Wetenschap

De eerste mens

Onze oud-tante uit Marokko

De moderne mens leefde al zo’n 100 duizend jaar eerder dan we tot nu dachten, en dan ook nog eens in Marokko. De tot dusver heersende theorie – dat de moderne mens rond 200 duizend jaar geleden vrij plotseling in Ethiopië ontstond – kan de prullenbak in. Veel waarschijnlijker is dat de moderne mens zich, verspreid over heel Afrika, geleidelijk heeft ontwikkeld.

Door Leoni von Ristok / Illustratie door Philipp Gunz

 

De moderne mens is zo’n 100 duizend jaar ouder dan tot nu werd gedacht.

Dat concludeert Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut, die de tot dusver oudste fossielen van de homo sapiens vond in Marokko.

De botten rekenen af met de tot dusver heersende theorie dat de moderne mens 200 duizend geleden vrij plotseling in Ethiopië zou zijn ontstaan.

DNA-analyses suggereren dat de vroege moderne mens zelfs al 500 duizend jaar geleden bestond.

Cognitieve vaardigheden maken de mens niet immuun voor evolutionaire ontwikkelingen.

Leestijd: 7 minuten (761 woorden)

‘Er is geen Hof van Eden in Afrika’, zei onderzoeksleider Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut Hublin tegen diverse media. ‘De Hof van Eden ís Afrika.’ Hublin baseert zijn uitlatingen op de vondst van menselijke botten in Jebel Irhoud, een grot ten westen van de Marokkaanse stad Marrakesh.

Maar hoe verrassend is zijn conclusie eigenlijk? Is het niet veel gekker om ervan uit te gaan dat de gehele moderne mensheid, met al haar diversiteit, haar oorsprong heeft in één enkele wieg?

Het lijkt erop dat de Marokkaanse homo sapiens een primitieve schedel had en een klein, zacht gezicht, vergelijkbaar met de hedendaagse mens. Onder meer daarom gaan de wetenschappers ervan uit dat het moet gaan om een vroege versie van ‘ons’. Maar de tot dusver oudste fossiele botresten van de homo sapiens roepen vooralsnog meer vragen op dan ze beantwoorden. Dat die botten in Marokko werden gevonden, is daarbij eigenlijk niet eens zo verrassend. Maar de gevolgtrekking dat de mens ouder is dan gedacht, maakt dat we de geschiedenisboeken kunnen herschrijven.

Arrogantie

De vondsten en ontwikkelingen van de laatste jaren trekken de ingesleten ideeën over menselijke afstammingslijnen in twijfel, aldus RUG-archeoloog Hans Peeters. ‘Het is raar om de menselijke evolutie te zien als een soort lineaire uitkomst, bijna alsof er een doel zit in evolutie’, zegt hij. ‘Dat is eigenlijk een merkwaardig verhaal. Voor andere levende organismen doen we dat immers ook niet.’

Het zou kunnen komen door een bepaalde arrogantie van de mens: misschien denken we wel dat we op een of andere, superieure manier boven de evolutie staan. Dat menselijke evolutie anders zou gaan dan die van alle andere diersoorten. Geen andere diersoort is immers in staat om raketten het heelal in te schieten of andere technologische snufjes te ontwikkelen, zoals het internet. Maar cognitieve vaardigheden maken je niet immuun voor evolutie, stelt Peeters: ‘De mens is onderhevig aan evolutionaire ontwikkelingen, net als alle andere diersoorten.’

Al in 1968 vonden onderzoekers botten in Jebel Irhoud. Die resten werden toen te jong gedateerd. De technologieën die we vandaag de dag kennen, had men toen nog niet. Zo bepaalde men toen bijvoorbeeld de leeftijd van botten met behulp van vuurstenen werktuigen die bij fossielen werden gevonden.

De Marokkaanse homo sapiens maakte die werktuigen op een vergelijkbare manier als de Neanderthaler dat deed in Europa. Daarom concludeerde men toen dat het moest gaan om een soort Afrikaanse Neanderthaler. ‘Om uit een steen een ander object te kunnen maken, moet je driedimensionaal kunnen denken’, legt Peeters uit. ‘Je moet in staat zijn om aan het werk te gaan met een bepaald doel dat je niet uit het oog verliest, terwijl je bezig bent.’ Pas 40 duizend jaar geleden bracht de homo sapiens vuurstenen werktuigen naar Europa en begonnen Europese Neanderthalers deze ook te gebruiken.

Verrassend

Het is aannemelijk dat de homo sapiens zich zelfs nog eerder ontwikkelde. DNA-analyses laten zien dat de moderne mens zich ongeveer 500 duizend jaar geleden afsplitste van andere bekende menssoorten. Tot nu toe was er geen fossiel bewijs dat deze genetische analyses ondersteunde. De vondsten in Jebel Irhoud leveren wel bewijs dat de moderne mens in elk geval al langer geleden bestond dan tot dusver met fossielen aangetoond kon worden.

‘Paleoantropologen hebben de sterke neiging om fossielen te labelen en in hokjes te stoppen’, aldus Peeters. ‘De verschillen zitten in de details. Maar als je fossielen labelt en kenmerken generaliseert, poets je die details weg.’ Volgens de archeoloog zouden we alle labels van tafel moeten vegen en puur kijken naar het materiaal zelf, maar dan wel met de moderne technieken waar we nu over beschikken. We zouden dan wel eens tot geheel nieuwe en verrassende inzichten kunnen komen, denkt hij.

Duidelijk is in elk geval dat de oorsprongsgeschiedenis van de moderne mens vele malen complexer is dan we tot nu toe dachten of misschien hoopten, stelt Peeters. ‘Als je het oerwoud aan menssoorten, die 200 duizend jaar geleden op aarde rondliepen, vergelijkt met de genetische achtergronden van de hedendaagse mens, kun je met zekerheid zeggen dat die soorten zich toen met elkaar hebben gemengd’, aldus Peeters. We hebben het dan over minstens zes verschillende menssoorten. ‘En door steeds meer vondsten en nieuwe interpretaties zal de puzzel in de komende jaren alleen maar ingewikkelder worden.’

English