generatie, Generatie X of de Patatgeneratie (1970-1985); en de Grenzeloze Generatie of Generatie Y (1985-1995). Ook bekend is de term Millennials (1980-2000).

De jongste variant is Generatie Z (geboren na 1995). Leden van deze generatie zijn volledig in het ICT-tijdperk opgegroeid. Voor hen hebben internet en smartphones altijd bestaan. Ze zijn gewend aan een eindeloze informatiestroom, hebben een korte aandachtsspanne, kunnen goed multitasken en houden van ultrasnelle sociale media.

 

English

  • C.J.W. Zwart

    Sorry, maar deze studenten zijn geboren in het laatste jaar van de 20e eeuw.