Column

Stella en de prestatiebubbel #3

Blij met bloemen

Iedereen is succesvol en iedereen weet wat-ie wil. Behalve RUG-studente Stella Vrijmoed. Stella weet niet wat ze wil. Stella faalt voortdurend. Denkt ze. Voor de UK maakt ze een korte serie persoonlijke verhalen over de prestatiebubbel en de angst om te mislukken. Deel 3.
Door Stella Vrijmoed / Foto Leonie Coppes

Falen wordt een stuk makkelijker als je iets doet wat dichtbij jou staat, schreef ik afgelopen keer. Onlangs hoorde ik dat een oud-studiegenootje van mij, Ottilie Sol, na haar bachelor muziekwetenschap een carrièreswitch maakte. Na een stage bij een bloemenzaak, ontdekte ze waar haar hart werkelijk ligt: bij bloemen. Nu heeft ze daar een vast contract. Zou Ottilie geen last van faalangst hebben omdat ze iets doet wat ze écht leuk vindt?

Dit zag ik voor me: hoogopgeleide twintiger worstelt met keuzestress, kiest tegen de verwachtingen in voor een baan die lager op de carrièreladder staat en is nu extreem gelukkig omdat ze haar innerlijke kompas volgt. Het leek me een prachtige aansporing voor andere worstelaars onder ons om zich niets van anderen aan te trekken.

‘Met mijn handen’

In de twee jaar na haar bachelor was Ottilie werkzaam op verschillende plekken in de muziekbranche. Ze vond het maar niks om vijf dagen per week op kantoor te zitten en ze kreeg er rugpijn van. ‘Ik wilde naar buiten,’ zegt Ottilie. ‘Iets met mijn handen doen.’

Ze herinnerde zich het baantje dat ze op de middelbare school had: elke zaterdag werkte ze bij een bloemenkraam op de markt. ‘Dat vond ik toen best leuk. Als het lekker weer was, stond je in het zonnetje en je maakte elke keer iemand blij met bloemen.’ Ze besloot om gewoon een bloemenwinkel binnen te lopen en het was direct raak. Ze kreeg er een baan.

Ottilie maakt nu boeketten en helpt mee met bruiloften en rouwstukken. Haar dagen zijn lang. ‘Ik ben niet om zes uur thuis. Er komt altijd nog wel iemand binnen om vijf voor zes en je krijgt altijd lastminuteaanvragen. Mijn nagels zijn vaak pikzwart.’

Verschuilen

Het is heel anders dan haar vorige werk in de muziek. Niet alleen omdat ze nu hele dagen in de winkel staat of op de fiets bloemen wegbrengt, maar ook omdat ze in een klein team van drie mensen werkt en dus heel veel inspraak heeft. ‘Dat vond ik in het begin best moeilijk. Ook als je een fout maakt, komt die gelijk bij je terug. Bij mijn vorige werk kon ik me gewoon achter mijn computer verschuilen als ik iets fout deed.’

Nu staat de klant voor haar neus te wachten en te kijken totdat het klaar is. ‘Dat vond ik doodeng. Staat de bloem wel goed? Soms lukte het een paar keer achter elkaar niet. Dan dacht ik: niemand vindt het goed! Het is heel veel oefenen. Ik heb zoveel gehuild in het begin. Ik legde de lat heel hoog voor mezelf. Ik wilde het per se goed doen. Ik ben ook geen persoon die graag fouten maakt. Als ik een fout maak, dan denk ik dat het heel veel invloed heeft op wat mensen van me vinden. Ik doe het liever niet dan dat ik een fout maak.’

Persoonlijk

En daar was-ie weer. De faalangst. Maar ze is nu juist nog banger om te falen. Want: ‘Ik vind dit persoonlijker werk. Hiermee kan je veel meer laten zien wat jij mooi vindt en wat voor dingen je maakt. Als dat dan niet mooi of niet goed is, dan ervaar ik dat toch anders.’

Ottilie denkt dat haar faalangst komt doordat ze vroeger op een nieuwe school kwam waar de kinderen niet zo aardig tegen haar deden. ‘Misschien dat ik daarom dacht dat ik alles meteen goed moest doen. Omdat mensen me anders nog minder leuk vonden.’

Ik denk aan mijn eigen opvoeding en aan de theorie van de pampergeneratie: dat millennials zo door hun ouders zijn verwend dat ze niet klaar zijn gestoomd voor de harde wereld. Ik heb wel eens gedacht dat ik zo slecht tegen falen kan omdat mijn leven altijd heel soepel is verlopen. En Ottilie heeft dus op haar beurt verklaringen voor haar eigen faalangst. Zo zie je maar hoe persoonlijk zoiets kan zijn.

Romantische droom

Ik ben in ieder geval uit mijn romantische droom geholpen. Het lijkt me nog steeds fijn om niet telkens met mijn hersens te werken. Maar dat betekent niet dat met je handen werken makkelijk is.

Ottilie neemt de lange dagen op de koop toe. ‘Ik ging er niet heen met het gevoel dat ik niet hoefde na te denken. Ik dacht gewoon: Ik kan elke dag met mooie dingen bezig zijn en mooie dingen maken. Soms denk ik dan: Dit is dus mijn werk. Maar dan voelt het niet als werk.’

Wat kan ik van Ottilies verhaal leren? Faalangst komt waarschijnlijk in alle vormen en maten voor. Maar uiteindelijk komt het bij mensen van mijn leeftijd neer op het spannende begin van een nieuwe baan. Net afgestudeerd, zoekende naar wat bij je past.

Je eerste baan is bovendien hoogstwaarschijnlijk niet eens je droombaan. Je moet ingewerkt worden, allerlei nieuwe dingen leren. Je bent kapot aan het eind van de dag en net als Ottilie plof je op de bank en val je in slaap. De faalangst is er in volle glorie, maar door haar enthousiasme voor bloemen kan ze die overwinnen.

Dus de wijze les is: Blijf bij jezelf en let’s fuck it up!

 

Dit is deel 3 van een vierluik. Deel 1 kun je hier teruglezen, deel 2 hier. Stella Vrijmoed houdt over dit thema ook een blog bij, Submarines.

English