Studenten

Jouw vakantiewerk is hun dagelijkse sleur

Bloed, zweet en druiven

Lekker fysiek werk doen, bijbruinen in de zon en een paar centen bijverdienen. Voor studenten is druivenplukken in Frankrijk een manier om er even helemaal uit te zijn. Maar veel Franse plukkers moeten in de velden zwoegen voor hun dagelijks brood.
Door Sisi van Halsema / Foto’s Gerrit van de Vosse

Het is 32 graden. Mijn kleren zijn doordrenkt met zweet en druivensap en mijn handen zitten onder de bloederige sneden. Maar het ergste is mijn rug. Ik weet niet of ik moet bukken of hurken; alles doet pijn. En dit is nog maar dag twee.

Na mijn scriptie wilde ik ontstressen in de buitenlucht en dus ben ik nu aan het druivenplukken in Frankrijk. Daarbij denk je waarschijnlijk aan een heerlijke nazomerzon, uitzicht op glooiende heuvels en uitgestrekte druivenvelden, bourgondische maaltijden, rode wijn in overvloed, mooie ontmoetingen en diepe gesprekken. Vakantie, en er ook nog eens een beetje geld aan overhouden.

Maar terwijl ik mijn Franse medeplukkers probeer bij te benen, knip ik met mijn schaartje in mijn pink, dwars door mijn nagel. ‘Au!’ Als ik opkijk is iedereen al meters verder en ik loop weer achter. Wat nou ontstressen? Ik deed dit toch voor mijn plezier?

Hele jaar op het land

Dat geldt niet voor iedereen hier. Nataniel uit Marseille vertelt me dat hij het hele jaar op het land werkt, oogst na oogst, altijd op zoek naar een nieuwe plek waar hij geld kan verdienen. We zeggen tijdens het plukken niet veel tegen elkaar. Mijn Frans is matig, net als zijn Engels. Maar af en toe hoor ik hem kreunen. ‘Ça va?’ vraag ik. Hij antwoordt niet. ‘Ça va’ blijkt een vraag die je soms beter niet kan stellen.

Als ik een rijtje pluk met Eddy, een andere Fransman, vraag ik hem of dit zijn eerste druivenoogst is dit jaar. ‘Ja’, zegt hij. ‘Maar hiervoor heb ik uien gerooid.’ Als ik hem vraag wat zwaarder is, antwoordt hij: ‘Uien rooien, zonder twijfel.’ En dat terwijl druiven plukken het zwaarste is wat ik ooit heb gedaan. Als ik na een paar dagen al zó kapot ben, hoe moet het dan zijn als je een maand bezig bent? Laat staan als je niet weet wanneer je klaar bent.

Als ik na een paar dagen al zó kapot ben, hoe moet het dan zijn als je een maand bezig bent?

Valérie, die hier uit de omgeving komt, trekt wild aan de struiken. Ze veren terug in mijn gezicht. Haar schaartje gebruikt ze nauwelijks. Snel is ze wel, ze heeft duidelijk haar eigen tactiek ontwikkeld door de jaren heen. Maar telkens als ik een trosje heb, ontglipt hij me weer omdat ze zo ruig aan de planten sjort. Andere plukkers, zoals Jerome, plukken sierlijk en behendig, bijna zonder dat de struiken bewegen.

‘Als je een wijnoogst bij Jean-Claude overleeft, kun je alles aan’, zegt Jerome, terwijl hij een paar trosjes in mijn emmer gooit zodat die minder leeg lijkt. Hij plukt al bijna tien jaar bij onze boer, Jean-Claude Papillon uit Saint-Laurent d’Oingt. Hij is niet de enige die jaarlijks terugkeert: het lijkt wel een kleine familie.

Eenzame taak

Geen wonder. De boer is een vriendelijke man van rond de zeventig. Hij vertelt met enthousiasme over zijn leven als viticulteur. Hij heeft het bedrijf overgenomen van zijn vader. ‘Druivenboer zijn kan niet zonder liefde voor je vak’, zegt hij. ‘Voor de plukkers draait het om die paar weken oogsten, maar voor mij gaat het werk het hele jaar door, met het onderhouden van mijn land en struiken. En dat is soms een eenzame taak.’

Jean-Claude vertelt dat dit een extra moeilijk jaar is. Een aantal hevige hagelstormen hebben zijn oogst deels geruïneerd. Dat is te zien aan de grootte van de druiven, die soms zo klein zijn dat ik me afvraag of ik ze wel moet plukken.

In de korte pauzes wil ik in het gras gaan liggen om mijn rug even te ontspannen, maar daar is geen tijd voor. Er wordt wijn en water gedronken en dan zegt Jean-Claude alweer ‘allez, allez’. Plassen moet ergens tussen de struiken die we al leeggeplukt hebben. Geen probleem voor de mannen, maar wat lastiger voor de vrouwen. Ik ben bang dat ze me zien, dus ik loop verder weg. De rest is ondertussen begonnen aan een nieuwe rij en ik kom als laatste aangerend.

Het verbaast me dat de Fransen overeind blijven in het veld na zoveel wijn

Als we klaar zijn met werk, rijden we terug in een geel Peugeot-busje, waar we met zijn allen dicht op elkaar gepakt zitten. In de vele bochten worden we door elkaar geschud. Marga, de Limburgse ex-vrouw van de boer, wacht ons op met gedekte tafels. Witbrood, Franse kaas, veel vlees – al wordt er hier gelukkig ook rekening gehouden met vegetariërs zoals ik – en wijn. Heel veel wijn. Dat de Fransen nog overeind kunnen blijven in het veld, verbaast me.

Marga kwam voor het eerst naar deze plek toen ze mijn leeftijd had, ook om te plukken. Jean-Claude werd smoorverliefd op haar. Een paar zomers later trouwden ze en ze kregen een dochter. Moeder en inmiddels volwassen dochter wonen nu weer in Nederland, maar de laatste vijf jaar keert Marga terug tijdens de oogst om Jean-Claude te helpen met de administratie en het eten.

Geen besef van tijd

Eigenlijk vind ik het zware werk helemaal niet zo erg, bedenk ik me tijdens het eten. Want hoewel het afmattend is, ben ik elke dag voldaan. Na het werk hoef ik nergens meer aan te denken. Zodra ik in bed lig, val ik als een blok in slaap. Ik heb in lange tijd niet zo goed geslapen als hier. Ik ben gewend geraakt aan het ritme en de pijn en ik ben mijn besef van tijd kwijt.

Maar het helpt natuurlijk dat er bij mij een einde in zicht is. Van tevoren wist ik dat ik ongeveer tien dagen zou plukken en met dat in mijn achterhoofd houd ik het wel vol.

Voor de Franse plukkers is het werk geen intermezzo. De velden zijn hun leven

Voor de andere Nederlanders geldt hetzelfde. Loes, die al zeven jaar terugkomt bij Jean-Claude, is inmiddels behoorlijk in de groep opgenomen. Ze vindt het net als ik leuk om fysiek werk te doen, om het vele zitten te compenseren. Thuis is ze op zoek naar nieuw werk. Lieke zit tussen twee banen in en is met de camper van haar ouders naar Frankrijk gereden. En Gerrit is een business analyst die eens wat anders wilde doen dan de standaard strandvakantie. We hebben één ding met elkaar gemeen: we gaan vooral voor de ervaring. Geld is niet de hoofdzaak.

Voor veel van de Franse plukkers is werken op het land geen intermezzo, geen vrije ruimte tussen studies en banen. Die velden zijn hun leven. Voor mij ligt dat anders. Als ik terug ben in Nederland zal de druivenpluk een mooie herinnering zijn. Ik ben klaar met studeren en tijdens het plukken is mijn hoofd volgelopen met ideeën voor als ik terug ben. Ik realiseer me nu hoeveel geluk ik heb dat ik de kans krijg om die ideeën uit te voeren.

Ook druiven plukken?

De oogsten beginnen meestal eind augustus of begin september. Je kunt je inschrijven via een organisatie, zoals Apcon. Dat kost 100 euro. Apcon regelt dan een boer en je bent verzekerd van kost en inwoning. Via deze organisatie kom je terecht in de Beaujolais of de Maconais, beide streken liggen iets ten noorden van Lyon. Vervoer regel je zelf. Ik ging met de Flixbus, maar daar moet je wel zeventien oncomfortabele uren voor over hebben.

Via andere sites, zoals pickingjobs.com, kun je zelf solliciteren.

Je kunt ook op de bonnefooi gaan: in september is er ontzettend veel vraag naar plukkers. In Villefranche sur Saône proberen de boeren zelfs plukkers van elkaar te pikken, zei jean-Claude Papillon. Het is overigens wel handig om de tijd te nemen om een goede plek te vinden, want je weet van tevoren niet of de boer genoeg slaapplekken heeft. En een tentje en matje is ook geen overbodige luxe, als je op deze manier aan werk wilt komen.

English