Studenten
.

Geen vast onderkomen voor internationals

Alwéér dakloos


Zelfs ouderejaars internationale studenten die precies wisten wat ze konden verwachten op de Groningse huizenmarkt, hebben moeite om een dak boven hun hoofd te vinden. ‘De jacht op een kamer kun je vergelijken met The Bachelorette. Alleen was het in mijn geval een willekeurige Nederlandse oma die mij een roos gaf.’
Door Megan Embry, Felipe Silva, Edward Szekeres en Matej Pop-Duchev / Vertaling Saskia Jonker en Sarah van Steenderen

Internationale studenten die dit jaar nieuw aankomen in Groningen hebben geluk: niemand hoeft in een tentenkamp te slapen. De universiteit en de gemeente zijn er in geslaagd om deze keer de kamercrisis af te wenden waar studenten vorig jaar mee te maken kregen. De vraag naar noodopvang begint al af te nemen.

Maar een dak boven je hoofd hebben is één ding; geschikte woonruimte voor de lange termijn vinden is een tweede. Zelfs internationale studenten die hier al langer zijn lukt het nauwelijks om een permanente kamer te vinden. Nu het nieuwe jaar is begonnen, zijn velen van hen voor de tweede of derde keer dakloos.

Drie UKrant-freelancers – van wie er twee het afgelopen jaar schreven over de kamernood in Groningen – wilden hun verhalen delen, om hun solidariteit te tonen met de andere internationals die nog steeds op banken en luchtbedden slapen.

Felipe Silva

MA Pharmaceutical Drug Innovation, Brazilië

Het is nogal ironisch dat een UKrant-redacteur die meerdere verhalen heeft geschreven over de kamernood in Groningen, zelf nog steeds geen plek heeft gevonden om te wonen. Mijn naam is Luís Felipe Fonseca Silva, en een jaar geleden werd ik opgevoerd in een artikel over internationals die vanuit het buitenland een kamer proberen te vinden.

Mijn reis begon 9260 kilometer verderop en drie huizen geleden. Daar zat ik dan, verstopt in de wasruimte van het farmaceutische bedrijf waar ik voor werkte in Brazilië, te skypen met potentiële huisgenoten. De gesprekken waren een soort low-budget versie van The Bachelorette, waarbij ik wanhopig probeerde om mensen te verleiden mij een kamer te geven en iedereen aan de andere kant van het scherm stilletjes besloot om hun felbegeerde kamer-vormige roos aan een leuk Nederlands meisje te geven.

Na anderhalve maand lang mijn data-abonnement te hebben uitgeput, vond ik uiteindelijk een kamer in een studentenflat voor een half jaar. Na die zes maanden had ik onverwachts geluk: een van mijn buren besloot te gaan backpacken in Azië en wilde haar kamer onderverhuren. Dus sleepte ik al mijn bezittingen in twee koffers door de hal naar een sjieke nieuwe kamer met een kroonluchter boven het bed. Wat een luxe!

Vloek

Maar mijn emotionele achtbaanrit was nog niet voorbij. Na vier maanden ging ik op jacht naar mijn volgende kamer en op dat moment geloofde ik serieus dat de een of andere pissige Nederlander een vloek over me uitgesproken had tijdens een van de vele bijna-doodervaringen die ik met de fiets had gehad. Ik was ervan overtuigd dat ik veroordeeld was tot permanente, seriële dakloosheid. Ik kon het maar beter opgeven en in mijn lab in het UMCG slapen.

Toen redde een oud Nederlands vrouwtje mijn leven – zoals dat gaat. Ze hoorde van een vriend over mijn situatie en bood me de oude slaapkamer van haar zoon aan voor bijna niets. Ik had nooit kunnen dromen dat de coolste huisgenoot die ik ooit zou hebben een stoer wijf van drie keer mijn leeftijd zou zijn die elk jaar naar Oostenrijk trekt om daar keihard van de bergen te skieën. Groningen zit vol verrassingen.

Maar ik heb nog steeds niet door wat het geheim is achter het vinden van een kamer voor de lange termijn. Over een paar maanden vertrek in uit Groningen voor een korte stage in België. Wanneer ik terugkeer, ben ik weer terug waar ik begon, als een dakloze buitenlander.

Edward Szekeres

MA Journalistiek, Slowakije

Het is nu een jaar geleden dat ik naar deze stad verhuisde, een plaats die de inwoners ook wel de ‘Trots van het Noorden’ noemen. En het klopt, Groningen is een geweldige stad vol prachtige parken en grachten, milieuactivisten en nietsnutten die wel in zijn voor een seks-experimentje. Maar niet alles hier roept een gevoel van trots op, vooral niet het matige voetbal en het frustrerende kamertekort.

In één jaar tijd ben ik vijf keer verhuisd. Dat is elke 73 dagen, gemiddeld: vaker dan de meeste mensen naar de film gaan. De twee afgetrapte koffers die al mijn bezittingen bevatten zijn de enige constante factor in mijn leven. Uitpakken zou optimistisch zijn, en ik ben geen optimist meer. Op dit moment slaap ik bij een vriend op een luchtbed, in ruil voor huishoudelijke klussen en regelmatige uitingen van mijn diepe dankbaarheid. Maar ik zit hier nu twee weken en ik merk dat ik al te lang gebleven ben. Het is tijd om m’n koffers naar een nieuwe plek te verplaatsen.

Van alle internationals in deze stad, zou ik bij uitstek een goede kans moeten hebben op een kamer. Ik ben nu een lokale journalist met een prima netwerk van vrienden en professionele contacten door de hele stad. Mijn belangrijkste onderwerp? De huizenmarkt, nota bene.

Geloof me, ik heb alles geprobeerd. Toen ik vorig jaar september arriveerde, boekte ik een kamer in een hotel voor een paar nachten. Uiteindelijk sliep ik daar drie weken. In m’n eentje in die hotelkamer, met een lege bankrekening en zonder hoop. Gelukkig ontmoette ik een jong stel van wie ik ‘een paar dagen’ op hun bank mocht slapen terwijl ik naar een plek zocht. Die bank was drie maanden mijn bed.

Masochist

Lezer, ben je ooit naar een hospiteeravond geweest? Als je een masochist bent, moet je dat absoluut proberen. Het is een bezichtiging in de stijl van The Hunger Games. Je hoeft alleen maar je potentiële huisgenoten te overtuigen om jou te kiezen door je te onderscheiden van de rest. Jij bent de coolste, jij bent de chillste. ‘Tuurlijk, ik vind het geweldig als mensen mijn eten opeten zonder het te vragen! Ik vind het geen probleem om al het schoonmaakwerk te doen en voor iedereen te koken! Zeker mag jij je Tinder-date meenemen naar mijn kamer omdat de jouwe smerig is!’

Maar alles is in jouw nadeel. Je neemt het meestal op tegen vijftien andere Nederlanders en iedereen is wanhopig. De kamer gaat naar degene die zijn ziel voor de laagste prijs verkoopt.

Toen ik eindelijk een echte kamer vond, was het onderhuur voor twee maanden. De keer daarop kon ik zelfs vier hele maanden op dezelfde plek blijven. Nu de zomer voorbij is, lig ik weer op een constant leeglopend luchtbed. Wie weet, misschien blijf ik hier wel voor altijd op de vloer liggen. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.

Matej Pop-Duchev

BA Geneeskunde, Macedonië

Ik stond eind juni dit jaar weer op straat in Groningen, nadat ik mijn eerdere kamer in een rommelige, overvolle en lawaaiige flat vol ratten en kakkerlakken had verlaten. Ondanks de crisis op de woningmarkt was de beslissing om te vertrekken niet moeilijk. Ik trok het gewoon niet meer hoeveel mensen er woonden. Ook stonk het altijd in het gebouw, en ik moest vier onbetrouwbare wasmachines delen met driehonderd andere bewoners.

Dit jaar is de zoektocht naar een betaalbare kamer in Groningen net zo verschrikkelijk als toen ik net in Groningen aankwam. Facebookgroepen zijn volkomen nutteloos, net als verhuursites en makelaars. Wat ook niet helpt is dat ik bijna de hele zomer niet in Groningen ben geweest en dat ik heb zitten blokken voor een hertentamen.

Dakloos

Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik mijn vakantie, die al bedroevend kort was, nog verder in moest korten om in Nederland op zoek te gaan naar een nieuwe kamer. Nu, een paar weken later, is de zomer voorbij en zijn de colleges weer begonnen. Ondertussen ben ik nog steeds dakloos, en ik heb weinig hoop dat ik snel een kamer zal vinden.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel: dit jaar hebben de universiteit en de gemeente, in samenwerking met studentenverenigingen en woningbouworganisaties, gezorgd voor noodopvang voor onfortuinlijke en late studenten. Het is wel ironisch: een van de locaties van de noodopvang is dus dat gebouw dat ik afgelopen juni juist verliet omdat ik het zo haatte: de Esdoornflat. Maar nu kost een kamer honderd euro meer per maand dan ik voor de zomer betaalde.

In tegenstelling tot de nieuwe internationale studenten van dit jaar verkeer ik niet in een existentiële crisis omdat ik geen dak boven m’n hoofd heb. Althans, nog niet. Ik vind het voornamelijk irritant dat ik aan het begin van het studiejaar nog bij een vriend op de bank moet slapen. Ondertussen roep ik de huisvestingsgoden aan in de hoop dat ze me snel aan een betaalbare kamer kunnen helpen. Maar dit is Groningen, dus een gezonde dosis scepsis is wel nodig.

English