Wetenschap

Jojanneke ( rechts )

Jojanneke Bastiaansen is senior onderzoeker bij medische wetenschappen, waarbij ze zich vooral bezighoudt met het onderzoek naar depressie. Daarnaast is ze columniste voor onder andere Sciencepalooza en Ouders van Nu.

Vera ( links )

Vera Heininga is interdisciplinair postdoc bij gedrags- en maatschappijwetenschappen. Ze onderzoekt hoe het versterken van positieve geestelijke gezondheid depressie kan bestrijden.

Maurits

Maurits Masselink is PhD-student bij medische wetenschappen. Hij werkt aan een proefschrift over het zelfbeeld en depressie waarop hij op 4 december hoopt te promoveren.

Jonge honden pleiten voor Open Science

Cheerleaders van de wetenschap

Jonge onderzoekers zijn klaar met de gesloten cultuur in de ‘oude’ wetenschap. In plaats daarvan pleiten ze voor openheid, transparantie en deelbaarheid. ‘We moeten geen genoegen nemen met de status quo.’
Door Christien Boomsma / Foto René Lapoutre

Open Science in Groningen

Open Science wil de kwaliteit van de wetenschap verbeteren door zoveel mogelijk kennis en data openbaar te maken. Dat betekent onder andere publiceren via open access – waarbij iedereen een artikel kan lezen – het vrijgeven van onderzoeksdata en preregistratie van een onderzoek. Bij dit laatste legt een onderzoeker vooraf een onderzoeksplan en –vraag vast, om selectief winkelen in eigen data te voorkomen.

De pas opgerichte Open Science Community Groningen is een initiatief van een groep jonge, Groningse wetenschappers. Zij willen de aandacht en kennis over Open Science onder studenten en onderzoekers vergroten en zo de kwaliteit van onderzoek verbeteren.

De community wil niet alleen onderzoekers samenbrengen, maar ook workshops organiseren en praktische hulp bieden.

De kick-off is op dinsdag 22 oktober met een symposium in het Van Swinderen Huys.

Wil je lid worden? Dat kan via openscience-Groningen.nl

 

Open Science? Dat klinkt saai en beleidsmatig. Waarom zouden studenten en PhD’s zich daar druk over maken?

Jojanneke Bastiaansen, senior onderzoeker bij medische wetenschappen: ‘Het zijn juist de studenten en de jonge onderzoekers die in hun leerboeken kijken en zich moeten afvragen: wat klopt er eigenlijk nog, nu de ene na de andere wetenschappelijke bevinding niet blijkt te repliceren? Zij zijn ook degenen die zich afvragen: waarom bedrijven jullie eigenlijk wetenschap op deze manier?’

Vera Heininga, postdoc bij gedrags- en maatschappijwetenschappen: ‘Voor de jongere generatie is Open Science bijna vanzelfsprekend. Zij zeggen: duh, natuurlijk moet je open zijn in alles wat je doet. Maar die insteek schuurt met die van een wetenschapper die in zijn eentje, in een gesloten kamertje, zijn onderzoek doet en daarin keuzes maakt die een andere onderzoeker, in een ander hokje, anders zou maken. Welke dat zijn, is niet controleerbaar. Maar als je alle data en protocollen online zet, is dat anders. En als er vragen zijn en iemand wil weten hoe het zit, kun je alles nog eens grondig nalopen.’

Werkt het huidige proces dan niet?

Jojanneke: ‘Als je vragen hebt over een onderzoek, krijg je er vaak geen vinger achter. Je mailt auteurs, maar krijgt meestal geen reactie. Dat is een heel frustrerend proces.

Tegelijk zit je dan met je eigen onderzoek en dat probeer je supernetjes te doen. Maar juist áls je het supernetjes doet en alles van tevoren registreert, komt er vaak niet uit wat je op basis van de literatuur zou verwachten. Juist bij die jonge generatie ontstaat daarom nu iets van: dit kan anders en dit moét anders.’

Als je vragen hebt over een onderzoek, krijg je meestal geen reactie op je mails

Jojanneke Bastiaansen

Was er een omslagmoment? Een moment waarop jullie zeiden: zo kan het niet meer?

Maurits Masselink, PhD bij medische wetenschappen: ‘Een van de dingen die dit gekickstart heeft, was een artikel van Daryl Bem over paranormale gaven in 2011. Bem liet in negen verschillende experimenten zien dat dit zou bestaan en publiceerde dat in een top journal. Toen dachten veel mensen: oké, als je met de methoden die we nu gebruiken dergelijke dingen kunt publiceren, dan is er iets mis.’

Vera: ‘Voor mij was het een artikel van de “rockster” van de Open Science, John P.A. Ioannides: Why Most Published Research Findings Are False uit 2005. Hij laat door simulatiestudies zien dat het bij veel studies schort aan dingen waar we nooit eerder dachten.’

Jojanneke: ‘Voor mij was het Marcus Munafò, een Britse hoogleraar. Toen ik aan mijn eerste postdoc begon, wilde ik alles zo netjes doen. Maar ik had allemaal nulbevindingen. En toen kwam ik Munafò tegen en die zei: zet door. Publiceer die nulbevindingen!

Uiteindelijk is me dat gelukt. En later op symposia kwamen er allemaal promovendi naar me toe die zeiden: “Ik heb precies zo’n dataset als jij, maar tegen mij zeiden ze: zie er maar van af. Move on. Hiermee behaal je geen punten in de wetenschap.”’

Volgens jullie helpt het huidige beloningssysteem ook niet mee. Toch?

Vera: ‘Nee! Binnen het huidige systeem kun je je tijd beter investeren in significante bevindingen dan in nulbevindingen. Maar dat is eigenlijk heel gek.’

Jojanneke: ‘Als je je carrière wilt optimaliseren, dan moet je heel veel kleine flutstudies doen. Als je dat dan publiceert, gaat je carrière als een raket. Maar dan krijg je natuurlijk niet de beste wetenschappelijke output.’

We hebben de ethische verplichting om het beste onderzoek te doen dat we kunnen

Maurits Masselink

Vera: ‘En het is verkwisting van subsidiegelden, want op deze manier bouw je maar heel langzaam nieuwe kennis op.’

Maurits: ‘En vergeet niet dat wij in de psychiatrie en de medische wereld ook nog eens met mensen werken: patiënten, die hun hoop vestigen op ons. We hebben de ethische verplichting om het beste onderzoek te doen dat we kunnen en hun belang boven onze eigen carrière te zetten.’

Toch staat lang niet iedereen te juichen bij het idee van Open Science. Sommige wetenschappers vinden het maar lastig.

Vera: ‘Soms is er wrijving tussen jonge wetenschappers en de oudere hoogleraren. Iemand die is opgegroeid in het klimaat van gesloten wetenschap vraag zich misschien af of hij onderdeel was van een systeem dat niet deugt. Dat is niet zo hoor, maar dat kleeft er soms nog wel een beetje aan.’

Jojanneke: ‘Je moet ook niet vergeten dat je steeds minder tijd hebt, naarmate je klimt op de ladder. Promovendi en postdocs hebben de meeste tijd om hun routine aan te passen. Het is eigenlijk al fantastisch als een hoogleraar zijn onderzoekers de kans geeft om het op een andere manier te gaan doen.’

Vera: ‘Toch vind ik het lastig dat zij wel degenen zijn die mensen aanstellen en moeten zeggen: wij vinden het goed als je investeert in Open Science. Want dat kost tijd: je moet een extra codeboek schrijven om het te documenteren, je moet een preregistratie doen, terwijl je eigenlijk al moet publiceren…’

Jojanneke: ‘Het is een fine line. We zijn enthousiast en idealistisch, maar mensen voelen zich toch vaak aangevallen. Alsof ze het niet goed genoeg doen. Maar ik geloof persoonlijk dat de meeste wetenschappers gewoon hun stinkende best doen.’

Of ze denken dat jullie hen willen vertellen hoe ze onderzoek moeten doen…

Jojanneke: ‘Dat is niet zo. Ik wil gewoon graag weten hoe zij hun werk gedáán hebben, zodat ik en journalisten en onderzoekers het op waarde kunnen schatten.’

Vera: ‘En zodat het controleerbaar is.’

Jojanneke: ‘Je wilt weten waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Of er analyses waren zonder significante resultaten. Maar ik wil mensen meekrijgen en niet met het vingertje wijzen.

Soms word je weggezet als een Jehova’s getuige. Alsof we op een missie zijn om anderen te overtuigen

Vera Heininga

We zijn allemaal gevoelig voor de druk die er in de wetenschap heerst en de beloningsstructuur. Bovendien hou je jezelf gemakkelijk voor de gek. Dat merk je al als je je data hebt en denkt: hmmm, er is geen effect, maar er zit wel een enorm verschil tussen mannen en vrouwen. En dan popt het zomaar in je hoofd om te denken: ja, maar ik had ook gedácht dat ik daarnaar ging kijken. Dat gebeurt iedereen, maar zoiets als preregistratie houdt je dan bij de les.’

Maar jullie zijn wel heel erg op zoek naar medestanders.

Vera: ‘Wat ik vervelend vind, is dat je soms wordt weggezet als een Jehova’s getuige. Alsof we op een missie zijn om anderen te overtuigen. Maar dat is niet zo.’

Maurits: ‘We hebben de community wel opgericht om andere mensen te helpen…’

Vera: ‘Ja, maar dat is voor mensen die geïnteresseerd zijn. Iemand die geen boodschap heeft aan Open Science, wil ik heus niet omturnen. Voor mij was het heel fijn geweest als we een paar jaar geleden een community hadden gehad die me kon helpen met zaken als preregistreren. Hoogleraren zien Open Science misschien als iets waaraan ze veel tijd moeten besteden, maar nu kunnen ze hun studenten doorsturen.’

Zijn jullie niet bang dat je het vertrouwen in de wetenschap juist verder aantast?

Maurits: ‘We kunnen ontkennen dat er een probleem is, maar dan blijven we bouwen op drijfzand. We moeten nu een omslag maken en weer zorgen dat we te vertrouwen zijn. Niet dat we dat eerder niet waren overigens. Maar goed…’

Jojanneke: ‘Ik heb het ook wel gehoord vanuit de zaal: kunnen deze discussies niet binnenskamers blijven? Maar dan krijg je weer: trust me, ik heb een labjas aan. Of een toga. Ik denk dat het veel meer vertrouwen inboezemt als de discussie openlijk wordt gevoerd en je laat zien: we nemen dit serieus en ondernemen stappen. Ik heb niet de illusie dat wat ik nu doe perfect is, maar we moeten geen genoegen nemen met de huidige status quo. We willen niet de azijnpissers van de wetenschap zijn. We zijn juist de cheerleaders van de wetenschap.’

 

English