Studenten

Opgroeien tussen twee culturen

Buitenbeentje in je vaderland

Ze zijn Nederlands, groeiden op in het buitenland en wonen als student voor het eerst langere tijd in dit land. Dat is voor third culture kids een grotere cultuurshock dan ze verwachtten. ‘Ik dacht: dit is mijn land, maar wat doe ik hier eigenlijk?’
Door Eva van Renssen / Foto’s boven Felipe Silva

‘Toen mijn tweelingbroer en ik zes waren, verbleven we een tijdje in Nederland. We bezochten een tropisch zwemparadijs. Dat was verbluffend. Als een droom.’ Stephen Johnson, eerstejaars student Engelse taal en cultuur, denkt terug aan zijn kindertijd in het noorden van India. Zijn Nederlandse moeder woont en werkt daar als missionaris.

‘Onze ouders hebben de Indiase cultuur volledig omarmd. Met onze vriendjes speelden we op straat, varkens en straathonden achterna rennen met stokken’, vertelt hij. ‘Maar wij hadden een keurig georganiseerd land gezien, waar je water uit de kraan kunt drinken. Een wereld van verschil. Als je dat contrast als klein kind ervaart, opent het je ogen voor altijd.’

Stephen heeft Nederlandse wortels, maar bracht zijn jeugdjaren door in het buitenland. Dat maakt hem een third culture kid (TCK). TCK’s kennen meerdere culturen van binnenuit: die waar ze wonen, maar ook die van hun ouders. Daardoor groeien ze op in een unieke mengcultuur, een ‘derde cultuur’. ‘Veel internationale kinderen waar we mee omgingen leken in een soort mini-Europa te leven’, vertelt Stephen.

Dutch club

Bernard Brouwer, vierdejaars natuurkunde en filosofie, herkent dat. Hij is de zoon van een Amsterdamse expat en een Indiase moeder en groeide op in het zuiden van India. ‘We gingen vooral met andere niet-Indiase mensen om. Er was ook een Dutch club, die samen Sinterklaas viert en hagelslag voor elkaar meebrengt’, vertelt hij.

‘Ik keek door de bril van mijn vader, die graag de negatieve kanten van India benadrukte. Als blanke word je gediscrimineerd: mensen kijken je raar aan en kinderen roepen je na in een zelfverzonnen brabbeltaaltje dat Westers moet klinken. Ik wilde altijd weg naar Nederland. Dat was belangrijk.’

Dat gevoel een buitenstaander te zijn hebben alle TCK’s in meer of mindere mate, denkt Stephen: ‘Of je ergens bij hoort of niet voel je haarfijn aan door de sfeer. Indiërs beschermen hun eigen cultuur bijvoorbeeld heel sterk. Ik voelde me altijd een outsider.’

Ik voelde me altijd al meer Grieks. Mijn moeder hield vrij vroeg op ons Nederlands te leren.

Nasia Pilidou, tweedejaars Europese talen en culturen

‘In Amerika leek ik niet zo Amerikaans’, zegt Chloë Moorlag, tweedejaars Internationaal en Europees recht. Zij is Nederlands, maar geboren in Colorado en later verhuisd naar Zwitserland en Duitsland. ‘Soms kreeg ik complimentjes dat mijn Engels zo goed was. Dan dacht ik: hallo, ik ben hier geboren, hoor!’

Nasia Pilidou is half-Nederlands. ‘Maar ik voelde me altijd al meer Grieks, ik denk deels doordat mijn moeder vrij vroeg ophield ons Nederlands te leren’, zegt de tweedejaars Europese talen en culturen. ‘Ze was wel altijd anders dan Griekse moeders, ze zat minder dicht op je huid.’

De overgang van half-Nederlands in het buitenland naar half-buitenlands in Nederland valt niet mee voor deze third culture kids. ‘Ik bleef een maand bij mijn oudere broer en deed mijn best om me aan te passen’, herinnert Bernard zich. ‘Daarna bleef ik achter in mijn studentenkamer met niets dan een koffer en een bed. Nog nooit had ik me zo eenzaam gevoeld.’

Paranoia

‘In de bus, op de fiets… Overal voelde ik me bekeken’, geeft Stephen toe. ‘Waarschijnlijk was dat mijn eigen paranoia. Ik ging kapot van heimwee. Je bent extra alert als je net nieuw bent, alles komt harder binnen en je denkt dat mensen je veroordelen. In India had ik het gevoel dat ik er niet helemaal bij hoorde. Maar toen ik hier kwam voelde ik me weer meer Indiaas.’

Ook Chloë’s start viel tegen. ‘Ik had verwacht dat Nederland makkelijker zou wennen dan een vreemd land, maar het was juist moeilijker. In Zwitserland kon ik me aanpassen en genieten van de cultuur, zonder druk om ‘echt’ Zwitsers te zijn. Hier dacht ik meer van mezelf tegen te zullen komen. Soms dacht ik: dit is mijn land, maar wat doe ik hier eigenlijk? Ik blijf merken dat ik hier niet ben opgegroeid.’

In de collegezaal klikt het ook niet altijd. ‘Er stapten wel Nederlandse studiegenootjes op me af’, vertelt Stephen, ‘maar hun gesprekken spraken me meestal niet aan. Het zijn een soort individualistische battles tussen meningen. Religie is voor mij bijvoorbeeld heel belangrijk, maar voor veel Nederlanders is het een dood concept. Ze maken er grappen over. Dat ben niet gewend.’

Ik voel me prettig bij de Dutch directness. Ik hoor graag waar het op staat.

Bernard Brouwer, vierdejaars natuurkunde en filosofie

Nasia heeft nauwelijks Nederlandse vrienden, al heeft zij daar absoluut geen problemen mee. ‘Ik vermijd Nederlanders niet, maar het is logisch dat het zo loopt. Je spreekt het liefst je eigen taal. En Groningen heeft een leuk eigen studentencultuurtje. Lekker ruimdenkend, niet super-Nederlands. Iedereen doet zijn eigen ding. Dat is wel individualistisch, maar geeft ook vrijheid.’

‘Ik dacht eigenlijk niet zo in Nederlanders en internationals’, zegt Stephen. ‘Maar eerlijk: die scheiding is er in werkelijkheid wel. Internationals merken vaak dat Nederlanders hen buitensluiten en andersom vinden Nederlandse studenten weer dat internationals samenklitten en ongeïnteresseerd zijn.’

‘Als ik mijn Nederlands uitprobeerde op studiegenoten, schakelden ze over naar Engels’, beaamt Bernard. ‘Ik voelde me afgewezen.’ Ook de cultuur vormde een barrière. ‘Een studiegenoot en ik botsten een keer met de fiets’, herinnert hij zich. ‘Niks kapot, maar ik bleef aanbieden om een reparatie te betalen. Totale overcompensatie in zijn ogen. Ontzettend ongemakkelijk.’

Voordelen

Maar de TCK’s ervaren niet alleen maar moeilijkheden. ‘Ik voel me prettig bij de Dutch directness’, zegt Bernard. ‘Ik hoor graag waar het op staat, dat schrikt mij niet af.’ Chloë: ‘Het is echt interessant om eindelijk in Nederland te wonen. Ik herken toch wel iets van mezelf hier, bijvoorbeeld hoe mensen elkaar begroeten en altijd gezellig buiten zitten.’

Dit keer heb ik bewust alles uitgepakt. Ik woon nu echt in Groningen.

Chloë Moorlag, tweedejaars Internationaal en Europees recht

‘Het heeft ook zeker voordelen om je roots in twee culturen te hebben’, zegt Nasia. ‘Je kunt op zoek naar het beste van beide landen. Het Nederlandse plannen heeft me bijvoorbeeld discipline bijgebracht, maar ik houd ook vast aan de Griekse spontaniteit in vriendschappen.’ En ze voelt zich op haar gemak in het buitenland. ‘Ik denk niet dat ik na mijn afstuderen terugga naar Griekenland, maar ik weet ook niet of ik in Nederland wil blijven.’

Stephen denkt dat je er wijzer van wordt om twee culturen van binnen te kennen. ‘Als mijn ouders het ergens over oneens waren, dacht ik soms bij mezelf: jongens, dit is puur cultuurverschil.’ Chloë sluit daarbij aan: ‘Mijn aanpassingsvermogen is echt een talent. Ik denk dat ik dat grotendeels te danken heb aan het feit dat ik in verschillende culturen ben opgegroeid.’

‘TCK’s moeten zelf beslissen wat ‘thuis’ betekent. Dat is heel subjectief’, zegt Stephen. ‘Mijn tweelingbroer mist bijvoorbeeld alleen de mensen uit India, maar ik mis de fysieke locatie ook. De geuren, het landschap, het klimaat.’ Hij steekt daarom veel liefde in de aankleding van zijn kamer. ‘Natuur, bladeren en schelpen, veel foto’s. Het is echt een manifestatie van ‘thuis’.’

Dat geldt ook voor Chloë: ‘Het is bijzonder dat er foto’s en ansichtkaarten aan mijn muur hangen. Normaal wil ik snel weer kunnen verhuizen, maar dit keer heb ik bewust alles uitgepakt. Ik woon nu echt in Groningen.’

‘Ik heb ruimdenkende mensen nodig om me heen’, conludeert Stephen. ‘Nederlands of internationaal, dat maakt eigenlijk niet uit. Maar in een context waar iedereen zich net zo out of place voelt als ik, vind ik sneller mijn plek. Gelukkig is Groningen een internationale studentenstad.’

 

English