Universiteit
Onderwijs op het University College. Foto © UG Egbert de Boer

Hoe gaan we elkaar weer zien?

De grote puzzel voor september

Vlak voor de zomervakantie werken de faculteiten zich nog in het zweet om vanaf september weer beperkt onderwijs te kunnen geven binnen de muren van de universiteit. Hoe ver zijn ze? ‘Met de huidige richtlijnen gaat het nooit lukken.’


Thijs Fens

Door Thijs Fens

7 juli om 15:46 uur.
Laatst gewijzigd op 8 juli 2020
om 11:01 uur.
Thijs Fens

By Thijs Fens

juli 7 at 15:46 PM.
Last modified on juli 8, 2020
at 11:01 AM.
Thijs Fens

Thijs Fens

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

Puzzelen. Dat is het woord dat telkens weer voorbij komt als je vraagt hoe het fysieke onderwijs aan de universiteit vanaf september geregeld gaat worden. ‘Roostertechnisch gezien is het namelijk een enorme puzzel’, zegt Klaas van Veen, vicedecaan bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. ‘Er moet ontzettend veel geregeld worden en we moeten keuzes maken.’

Collegezalen gaan maar zeer beperkt weer open en overal moet je anderhalve meter afstand houden. Wie mogen er dan naar de faculteit komen en wie niet?

Prioriteit

Eén van de keuzes die de faculteiten hebben gemaakt, is om voorrang te geven aan eerstejaars. ‘Het is enorm belangrijk dat zij het studentenleven leren kennen’, zegt Gerda Croiset, prodecaan onderwijs en opleidingen bij het UMCG. ‘Dat sociale aspect is ontzettend belangrijk. Ze moeten de studie, hun docenten en hun medestudenten echt leren kennen. Online is dat lastig.’ Daarom zijn er voor de nieuwe studenten ook mentorbijeenkomsten.

Masterstudenten krijgen ook prioriteit. ‘Een masteropleiding is in zekere zin een nieuwe studie en soms komen die studenten van buiten de RUG’, legt Van Veen uit. 

Het sociale aspect is voor eerstejaars ontzettend belangrijk

Bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen krijgt elke student minstens één fysiek college. ‘Wij hebben ervoor gekozen om in elk programma dat we aanbieden, in elke periode, een vak op te nemen dat on campus is’, vertelt onderwijsdirecteur Viktor Venhorst. ‘Dat schept duidelijkheid. Wij zijn een relatief kleine faculteit, dus dat is voor ons makkelijker te realiseren.’

Maar ondanks die kleinschaligheid blijft het een ingewikkelde kwestie. Venhorst: ‘Het ligt er natuurlijk ook maar net aan hoe groot de zaal is en hoeveel studenten er zijn. Een goede optie is bijvoorbeeld om de ene groep in de even weken fysiek college te geven en de andere groep in de oneven weken.’ In de week dat ze niet op de faculteit kunnen zijn, volgen de studenten het college dan online. 

Online colleges

Op die manier gaan veel faculteiten werken vanaf september. Maar dan moeten de online colleges wel van hoge kwaliteit zijn. ‘In maart moest al het onderwijs van de ene op de andere dag online gegeven worden. Er was nauwelijks voorbereidingstijd’, zegt Van Veen. ‘Die tijd is er nu wel.’ 

Er wordt daarom geïnvesteerd in goede camera’s, microfoons en studio’s waarin docenten hun college kunnen opnemen. ‘Het is namelijk verre van ideaal om dat thuis te moeten doen, terwijl je kinderen in de kamer naast je aan het spelen zijn.’

Practica

Praktijkonderwijs is een heel andere kwestie, omdat het simpelweg niet online gegeven kán worden. ‘Wij kunnen geen dokters afleveren die in de praktijk nog nooit een patiënt behandeld hebben’, zegt Croiset. ‘Bij de opleidingen binnen de Faculteit Medische Wetenschappen gaat het vaak om contactberoepen.’ 

De studenten gaan dus gewoon op elkaar oefenen en op patiënten, maar altijd met een chirurgisch mondmasker. Maar, zegt Croiset, ‘het zal minder zijn dan normaal. Veel patiënten komen niet, dus dan moeten we videobellen.’ Ze belooft wel dat alle studenten een volledig programma krijgen. 

Dokters die nog nooit een patiënt behandeld hebben, dat kan niet

Bij de Faculteit Science en Engineering (FSE) gaat het vooral om practica en laboratoriumonderzoek. ‘Het regelen en roosteren van de practica binnen de richtlijnen van het RIVM en de RUG is een enorm moeilijke puzzel’, zegt vicedecaan Rob Timmermans. ‘Veel van onze programma’s hebben practica in het laboratorium, op de computer of met een robot. Deze moeten plaatsvinden, zodat onze studenten geen studievertraging oplopen.’

Volgens Timmermans hebben ze bij FSE normaal gesproken al problemen met de capaciteit van de zalen. ‘Dat komt door de toegenomen studentenaantallen. Maar nu wordt het door corona wel heel lastig.’

Hard hoofd

Dirk-Jan Scheffers, adjunct-opleidingsdirecteur bij de opleiding life science and technology, heeft er in ieder geval een hard hoofd in. ‘Met de huidige richtlijnen gaat het nooit lukken. Elke student moet twintig vierkante meter de ruimte krijgen in een lab, dus je kunt er maar drie of vier kwijt. Als je weet dat er ongeveer 260 eerstejaars studenten biologie zullen zijn, reken dan maar uit hoeveel dagen je nodig hebt om dat te realiseren.’ 

Daarom kijken ze nu hoe ze de laboratoria zo kunnen inrichten dat er meer studenten tegelijkertijd in mogen. ‘We zijn met een plan bezig en hopen dat dit snel wordt goedgekeurd.’ 

Scheffers merkt dat het voor docenten een moeilijke tijd is. ‘Het is pas vrij laat duidelijk geworden wat de restricties zijn. Docenten moeten nu op het laatste moment handelen, terwijl ze na deze roerige maanden ook toe zijn aan vakantie. Dat maakt het lastig. Ik had gehoopt dat we nu al iets verder zouden zijn.’

In enkele gevallen zou online praktijkonderwijs mogelijk zijn, maar dat ziet hij niet zitten. ‘Dat is alsof je naar een kookprogramma kijkt en dan denkt dat je een sterrenchef bent. Je moet het gewoon in de praktijk doen. De mensen die we nu opleiden, moeten over een paar jaar in het lab staan om ons te redden bij een nieuwe crisis.’

Tentamens

En dan zijn er nog de tentamens. ‘Dat kan beter’, zegt Van Veen. ‘We werken er nu hard aan om de tentaminering minder fraudegevoelig te maken. We kijken met experts hoe dat beter kan en of er alternatieven zijn.’ 

Maar dat is lastig. ‘Als achthonderd studenten een multiplechoicetentamen maken, kun je dat niet ineens vervangen door open vragen. Dat is voor een docent onmogelijk om na te kijken.’

Alsof je een kookprogramma kijkt en denkt dat je een chef bent

‘Het blijft gewoon een enorm moeilijke situatie’, weet ook Roel Jonkers, vicedecaan bij de letterenfaculteit. Hoewel er minder praktijkonderwijs gegeven wordt dan bij FSE, maken de docenten zich ook hier zorgen. Zij weten vaak niet waar ze aan toe zijn, bleek tijdens de laatste faculteitsvergadering. Een Q&A moet deze week duidelijkheid scheppen.

Er worden dan ook niet alleen faculteitsbreed plannen gemaakt, maar ook binnen de individuele opleidingen. Want daar zit nogal wat verschil tussen, legt Jonkers uit. ‘Bij letteren heb je bijvoorbeeld de opleiding archeologie. Daarbij moeten studenten veel fysiek veldwerk verrichten. Een opgraving moet je ter plekke doen, dat kan niet online.’

Van Veen merkt in elk geval dat de behoefte aan fysiek onderwijs zowel bij studenten als docenten groot is. En dat is begrijpelijk, zegt hij. ‘Goed onderwijs gaat samen met de interactie tussen student en docent. Dat is nu moeilijk. Ze overleven het wel, maar het is gewoon niet optimaal. Gelukkig kan het in september weer voorzichtig worden opgestart.’

English