Sport

50 jaar Sportcentrum

Toen de trainer nog 'u' zei...

Deze week is het feest bij ACLO, want het Sportcentrum op Zernike is vijftig jaar oud geworden. Dat wordt gevierd met een hardloopwedstrijd, lezingen over sporthelden als Johan Cruijff en Michael Jordan, en… een boek.
Door Freek Schueler

Afgelopen zaterdag trapten de Nederlandse volleybaldames af met een oefeninterland tegen Duitsland, waarin de oosterburen met 3-2 werden verslagen. Vrijdag is er een heuse campus trail, waarbij hardloopfanaten vier mijl door de gebouwen op het Zernikecomplex mogen rennen.

Op diezelfde dag wordt ook het lustrumboek gepresenteerd. De UK sprak met de twee auteurs, Koos Kuiper en Kaj Reker. Samen zijn ze goed voor meer dan zestig jaar aan werkervaring bij het Sportcentrum. Wat maakt de ACLO zo uniek en wat voor ontwikkelingen heeft het Sportcentrum in de afgelopen vijf decennia doorgemaakt?

Nooit af

Het is 1976 als Reker voor het eerst het Sportcentrum binnenloopt. Hij is op dat moment student en dribbelt graag rond over het basketbalveld. Vier jaar later krijgt hij, zij het eerst zwart, zijn eerste aanstelling als basketbaltrainer.

Kuiper speelt in 1970 al tafeltennis en wordt trainer in 1989. In de jaren daarna geven beiden squashtrainingen en -cursussen. Ook doen ze het nodige redactionele werk, bijvoorbeeld voor de inmiddels ter ziele gegane ‘krant voor de universitaire sport’. Ze kijken er dan ook niet van op als ze eind april van dit jaar worden benaderd voor een lustrumboek.

Geen eenvoudige opgave. Reker: ‘Het ultieme sportcentrumboek wordt niet geschreven.’ Volgens Reker was en is het Sportcentrum een bruisend bedrijf dat continu innoveert. In zijn woorden: ‘Het is nooit af geweest.’ Wat ze wel willen vertellen met hun boek? Kuiper: ‘We wilden een beeld schetsen van de intensiteit waarmee wij het Sportcentrum beleefd hebben.’

Volstrekt onbetrouwbaar

Niet in de laatste plaats is deze intensiteit te danken aan de studenten. Want waar steeds meer steden een fusie tussen studentensportclub en burgersportclub doormaken, is de ACLO nog volledig voor studenten. Het leukste publiek dat er is, aldus Reker: ‘Daar doe je het voor, ook al zijn het passanten.’ ‘Heldere denkers, leergierig en ze willen ergens voor gaan’, vult Kuipers aan. ‘Volstrekt onbetrouwbaar, dat moet er ook bij gezegd worden, maar als ze er zijn is het leuk.’

Tegenwoordig sporten er 18 duizend studenten en 140 medewerkers in het complex. Maar eens in de zoveel tijd, bijvoorbeeld tijdens de Athenespelen, kun je er ook scholieren tegenkomen. ‘De eerste Athenespelen waren uniek in hun soort, pas later kwamen soortgelijke evenementen vanuit andere steden’, aldus Reker.

Herstart van de Lauwersloop, de legendarische estafetteloop van Leeuwarden naar Groningen.

Levensinvulling

Geen bedrijf functioneert vijftig jaar hetzelfde. Het Sportcentrum is daar geen uitzondering op. ‘Vroeger sportte je een uurtje in de week, dat was al heel wat’, herinnert Reker zich. ‘Op dat niveau werd ook de topsport bedreven. Tegenwoordig is topsport een levensinvulling.’

Tegelijkertijd is er in de maatschappij ook veel veranderd. Dat heeft zijn weerslag in de verhouding tussen student en coach: ‘Vroeger zei de trainer “u” tegen de student’, aldus Kuiper. De student zou immers in een later stadium weleens een hogere positie dan de trainer kunnen gaan bekleden. Tegenwoordig zijn de trainers en coaches de absolute baas. En dat komt de sportieve prestaties ten goede, denkt Kuiper.

Ook de coaches zelf zijn veranderd. In de begindagen van de ACLO moesten trainers zo allround mogelijk zijn, maar tegenwoordig werken er voornamelijk specialisten die door een bond zijn opgeleid. ‘Lesboeren’, noemt Kuiper ze. Een hele verbetering op sportief gebied, denkt hij. ‘Maar de samenhang tussen de sportleiders was vroeger groter, omdat er nu eenmaal minder mensen waren.’

Trots

De toenemende studiedruk is op het Sportcentrum niet onopgemerkt gebleven. Kuiper en Reker zijn op zijn zachtst gezegd geen fan van de noodzaak om zo snel mogelijk af te studeren. Vooral de invoering van het bindend studieadvies heeft de nodige impact gehad, schat Reker in: ‘Een heleboel keuzes worden voor je gemaakt. Vroeger moest je je zorgen maken of je volgend jaar in het eerste speelde of niet. Nu moet je eerst je studiejaar halen en zie je later wel in welk team je beland bent.’

Was vroeger dan alles beter? Daarop moeten de twee coaches het antwoord schuldig blijven. Trots zijn ze in elk geval wel op het vijftigjarige jubileum van ‘hun’ ACLO. Voor Kuiper is het lustrumboek bovendien een afsluiting van zijn eigen tijd bij het Sportcentrum, want hij gaat met pensioen. Binnenkort neemt hij afscheid van de ‘fantastische en dynamische omgeving’ waar hij al zo’n 47 jaar rondwaart. Maar de ACLO gaat door, ook zonder hem. Reker: ‘Het mooiste kampioenschap moet altijd nog komen.’

BOM’men – Bewegen Op Muziek – was jarenlang een succesnummer bij de ACLO, maar verdween in 2015 van het rooster.

English

  • Kaj Reker

    eeh….50 jaar SPORTCENTRUM.. ACLO is ouder maar verjaart niet