Wetenschap

RUG-farmaceuten zetten alles op alles

Coronamedicijn bestaat misschien al

Heel misschien ligt een medicijn tegen het coronavirus al op een labtafel van de RUG. Onderzoeker Paul Hagedoorn werkt als een paard om het geschikt te maken voor een test op proefpersonen. 


Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

19 maart om 17:12 uur.
Laatst gewijzigd op 20 maart 2020
om 14:02 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

maart 19 at 17:12 PM.
Last modified on maart 20, 2020
at 14:02 PM.
Christien Boomsma

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio
Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Paul Hagedoorn

Hij is helemaal alleen in het immense laboratorium aan de Antonius Deusinglaan. Niemand anders mag naar binnen, maar voor onderzoeker farmaceutische technologie Paul Hagedoorn gelden de normale regels niet. Hij werkt immers aan een mogelijk medicijn tegen het coronavirus. ‘Dit zou het verschil kunnen maken’, zegt hij, zonder overdrijving. 

Hij benadrukt: het is géén nieuw, maar een bestaand medicijn. Het verschil zit in het toedienen ervan: met een inhaler. En het is nog helemaal niet zeker dat het ook werkt.

Het begon iets meer dan anderhalve week geleden, toen Hagedoorn een telefoontje kreeg van hoogleraar farmacie Erik Frijlink. Die had in de literatuur gelezen over twee middelen tegen malaria, chloroquine en hydroxychloroquine, die mogelijk ook werken tegen het gevreesde coronavirus. ‘Op celniveau is aangetoond dat er positieve effecten zijn’, zegt Hagedoorn. 

Wetenschappers zijn er nog niet uit hoe ze die effecten kunnen verklaren. Het zou kunnen zijn dat deze stoffen bij toediening worden omgezet in een positief geladen deeltje dat langer in de cel blijft en daardoor als het ware toegang tot de cel blokkeert voor het virus. ‘Maar er zijn ook andere verklaringen.’

Niet storen

Maar, zei Frijlink, als we nu eens meteen aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat dit medicijn op de snelste, meest effectieve manier kan worden toegediend aan een patiënt? 

Denk aan een suikerkorrel die je in 25 miljoen deeltjes moet verkleinen

Nu werken Hagedoorn en Frijlink vaker samen. Ze houden zich bezig met het ontwikkelen van speciale inhalatoren, waarmee je medicijnen zo efficiënt mogelijk kunt toedienen aan de patiënt. Dat deden ze voor astma en COPD, maar ook voor minder voor de hand liggende ziekten: Parkinson bijvoorbeeld en tbc.

Zou niet juíst voor een virus als COVID-19 een inhalator de ideale manier zijn? ‘Je brengt de medicijnen rechtstreeks naar het doelgebied’, vertelt Hagedoorn. ‘De longen.’ 

Dat was het moment dat Hagedoorns leven op zijn kop kwam te staan. Hij bestelde de benodigde grondstoffen, die gelukkig al na een dag in zijn lab arriveerden. Hij leegde zijn hele agenda, zegde alle afspraken af. Zijn collega’s – die toen nog gewoon aan het werk waren – kregen te horen dat ze hem niet mochten storen. ‘Laat Paul met rust en stoor hem verder niet meer.’ En Hagedoorn gooide al zijn energie op dit project. 

Suikerkorrel

Want je kunt deze chloroquine niet zomaar toedienen aan de longen, legt Hagedoorn uit. Voor je het kunt toedienen moet je ervoor zorgen dat de deeltjes minuscuul zijn. ‘Denk aan een suikerkorrel die je in 25 miljoen deeltjes moet verkleinen’, zegt Hagedoorn. ‘Dan heb je een idee van hoe verschrikkelijk klein die deeltjes moeten zijn.’

Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Hagedoorn doet de grondstoffen daarvoor in een soort molen, waarna hij er stikstofgas op aansluit. Onder hoge druk botsen de deeltjes vervolgens op elkaar, waardoor ze opbreken. ‘Die vang je dan op en via een laser kun je zien of ze de juiste grootte hebben’, zegt hij.

Die deeltjes – bewerkt met hulpstoffen zodat ze niet alsnog weer gaan samenklonteren – worden vervolgens in een speciale inhalator geplaatst: de cyclops, die Frijlink en Hagedoorn al eerder ontwikkelden en waar ze patent op hebben. Via een simulator die het inhaleren nabootst, wordt vervolgens gekeken of het medicijn diep genoeg doordringt in de longen van een patiënt. 

Potentie

Maar nu, nog maar anderhalve week na dat eerste telefoontje van Frijlink, hebben ze het voor elkaar. Er ligt een medicijn dat mogelijk werkt en een inhalator waarmee dat medicijn kan worden toegediend. ‘Het is bizar’, zegt Hagedoorn, behoorlijk onder de indruk. ‘Waar we normaal een jaar over doen, hebben we nu in een week voor elkaar.’

Waar we normaal een jaar over doen, hebben we nu in een week voor elkaar

Toegegeven, hij heeft ervaring – hij doet dit al 27 jaar, dus hij weet welke stappen je moet zetten. Hij kreeg extra handen in de vorm van promovendus Imco Sibum en postdoc Floris Grasmeijer. En de artsen, onder wie Onno Akkerman van het UMCG, doen er ook alles aan om het werk te faciliteren. ‘Dat is geweldig. Ze zien echt de potentie hiervan.’

Ook de medisch ethische toetsingscommissie (METC) zette alle zeilen bij vanwege de noodsituatie. ‘Zij probeert of we de hele papierwinkel zo snel mogelijk kunnen afhandelen.’

En nu is het dus zaak om de stof toe te dienen aan een gezonde proefpersoon. Dierproeven zijn niet nodig, omdat het gaat om een bestaand medicijn dat anders wordt ingezet. 

Ideale scenario

De protocollen worden op dit moment geschreven, zegt Hagedoorn, die net een videoconferentie achter de rug heeft met het hele team. Er is inmiddels precies vastgelegd hoe de trials gaan verlopen. De METC gaat die vervolgens zo snel mogelijk beoordelen en hopelijk kunnen dan ‘in het ideale scenario’ over vier weken de eerste proeven worden gedaan.

Die eerste tests zijn vooral om uit te zoeken of de proefpersonen de toediening via een inhalator goed verdragen. Pas als dat duidelijk is, kunnen de vervolgstappen gezet worden.

Waarschijnlijk worden die eerste tests gedaan bij een tiental gezonde hulpverleners, zegt Hagedoorn. Hij en Frijlink hopen namelijk dat hun medicijn niet alleen geneest, maar ook beschermt. En het ligt gewoon op zijn bureau. Kant en klaar.

‘Ze krijgen het dan eerst in een vrij lage dosis toegediend, dan een iets hogere en dan nog wat hoger’, legt hij uit. Ondertussen wordt de longfunctie gecontroleerd en bloed afgenomen en gecheckt. 

‘Als dat naar tevredenheid loopt, dan kan het heel snel naar patiënten gaan’, zegt hij. Sneller in elk geval dan bij de opties die collega’s in het buitenland onderzoeken. ‘Die kijken meer naar vaccins en antilichamen’, zegt hij. ‘En die nemen veel meer tijd om te ontwikkelen.’

English