Maandag

In de winter gaat een op de drie tv-reclames over zonnige oorden met paradijselijke stranden. Maar de behoefte om verre reizen te maken, laat zich niet meer zo onbekommerd verkopen als medicijn tegen een winterdip, meent UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma.
Door Gerrit Breeuwsma

Als op maandagochtend om half zeven de wekker gaat, zijn we te laat om nog iets van de maansverduistering – de ‘super-bloed-wolfmaan’ – te kunnen aanschouwen.

Er zijn mensen die lyrisch doen over de natuurverschijnselen tussen hemel en aarde, maar ik kan met alleen de foto’s ook heel goed leven. ‘Wil jij er morgenochtend eerder voor uit?’, vroeg mijn vrouw nog wel, voor we het weekend afblusten met een laatste glas, maar ik antwoordde dat het voor mij niet hoefde.

‘Wat zal ik buiten blauwbekkend kijken naar de maan als er alle nachten een hemels lichaam in mijn warme bed ligt’, voegde ik er aan toe. Want juist als je elkaar lang kent, zo las ik eens, zijn complimenten heel belangrijk. Bovendien, je weet maar nooit waar ze toe leiden.

Toen we even later naar bed gingen, zag ik dat mijn favoriete hemellichaam ook grotendeels door een verduistering – in de vorm van een dikke flanellen pyjama – aan het oog was onttrokken. Het zou een koude nacht worden, voorspelde het KNMI, en dat soort informatie wordt door mijn vrouw heel serieus genomen. Gelukkig mocht ik nog wel dienst doen als warmtebron.

Toen we de volgende ochtend opstonden, hing er een oranje gloed rond de maan, maar de totale eclips was lang en breed achter de rug. Al gauw was er van de maan niets meer te zien; kennelijk opgelost in Blue Monday.

In 2005 werd de maandag van de laatste volle week in januari door de Britse psycholoog Cliff Arnall tot de depressiefste dag van het jaar bestempeld. Na alle feestdagen is het geld op, de meeste goede voornemens zijn al weer gesneuveld en omdat het nog lang geen voorjaar is, vervallen we in neerslachtigheid en somberte.

Blue Monday. De media grijpen het aan om er het gebrek aan nieuws mee te maskeren, therapeuten komen met obligate tips (‘denk aan iets leuks’) en reisbureau’s hopen er onze reislust mee aan te moedigen.

Het is echter heel wat gemakkelijker om een psychologisch fenomeen te bedenken dan te bewijzen en in wetenschappelijk onderzoek is er dan ook nooit iets van aangetoond. Het hele fenomeen was, zo bleek, in het leven geroepen door Sky Travel: een reclamestunt om mensen te verleiden al vast hun zomervakantie te boeken.

En inderdaad, in de winter is een op de drie tv-reclames van een reisbureau en die beloven ons zonnige oorden met paradijselijke stranden. Arnall werd ingeschakeld om er een wetenschappelijk tintje aan geven en kon zo wat bijverdienen. Zijn werkgever, de Universiteit van Cardiff, had trouwens maar weinig waardering voor deze commerciële inventiviteit en distantieerde zich van hem.

Tegenwoordig laat de behoefte om verre reizen te maken zich niet meer zo onbekommerd verkopen als medicijn tegen een dip. Want met elke vliegkilometer die we afleggen, pompen we de atmosfeer voller met CO2. Vliegreizen zouden voor steeds meer mensen dan ook niet de remedie zijn tegen een winterdepressie, maar zelf een bron voor schuld- en schaamtegevoelens.

Vliegschaamte. Prima, als het mensen daadwerkelijk aanzet tot minder reizen. Zo mochten drie milieubewuste studentes (zijn alleen meisjes milieubewust?) onlangs in UKrant uitweiden over hun vliegschaamte. Maar als dat betekent dat negen keer vliegen per jaar gecompenseerd wordt met een bamboetandenborstel, heb ik er niet veel vertrouwen in.

Maar mijn blauwe maandag (‘een dag van weinig betekenis’) liep al naar zijn einde en voor ik er erg in had, lag ik weer in de armen van een flanellen pyjama. Vóór het slapen daarom nog snel even een gratis tip: denk aan iets leuks (kan nooit kwaad) en vergeet die boekingen, want ook deze zomer komt het klimaat weer naar u toe.

22 January 2019 | 22-1-2019, 11:28