Universiteit

Elke promovendus een portret

De hoffotograaf van moleculaire genetica

Rookmachines, rekwisieten, computertrucage: bio-informaticus Anne de Jong zet graag zijn collega’s bij moleculaire genetica op de foto en haalt dan alles uit de kast. Dat levert opvallende portretten op.

René Hoogschagen

Door René Hoogschagen

14 januari om 16:42 uur.
Laatst gewijzigd op 15 januari 2020
om 10:15 uur.
René Hoogschagen

By René Hoogschagen

januari 14 at 16:42 PM.
Last modified on januari 15, 2020
at 10:15 AM.

Anne de Jong bukt en drukt op de sluiterknop van zijn camera. De flitsers gaan af, een raamkozijn tekent zich af op de witte muur. Promovenda Amanda van Tilburg – het model vandaag – probeert comfortabel te ogen, wat moeilijk is: het blok onder haar voeten is hoog en ze glijdt bijna van het krukje. ‘Even je benen van elkaar af, want zo lijkt het net of je maar één been hebt’, zegt De Jong. Van Tilburg schuift gewillig haar rechterbeen naar voren en kijkt in het niets achter de fotograaf. Klik. Klik.

Het resultaat ziet er zo professioneel uit dat je bijna zou vergeten dat de studio een opslagruimte is op de zolder van de Linnaeusborg, met een zwart doek voor een stellingkast en een stukje witte muur als makkelijk weg te photoshoppen achtergronden. 

Ik was uitgekeken op de techniek van de camera, dus keek ik wat er met nabewerking kon 

En dit is nog maar een snel portretje. Als er portretten van promovendi gemaakt moeten worden met hun proefschrift, of foto’s voor de jaarlijkse fotokalender van de afdeling, dan haalt De Jong nog veel meer uit de kast. Een rookmachine bijvoorbeeld, allerhande rekwisieten of een glas melk dat over een model wordt leeggegooid.

Dan transformeert het zwarte doek en figureren de fotomodellen ineens in De aardappeleters van Van Gogh, of ze worden verkleind tot formaatje Ant-Man en poseren naast gigantische petrischaaltjes, bacteriën en pincetten die groter zijn dan zijzelf.

Prutsen met techniek

De Jong heeft daarvoor thuis een speciaal macrostudiootje gemaakt. ‘Met ledlampjes en dat soort dingen.’ Hij praat erover alsof het niet zo bijzonder is dat hij zoiets doet en kan, náást zijn gewone werk als bioinformaticus.

Dit portret bestaat eigenlijk uit drie foto’s die naadloos in elkaar overgaan.

Hij schrijft programma’s waarmee onderzoekers de juiste data uit grote datasets kunnen filteren. Zoals Bagel, dat online in een paar minuten het DNA van een bacterie analyseert en de stukjes laat zien waarmee het concurrerende bacteriën aanvalt. ‘Die kun je gebruiken om antibiotica van te maken’, legt hij uit. Het levert hem veel citaten op, want van zijn programma’s wordt gretig gebruikt gemaakt door onderzoekers.

Op schilderijen zie je ook bijna nooit mensen lachen, dat is zo onecht

Een fotocursus heeft hij niet gevolgd. ‘Ik zoek liever zelf uit hoe het werkt. Ik had een digitale camera en ben uit gaan vogelen hoe de techniek werkt. Op een gegeven moment ben je daar op uitgekeken en dan ga je eens kijken wat er nog meer kan, met nabewerking.’

Photoshop dus. Een foto van een promovendus die een guts melk over zich heen krijgt, bestaat eigenlijk uit drie foto’s die naadloos in elkaar overgaan. De melk is overigens niet zomaar een gekkigheidje, maar heeft met de geportretteerde te maken, zegt De Jong. ‘Ze had een onderzoek gedaan naar melkzuurbacteriën.’

Promovendi

Zo gaat standaard iedere promovendus van de afdeling moleculaire genetica bij De Jong op de foto, mét zijn of haar proefschrift en met iets wat belangrijk was tijdens diens promotie, of  iets dat met het onderzoek te maken heeft. De melk dus, bijvoorbeeld. 

In de gang op de zesde etage van de Linnaeusborg hangen ook foto’s van promovendi tussen stapels thrillers (‘Zij leest driehonderd boeken per jaar’), in een regen van suiker (‘Dat onderzoek ging over suikermoleculen’) of een promovendus die duidelijk reislustig is en met backpack klaar lijkt voor een volgende reis.

Opvallend: slechts één van hen lacht. Lachen is zo snel gemaakt en onecht, vindt De Jong. ‘Als je naar het Rijksmuseum gaat, zie je op schilderijen ook alleen mensen lachen als ze eten: de bourgondiërs. De rest lacht niet.’ Hij wil de mensen juist laten zien zoals ze zijn.

Kalenders

Naast de portretten van promovendi maakt De Jong jaarlijks een kalender met foto’s van collega’s van moleculaire genetica. Ook dat zijn kleine kunstwerken. Er werden al eerder kalenders op de afdeling gemaakt, maar die waren nog met vakantiefoto’s of andere kiekjes die medewerkers zelf hadden gemaakt. Zes jaar geleden begon De Jong zich er mee te bemoeien. Eerst maakte hij een portret van iedere inzender om naast diens foto te zetten. En het jaar erop, toen de animo om foto’s in te sturen wel erg afnam, pakte hij het helemaal op.

Sport was het thema van die kalender. De Jong liet zijn groepsgenoten in volle actie poseren. Of, tenminste, zo lijkt het. De cricketfoto is zijn favoriet in die reeks. ‘Die is buiten genomen, in het donker. Hij is ingeflitst, met daarachter een tegenlicht. Het was wat mistig, dus dat geeft een mooi effect.’

De grootste uitdaging zit in mensen fotograferen

Het jaar erop werd iedereen in een sterk uitvergrote omgeving geplaatst. Hij wijst naar een foto waar twee mensen over de toetsen van een toetsenbord lopen. ‘De secretaresses.’ Op een ander verdrinkt bijna iemand in een waterbadje, terwijl haar collega met een enorme thermometer de temperatuur opmeet. Na de minimensjes kwamen de sterrenbeelden, daarna nagespeelde schilderijen en dit jaar staat de kalender in het teken van spreekwoorden.

Iedereen op de foto’s oogt ontspannen. Ze hebben er duidelijk lol in. De Jong knikt. ‘Dit is ook heel goed voor het teamgevoel. Samen iets maken.’ De tien verschillende nationaliteiten op de afdeling mengen gewoon, zegt hij. ‘De sfeer is heel goed.’ Collega Van Tilburg beaamt dat. ‘We vieren ook samen Sinterklaas, met zo’n dobbelspel waarbij iedereen een cadeautje meeneemt. En we hebben international dinners waarbij we allemaal iets maken.’

Humor

Het liefst heeft hij mensen voor de camera. ‘Daar zit de grootste uitdaging in.’ Of de vogels in zijn tuin in Valthe. En dan het liefst bewegende vogels, ‘maar dat is heel moeilijk. En daar heb ik ook helemaal geen tijd voor’, zegt hij. Zeker dit jaar niet, want het vak dat hij geeft werd verplicht en nu heeft hij in plaats van 30 opeens 170 studenten. 

Trots toont De Jong de flitsers in zijn zolderstudio: één voor zacht licht, één voor hard licht –  die hij in een doos zet waar een raampartij uit is gesneden – en een derde heeft een honingraatraster. ‘Die maakt de rimpels wat minder zichtbaar.’ Het zijn de dingen die fotograferen zo leuk maken, vindt hij. ‘Ik hou gewoon van technische dingen.’

Van gekkigheidjes houdt hij ook, blijkt uit de kalenderfoto’s. Zo zitten de aardappeleters in zijn versie aan het fruit. En zit er ook humor in het spel tussen de figuranten. Met name in de uitdrukking op hun gezichten, beaamt De Jong. Die kun je niet altijd sturen, en dat maakt het ook leuk, vindt hij. Leuker dan een stilleven. ‘Dat kun je wel mooi in beeld brengen met lijnenspel en zo, maar ja, dan is het alléén techniek.’

Hierboven: Deze foto is ingeflitst, met daarachter een tegenlicht. ‘Het was wat mistig, dus dat geeft een mooi effect.’ Achtergrond: Portret opgebouwd uit drie foto’s die naadloos in elkaar overgaan.

English