Kop in ’t zand

Foto Reyer Boxem

Kop in ’t zand

Soms stampen stampijmakers zo hard dat anderen hun kop niet langer in het zand kunnen houden. Dat gebeurde de afgelopen week, door de antiracismedemonstraties. Maar wat doen we als de stofwolken weer zijn opgetrokken, vraagt columnist Bente van Leeuwen zich af.
Door Bente van Leeuwen
9 juni om 9:38 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juni 2020
om 10:33 uur.
juni 9 at 9:38 AM.
Last modified on juni 9, 2020
at 10:33 AM.

Mensen zijn goed in hun kop in het zand houden. Daar, veilig ondergronds, kunnen anderen van bovenaf alles tegen ze roepen. Maar zij blijven ongedeerd: ze horen het niet. Ze horen hooguit een zacht geroffel. Een gestamp boven hun kop.

‘Irritant hè?’, fluisteren ze tegen elkaar. Ze zien het probleem van de stampijmakers niet. Het is niet hun probleem, dus waarom dat geroffel boven hun kop?

Soms stampen de stampijmakers hard genoeg. De bodem zakt in en de zandkoppen kunnen er niet langer omheen. De ene zandkop zegt tegen de ander: ‘Erg hè? Dat probleem’, waarop die ander hard ‘ja’ knikt en zegt: ‘Ja heel erg. Ik wist helemaal niet dat dat probleem bestond.’

Opeens luisteren ze. Sommigen schamen zich, anderen doen verbaasd. De bodem is weg en dat maakt iedereen ongemakkelijk. Met dat ongemak moet iets gedaan worden: ze praten met elkaar, protesteren en plaatsen berichtjes op sociale media.

Heel belangrijk, dat iedereen nu over racisme praat. Heel goed, die hype op sociale meda. Heel fijn, dat iedereen zich wil onderwijzen. Maar waarom nu pas? Of waarom steeds maar weer? Waarom niet honderden jaren terug al stoppen met die onzin van verschil? Waarom ontstond dit probleem überhaupt? En hoe vaak hebben we al en moeten we nog de bodem laten instorten tot de zandkoppen zich niet meer van de domme kunnen houden?

Heel belangrijk, dat iedereen nu over racisme praat. Maar waarom nu pas?

In 1741 schreef vooraanstaand filosoof David Hume in een essay: ‘I am apt to suspect the negroes, and in general all the other species of men (for there are four or five different kind) to be naturally inferior to the whites. There never was a civilized nation of any other complexion than white, nor even any individual eminent either in action or speculation.

Teksten als deze zijn helaas geen uitzondering in de filosofie. Zo wordt Immanuel Kant gezien als de eerste theoreticus van ras en gaf hij meer colleges over zijn racistische ideeën dan over zijn verdere filosofie.

Verderop in het essay vervolgt Hume: ‘In Jamaica indeed they talk of one negroe as a man of parts and learning; but ‘tis likely he is admired for very slender accomplishments, like a parrot, who speaks a few words plainly.’ Zelfs bij tegenbewijs houdt hij voet bij stuk. Kop in ’t zand.

Over dit soort filosofen wordt vaak ter verdediging gezegd dat ze een kind van hun tijd zijn. Maar wanneer je teksten van hun collega’s leest, zie je dat dat niet waar is. Ook toen was dit racistisch. Toen zag een deel van de mensen al in hoe fout dit was. Ook in 1741 waren er al stampijmakers.

We zijn ruim tweehonderd jaar verder. Natuurlijk is er sindsdien veel veranderd: een tekst als bovenstaande zou nu niet gepubliceerd worden. Maar was daar nou echt zo veel jaren aan gestamp voor nodig?

Zoveel incidenten en pijn. En gaan we er dan nu eindelijk mee stoppen? Schaffen we op zijn minst Zwarte Piet af, vanaf nu? Of bedekken we met de zandkorrels die deze storm nu opwaait straks weer veilig onze kop?