Universiteit

Denk om het licht en kom lekker dichtbij

Het perfecte poezenportret

Het Universiteitsmuseum houdt een tentoonstelling en fotowedstrijd over universiteitskatten. Maar hoe zorg je ervoor dat jouw kattenfoto echt mooi wordt? Fotograaf Sylvia Germes kan je de do’s en don’ts precies vertellen. ‘Van bovenaf wordt het eigenlijk nooit mooi.’
Door Thereza Langeler / Foto’s Sylvia Germes

Hij ligt zo intens schattig van de middagzon te genieten dat je de verleiding niet kunt weerstaan: éven een fotootje maken van universiteitskater Doerak. Je trekt je telefoon tevoorschijn, klikt een paar keer, en zo is hij in al zijn pluizige glorie vastgelegd. Denk je. Maar als je door je camerarol bladert, zie je niet meer dan een ondefinieerbare bal haar met oogjes.


Iedereen met een internetverbinding weet: we zijn stapelgek op katten, plaatjes van katten, filmpjes van katten en alles wat ook maar zijdelings met katten te maken heeft. Het Universiteitsmuseum wijdt deze maand zelfs een tentoonstelling aan het verschijnsel campus cat (zie kader).


De Groningse fotograaf Sylvia Germes weet wel waar die fascinatie vandaan komt: ‘Katten zijn grappig, ze zijn vertederend, halen gekke capriolen uit, ze hebben een heel eigen karakter. En het is een uitdaging om ze goed te fotograferen.’


Anders dan de doorsnee kattenplaatjesfanaat weet Germes wél wat ze met die uitdaging aan moet. Naast mensen portretteert ze ook veel dieren, vooral honden en katten. ‘Dieren zijn – net als kinderen trouwens – lastig te fixeren’, zegt ze. ‘Je kan een kat wel ergens neerzetten, maar hij doet vooral gewoon wat hij zelf wil.’



Dat betekent dat je er waarschijnlijk niet in slaagt om een inlijstwaardig portret van Doerak te schieten als je maar een minuutje hebt tussen twee colleges door. Dierenfotografie vergt heel, heel veel geduld. ‘Veel van mijn kattenfoto’s lijken haast geposeerd, zo mooi zit zo’n beestje er dan bij. Maar meestal is dat een kwestie van heel lang heel vaak afdrukken, net zo lang tot je ‘m op precies het goede moment vastlegt.’


Het goede moment kun je zelf creëren. ‘Met zo’n speeltje aan een hengel, bijvoorbeeld’, suggereert Germes. Daarmee beweegt ze katten tot de mooiste poses: staand op de achterpootjes, voorpootjes fanatiek maaiend door de lucht. Voor actiefoto’s moet je wel een beetje weten wat je doet met je camera: ‘De sluitertijd moet kort zijn, en daardoor wordt het licht in de camera behoorlijk geminimaliseerd. Dat kun je oplossen met een wijdopen lens.’ Aanrader van Germes: eentje van 50 millimeter met een diafragma van 1,8. Moet je wel 95 á 150 euro voor neertellen.


Is dat het je niet waard, of ben je aangewezen op je mobieltje? Geen nood, daar kun je óók prima foto’s mee maken. ‘Dan zou ik wel gaan voor een kat in rust’, raadt Germes aan. Tref je zo’n kat, dan moet je als eerste letten op het licht. Direct zonlicht kun je het beste vermijden, vertelt Germes: ‘Eigenlijk is een heldere bewolkte dag het beste.’

Ga zo staan dat je ‘met het licht mee’ fotografeert. ‘Dus of met de zon in je rug, of een beetje schuin achter je.’ Zon pal achter je object – de kat – brengt je camera namelijk in de war: ‘Die denkt: zo, da’s een bak licht, en past zich daarop aan. Daardoor komt de kat erop te staan als een silhouet.’ Tegenlicht kan best mooi uitpakken, als je weet wat je doet. Als je dat niet weet, kun je het maar beter vermijden.

Nog een gouden tip: ga op ooghoogte van de kat zitten en stel scherp op de ogen. ‘Die zijn het allerbelangrijkste, zo leg je echt z’n persoonlijkheid vast. Veel mensen fotograferen katten van bovenaf, maar dat wordt eigenlijk nooit mooi. Tenzij de kat naar boven kijkt, trouwens.’


Denk bij het maken van je foto goed na over wat je in beeld wilt hebben, en wat niet: ‘Zoom in en breng de kat close-up in beeld’, raadt Germes aan. Neem je te veel afstand, dan wordt het uiteindelijke beeld rommelig. Ook de kleur van de achtergrond maakt uit: ‘Doerak heeft een heel mooie, lichte vacht, dus voor hem zou een donkere achtergrond goed zijn.’


Op dinsdagmiddag werkt Doerak daar zelf toevallig uitstekend aan mee. Germes vindt ‘m op zijn vaste hangplek achter het Harmoniegebouw, om zich heen blikkend vanaf een bagagedrager tegen een grijsbetonnen pilaar. ‘Geweldig’, mompelt ze om de paar cameraklikken voor zich uit. ‘Die ógen. Die vácht.’

Af en toe vergt de camera wat bijstellen – lastig, omdat Germes het met de Canon van de UKrant-redactie moet doen in plaats van haar eigen vertrouwde Nikon. Toch blijft ze fanatiek doorklikken, net zo lang tot het zelfs voor doorgewinterde diva Doerak een beetje teveel van het goede wordt. Hij springt van zijn bagagedrager en trippelt met hooggeheven staart weg. ‘Ik ben wel een beetje bezeten van het vak, dat merk je’, grinnikt Germes.


Doerak verbindt

Directeur Arjen Dijkstra van het Universiteitsmuseum geeft het eerlijk toe: eigenlijk heeft hij niets met katten. Toch is een van de museumzalen in december speciaal aan het verschijnsel ‘campuskat’ gewijd, en dat was zijn idee. ‘Ergens is het een geintje’, vertelt Dijkstra. ‘Doerak ging zó enorm leven online.’ Daarin zag hij een gouden kans om bezoekers te trekken naar het museum, dat sinds kort weer open is voor publiek.

Er zit wel degelijk ook een serieuze kant aan de tentoonstelling, benadrukt Dijkstra. ‘Als je naar de geschiedenis van de RUG kijkt, zie je steeds minder binding tussen de academische gemeenschap en de universiteit. Maar om zo’n kat gaan we wél met z’n allen heen staan, daar voelen we ons wel mee verbonden.’ Daarin is de RUG overigens niet de enige. Over de hele wereld koesteren universiteiten hun campus cats.

Het Universiteitsmuseum heeft op Twitter en op de RUG-site een oproep geplaatst: ‘Stuur ons jouw Campus Cat foto’s!’ Tot 10 december kun je foto’s opsturen naar doerak@rug.nl. De mooiste twintig foto’s worden onderdeel van de tentoonstelling.

Universiteitskat

Dijkstra: ‘Iedereen mag foto’s insturen. De regels? Er moet een universiteitskat op staan, dat is eigenlijk het enige. En we hebben er het liefst ook een onderschrift en sociale media-informatie bij.’

Het museum gaat niet alleen foto’s vertonen, maar ook objecten die te maken hebben met katten in de wetenschap. ‘We hebben ook schedels, en opgezette katten – eentje is zeg maar half heel en half skelet. Best scary.’

Een kijkje in de universiteitsgeschiedenis geeft zicht op Doeraks voorgangers; hij is namelijk niet de eerste universiteitskat. ‘Er zijn minstens drie eerdere geweest’, weet Dijkstra. ‘In de jaren ’90 had je bijvoorbeeld de Academiepoes.’ Toen ze met een dikke buik naar de dierenarts gebracht werd – zwanger, dacht men – bleek ze overigens een kater te zijn. En ziek. ‘Tja, die ging toen dood. Als Doerak ooit doodgaat? Dan is de hele RUG denk ik in de rouw.’

Maar dan hebben we gelukkig de foto’s nog.

Vanaf 17 december is de kattententoonstelling te zien in het Universiteitsmuseum. Voor studenten en medewerkers van de RUG is de entree gratis; andere bezoekers betalen 1,50. Met een geprinte kattenfoto krijg je 50 procent korting.

English