Studenten
Video & foto's Lidian Boelens

In het sterrenspoor van Eise Eisinga

Daan bouwt z’n eigen planetarium


Daan Vermaat, student sterrenkunde, bouwt in zijn vrije tijd aan een eigen planetarium. Zijn grootste inspiratiebron? Eise Eisinga, de Friese astronoom die in de achttiende eeuw het oudste nog werkende planetarium ter wereld in elkaar knutselde.


Koen Marée

Door Koen Marée

24 september om 10:41 uur.
Koen Marée

By Koen Marée

september 24 at 10:41 AM.
Koen Marée

Koen Marée

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

Als kind staarde Daan Vermaat vol verwondering naar het planetarium van Eise Eisinga. In 1781 voltooide de astronoom uit Franeker in het plafond van zijn eigen huis zijn meesterwerk, waarin hij met uiterste rekenkundige precisie de actuele stand van de planeten nabootste. 

Eenmaal thuis gooide de vijfjarige Daan zijn lego uit de doos en probeerde hij het planetarium na te maken. In de jaren daarna ontdekte hij met nieuwe Legosets, boeken en YouTube-filmpjes hoe radertjes in elkaar haken en zo een mechanisch geheel vormen, dingen in beweging kunnen brengen. 

Vijftien jaar later is de fascinatie nog groter dan toen. Zo groot, dat hij nu al een aantal jaar bezig is met het ontwerpen en bouwen van zijn eigen planetarium. Niet in zijn eigen huis, zoals Eisinga ooit deed, maar in de werkplaats bij zijn ouders in Onstwedde, die vol staat met (hout)bewerkingsmachines, werkbanken, planken en gereedschapssets. Daan combineert het met een studie sterrenkunde aan de RUG. 

Wiskundige puzzel

Het bouwproject begon in zijn eindexamenjaar. Voor zijn profielwerkstuk werkte Daan op papier uit hoe hij een planetarium zou kunnen bouwen op een ronde tafel met een diameter van zo’n 60 centimeter. Dat was een flinke wiskundige puzzel: de baan van de planeten moet in het planetarium perfect synchroon blijven lopen met de tijd en dus maakt een radertje dat net te groot of te klein is al uit: ‘Die berekeningen bestonden wel, maar ik heb ze allemaal opnieuw gemaakt. Dat was flink wat werk.’

Als het binnen vijf jaar lukt om het af te maken, is dat snel

Om nog meer kennis te vergaren over de mechaniek, bracht Daan een nieuw bezoek aan het planetarium van Eise Eisinga, het oudste nog werkende in de wereld. De conservator kreeg een lange lijst met vragen op zich afgevuurd. Ook mocht Daan achter de vitrine op zolder, waar hij voorzichtig tussen de tandwielen door kroop. ‘Heel vet!’

Het theoretische boekwerk dat hij voor zijn profielwerkstuk voltikte, fungeert nu als gebruikershandleiding voor zijn eigen planetarium. In maart 2019 begon Daan tijdens zijn tussenjaar met het frezen van de tandwielen. 88 stuks in totaal. Inmiddels is hij toe aan de assen en het frame, daarna volgt de tafel. En dan moet alles nog in elkaar gepast worden.

‘Als het binnen vijf jaar lukt om het af te maken, is dat snel’, lacht hij. ‘Ik schat dat ik nu op tien tot twintig procent van het werk zit. Eigenlijk wil ik er meer tijd in steken, maar een weekend is te kort om er lekker in te komen en ik heb het druk met m’n studie. Vaak komt het dus aan op vakanties.’

Ambachtelijk

Hij realiseert zich hoe bijzonder zijn project is: ‘In de sterrenkunde gaat tegenwoordig alles met computers. Een planetarium is echt iets van vroeger, uit de tijd dat het de enige manier was om over het zonnestelsel te leren. Maar ik vind het heel mooi om het ambachtelijk te maken.’

Met een houtbewerkende vader kan het niet anders dan dat Daan handig is opgevoed. ‘Ik heb altijd geklust en dingen gerepareerd’, vertelt hij. ‘In m’n tussenjaar heb ik eerst een camper verbouwd, voordat ik met het planetarium begon.’

Je kunt alles maken, als je er maar tijd in stopt

De metaalbewerking van het planetarium was wel een nieuwe vaardigheid: ‘Ik doe dat bij een kennis van m’n ouders. Hij heeft machines van zo’n vijftig jaar oud, dus ik moet nog veel zelf afstellen.’ Ook zit er nog veel handwerk in het afvijlen van de tandwielen. ‘De filosofie van die kennis is: je kunt alles maken, als je er maar tijd in stopt. Dat ben ik helemaal met hem eens.’

Vol huis

Die tijd smeert hij dus uit over meerdere jaren. Als Daan niet met het planetarium bezig is, staan de onderdelen opgeslagen in kasten in de werkplaats bij zijn ouders. Daar neemt het planetarium, of de onderdelen ervan, steeds meer ruimte in. 

Bij de vrouw van Eise Eisinga leidde dat, volgens de overlevering, tot frustratie. Toen de planeet Uranus tijdens het bouwen ontdekt werd, wilde Eisinga nog een extra deel van de woonkamer gebruiken voor zijn planetarium, maar daar stak zij een stokje voor. Daan ervaart rond de bouw juist geen problemen met z’n ouders: ‘Het helpt dat het bij mij uiteindelijk maar een tafel wordt, en niet zoals bij Eisinga een heel huis’, lacht hij. 

Zo’n planetarium doe je nooit meer weg

Hij plukt tijdens zijn studie sterrenkunde de vruchten van alle kennis die hij opdeed tijdens het ontwerpen van het planetarium, vertelt hij. ‘Ik kende de wetten van Kepler, die omschrijven hoe planeten in een baan om de zon bewegen, al heel goed. En andersom merk ik dat ik nu nog meer te weten kom over delen die ik in mijn profielwerkstuk heb onderzocht.’

Hobby

Andersom heeft die studie minder toegevoegde waarde voor de praktische uitwerking van het planetarium. ‘Die staat al vast sinds het schrijven van m’n profielwerkstuk.’ Ten opzichte van Eisinga’s planetarium voegt Daan twee extra planeten en vijf nieuwe manen toe, die de afgelopen eeuwen ontdekt werden. Als het uiteindelijk af is, wil hij met planetaria bezig blijven: ‘Ik vind het heel leuk, maar misschien moet ik het wel meer aanhouden als hobby.’

Aan de andere kant zou hij binnen de sterrenkunde kunnen meebouwen aan grote telescopen: ‘Dat is natuurlijk anders, maar ook heel technisch. Voor de telescoop op Zernike ben ik nu gevraagd om een onderdeeltje te maken voor de spectrograaf. En de RUG bouwt nu aan een nieuwe sterrenkijker op Lauwersoog, daar wil ik ook wel een kijkje nemen.’

Maar eerst zijn eigen planetarium afbouwen. Uiteindelijk moet het een mooi plekje krijgen in zijn eigen huis, en vanaf dan altijd meeverhuizen: ‘Want zoiets doe je nooit meer weg.’

English