Universiteit

ucg: één grote familie

Class of 2017

In 2014 opende University College Groningen de poorten. Een groot avontuur voor de universiteit en de nieuwe faculteit, maar vooral voor de eerste studenten. Nu, drie jaar later, zwaait die lichting af: de ‘Class of 2017’. Wie zijn ze, wat hebben ze beleefd en waar gaan ze naartoe?
Door Tim Bakker / Foto Reyer Boxem

Drie jaar na de start van University Collega Groningen zwaait de eerste lichting nu af; de ‘Class of 2017’.

UCG had in 2014 een moeizame start. Er volgden enkele financieel lastige jaren, ook met kinderziektes.

De opleiding begon met 33 studenten, daarvan zijn er 26 over. Voor volgend jaar hebben 150 studenten zich ingeschreven.

Het mooie van University College? Je borduurt voort op de middelbare school, maar je went alvast aan een universiteit.

‘Enthousiast en betrokken, echte pioniers.’ Zo noemt decaan Hans van Ees de eerste lichting.

Leestijd: 8 minuten (1486 woorden)

Een plek waar excellente en internationale studenten zich bekwamen in Liberal Arts and Sciences. Het was een lang gekoesterde droom van het RUG-bestuur: een University College Groningen (UCG). In maart 2014 kreeg UCG groen licht van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Commissie (NVAO), een jaar nadat het project onder leiding van decaan Hans van Ees van start was gegaan. ‘Toen moesten we nog snel studenten gaan werven die dat jaar konden beginnen’, herinnert van Ees zich.

33 waren het er, waarvan er nog 26 over zijn. De universiteit maakte voor het eerst kennis met de Class of 2017 tijdens de opening van het academisch jaar in de Martinikerk in september 2014. Met een flitsend filmpje en een scene met kartonnen borden stelde de eerste lichting UCG-studenten zichzelf en hun nieuwe faculteit voor. Daar op dat podium stonden onder andere Marieke van Beek en Akelei de Lange (rechts). Samen met hun jaargenoten vertegenwoordigden ze ook Janek Gulbis (midden), die op dat moment thuis ziek op bed lag.

Kleinschalig

Behalve elkaar leerden de studenten de stafleden ook al gauw kennen. Bij gebrek aan oudere UCG-studenten, die waren er immers nog niet, verzorgden zij de introductie van de studie. De band die daar gesmeed werd tussen studenten en stafleden zou de jaren daarna, mede dankzij de kleinschaligheid van de studie, alleen maar beter worden.

‘Natuurlijk was er ook wel eens onenigheid’, zegt Janek. ‘Maar ze waren er altijd wel voor je, hoe gek dat ook klinkt.’ Dat er zelfs oud-stafleden speciaal naar Groningen kwamen om de projectpresentaties bij te wonen, geeft al aan dat de verbondenheid verder gaat dan enkel de periode dat de studenten hier zitten, constateert ook Van Ees. ‘Maar zonder dat het klef is, hoor.’

Die klefheid bestond uiteraard wel tussen de studenten onderling, en bloeide in enkele gevallen zelfs uit tot een relatie. Dat UCG-studenten hun eerste jaar verplicht samen wonen, tegenwoordig in het Frascati-gebouw, heeft ook bijgedragen aan de onderlinge band. ‘En op studiegebied weet je na drie jaar ook wat je aan elkaar hebt. Dat bevordert de samenwerking wel’, stelt Janek.

Het UCG-pand aan de Hoendiepskade. (Foto door Traci White)

Aangezien ongeveer een derde (inmiddels twee derde) van de studenten uit het buitenland kwam, was de voertaal Engels. Dat vormde al gauw geen probleem meer. Sterker nog: ‘Soms, als we met een groepje Nederlanders overbleven, merkten we na een tijdje pas dat we nog steeds Engels spraken’, vertelt Marieke.

Studentenleven

Het klinkt voor buitenstaanders misschien een beetje als een grote, gezellige UCG-bubbel, maar dat absoluut is niet het geval, vindt ze. ‘Wij hebben een gewoon studentenleven en waren ook lid bij allerlei verenigingen: sport, politiek, maar ook Vindicat of Albertus. Zelf heb ik onder meer geroeid bij Gyas.’ Het leverde in elk geval mooie verhalen op in het jaarboek dat de ‘Class of 2017’ ter herinnering maakte, zegt Van Ees. ‘Het is ook alleen maar goed dat ze andere activiteiten ondernemen naast het curriculum.’

Over het curriculum gesproken. Wat leer je nou precies op een University College? Waar schrijven die 150 nieuwe eerstejaars zich eigenlijk voor in? ‘Ik had er niet echt een verwachting van’, geeft Akelei toe. ‘Het klonk wel goed’, vult Janek aan. ‘De flexibiliteit en de mogelijkheid je interesses te volgen, spraken me wel aan.’ Die keuzemogelijkheden kwamen voor een groot deel pas na het eerste jaar, waarin de studenten in vier thematische blokken konden proeven van de verschillende academische disciplines.

Zo borduur je voort op de middelbare school ‘maar wen je vast aan het niveau op de universiteit’, zegt Marieke. Akelei: ‘Veel mensen willen van alles en kunnen nog niet kiezen. Hier krijg je de gelegenheid om verschillende dingen te doen, maar word je ook een beetje gedwongen door te zetten. Daardoor ontdekken mensen hun talenten. Een klasgenoot deed eerst technische bedrijfskunde, maar gaat na de major Health & Life Sciences nu in Wageningen een master in voedingswetenschappen doen. Een andere combineert psychologie en bedrijfskunde.’

Radicale keuzevrijheid

Tijdens de studie kunnen UCG-studenten kiezen uit vijf majors: Philosophy, Politics & Economics; Physics; Health & Life Sciences; Cognition & Behaviour; en Humanities. Daarnaast volgen ze algemene vaardigheidsvakken, werken ze samen aan projecten en wordt het ten zeerste aangeraden een half jaar op uitwisseling naar het buitenland te gaan.

Eerst een tussenjaar

Akelei de Lange (22, rechts op de bank) kwam uit Amsterdam naar Groningen om biomedische wetenschappen te studeren, maar stopte daarmee ‘omdat je daar vooral opgeleid wordt tot onderzoeker.’ Binnen het meer projectgerichte UCG schreef ze haar scriptie op het gebied van medische ethiek, en woonde ze een half jaar in Wellington, Nieuw-Zeeland. Neemt na vier jaar studeren een tussenjaar om stage te lopen, te reizen en zich te oriënteren op haar volgende stap. Daarvoor keert ze eerst weer terug naar Amsterdam, van waaruit ze op zoek gaat naar een master in het buitenland.

Dat zijn niet de typische verkapte snoepreisjes, weet Marieke. ‘Je moet aangeven welke vakken je wilt volgen en hoe die op je major aansluiten. Anders krijg je geen goedkeuring. Er is geen ruimte om punten ‘weg te gooien’, zeg maar.’ University College is immers al breed genoeg, vinden de studenten. ‘Een master is wel echt nodig als verdieping.’

Kortom, zolang je het maar kunt beargumenteren kun je alle kanten op. Dat is het basisprincipe van University College, legt Van Ees uit: ‘Radicale keuzevrijheid.’ Een mooie doelstelling natuurlijk, ‘maar de plannen op papier zijn niet direct realiteit’. Dertig studenten keuzevrijheid bieden kost veel geld, meer dan het oplevert. Het waren financieel lastige eerste jaren, maar mede dankzij het vertrouwen van het RUG-bestuur kon het project doorgaan.

Echte pioniers

‘We hebben in die eerste periode veel ontdekt en geleerd en zijn daarbij ontzettend geholpen door de studenten’, klinkt Van Ees lovend. ‘Ze waren ontzettend enthousiast en betrokken, echte pioniers. Daar zijn we ze erg dankbaar voor. Hun eigenaarschap, het gevoel van verantwoordelijkheid voor hun eigen educatie, is kenmerkend voor de waarden die we willen uitdragen.’

Dat er nog wat ‘kinderziektes’ waren, hadden de studenten ook wel door. Dat is ook niet meer dan logisch als je wat nieuws neerzet, stellen ze alle drie. Daar staat tegenover dat ze altijd actief betrokken werden bij de ontwikkeling van UCG, bijvoorbeeld door het opzetten van een studievereniging, deel te nemen in een selectiecommissie voor nieuwe stafleden en mee te denken over de invulling van de faculteitsraad. ‘En je merkt ook dat er naar aanleiding van onze feedback al veel is verbeterd,’ zegt Akelei.

Kleinschaligheid lijkt het toverwoord op het UCG. Van Ees ziet het dan ook als een uitdaging om die mentaliteit te behouden nu de twintig afstuderenden worden vervangen door zo’n 150 eerstejaars. Nu kon er nog gebarbecued worden met alle derdejaars en stafleden, na afloop van de projectpresentaties. ‘En dat is wel erg gezellig’, mompelt Janek de volgende ochtend met de slaap nog in zijn ogen.

Schiermonnikoog

Samen met de twee andere lichtingen werd afgelopen weekend nog een ‘traditioneel’ tripje naar Schiermonnikoog gemaakt. Eind juni volgt dan de graduation week, met onder meer een gala en een closing ceremony met de bekende Amerikaanse cap & gown, die omwille van de achterblijvers geen graduation ceremony heet. Nog één laatste dienst bewezen de studenten hun faculteit, maar in eerste instantie vooral zichzelf: een alumnivereniging. Want het contact moet behouden blijven, wat de toekomst ook brengen moge.

Dat is voor iedereen verschillend. Hans van Ees hoopt dat de in september beginnende Class of 2020 nog als student voet zal zetten op de nieuwe campus. Maar ook voor de Class of 2017 lopen de plannen uiteen. Toch nog een half jaartje bachelor afronden, een tussenjaar, of direct een master? Eerst maar eens zomer. Daarna wordt het voor alle betrokkenen écht serieus.

De Class of 2017.

English