Losgeld

Foto: Reyer Boxem

Losgeld

De partner van columnist Gerrit Breeuwsma wilde op vakantie, met als gevolg dat Breeuwsma eerst op de zolder en daarna op de vuilstortplaats belandde. Hoe dat kwam?
Door Gerrit Breeuwsma
8 januari om 10:00 uur.
Laatst gewijzigd op 8 januari 2020
om 11:30 uur.
januari 8 at 10:00 AM.
Last modified on januari 8, 2020
at 11:30 AM.

Je hebt er maandenlang naar uitgekeken… maar eindelijk was hij daar toch, de kerstvakantie!

Ik had er twee volle weken voor uitgetrokken, waarin we van alles konden ondernemen. Nou ja, van alles. Mijn plannen waren tamelijk overzichtelijk. Tussen alle kerstrituelen door wilde ik lezen en muziek maken. Mijn vrouw had andere plannen. Zij wilde na de kerstdagen weg, maar niet vliegen, dus ook weer niet te ver.

Met de laptop op schoot stortte zij zich op de lastminutereizen, maar het viel niet mee iets te vinden: alles leek volgeboekt. Ik gaf ondertussen geen krimp en begon onder geleide van Joseph Roth aan een barre tocht – Vlucht zonder einde – van Siberië naar Wenen. De omstandigheden waren niet al te best, maar ik zat er comfortabel bij.

Naarmate de tijd verstreek, kromp de actieradius van de bestemming en slonk de duur van onze beoogde reis. Van een volle week diep in Frankrijk was het al teruggebracht tot een paar nachtjes in Vlaanderen, daarna Maastricht, Dordrecht of Haarlem, totdat ik haar Zwolle hoorde mompelen. ‘Dan kunnen we ook wel thuis blijven’, riep ze plotseling.

Dat leek me een wijs besluit. De ervaring heeft me echter geleerd dat het dan zaak is niet al te instemmend te reageren, maar voorzichtig iets van teleurstelling te veinzen, alsof ik erg naar de reis had uitgezien en nu met moeite afstand deed van het vooruitzicht.

‘We gaan de zolder opruimen’, besloot ze, op zo’n toon dat ik meteen wist dat ik niet moest wagen me tegen deze reisbestemming te verzetten. Ik legde Karl-Joris Huysmans Aan de vrouw bereidwillig terzijde.

We hebben een ruime zolder en dat heeft allerlei voordelen als je, zoals ik, maar moeilijk dingen kan wegdoen. In de loop der tijd slibt zo’n zolder echter dicht en kan er alleen nog iets bij als er eerst ook iets af gaat.

Deze keer kwam ik voor nog veel zwaardere beslissingen te staan, toen ik mijn archief onder handen nam

Bij eerdere opruimacties moest ik al eens afstand doen van dertig jaargangen Vrij Nederland en dozen vol met boekenbijlages van De Volkskrant en NRC, die ik had bewaard in de volle overtuiging dat ik ze ooit nog eens nodig zou hebben.

Deze keer kwam ik voor nog veel zwaardere beslissingen te staan, toen ik mijn archief uit de jaren tachtig en negentig onder handen nam. Een uitgebreid kaartensysteem, waarop ik alle geraadpleegde literatuur had vastgelegd, vaak voorzien van een korte samenvatting en codes die iets zeiden over geheimzinnige verbanden met andere literatuur. Artikelen en knipsels die ik jarenlang had bijgehouden en op onderwerp had gerubriceerd.

Ze brachten me al snel terug bij de ambitieuze plannen die ik ooit had gehad. Bij sommige onderwerpen vond ik opzetjes voor een artikel; een enkele keer zelfs voor hele boeken, compleet met titels voor hoofdstukken. De opzetjes heb ik bewaard, maar de rest ging allemaal weg.

De haast waarmee mijn vrouw mijn vergeelde verleden tussen andere rommel – oude matrassen en kapotte meubels – in ons aanhangertje propte, had naar mijn idee iets destructiefs en ze zei me net iets te vaak dat je tegenwoordig alles op internet kunt vinden.

Al gauw reden we naar de vuilstort, waar we aan de poort de som van 38,64 euro moesten betalen. Het liefst was ik weer met het aanhangertje naar huis gereden, maar mijn vrouw was onverbiddelijk en ik betaalde het losgeld.

De volgende dag las ik over de cyberaanval op de Universiteit Maastricht en het vermoeden dat er ook losgeld betaald is aan de cybercriminelen; ik realiseerde me hoe ondoordacht ik mijn data had prijsgegeven.

Onwillekeurig dacht ik toen even aan alle reizen die we deze vakantie hadden kunnen maken. Niet te ver, maar ver genoeg van de vuilstortplaats.