Advertentie

Kinderloos, maar een beetje per ongeluk

Als we niet uitkijken met de hoge huizenprijzen en dure kinderopvang, dan worden er straks nog minder kinderen geboren in Nederland. Want onzekerheid maakt dat je het krijgen van kinderen uitstelt, ontdekte Renske Verweij.
Door Christien Boomsma

Slechts een op de acht vrouwen die rond 1940 werden geboren, bleef kinderloos. Maar vijftien jaar later was dat al minder dan een op de zes. En ben je een jaar of dertig, dan loopt dit al op naar een op de vijf.

Waarom? Dat onderzocht Renske Verweij in een onderzoek waarop ze donderdag haar PhD binnenhaalt. Want het is niet zo dat mensen vaker kinderloos wíllen zijn, zegt ze. Het overkomt ze min of meer.

‘Het blijkt dat mensen, dus vrouwen én mannen, heel lang zeggen dat ze wel een kinderwens hebben en de intentie hebben om er een te krijgen tot in de dertig’, zegt Verweij. Maar voor steeds meer mensen wordt die wens dus geen bewaarheid.

Uitstel

Jarenlang zeggen vrouwen dat ze hun eerste kind willen rond hun dertigste. Mannen wachten liever iets langer – tot hun 33e. Maar als je hen dat een paar jaar later nog eens vraagt, dan is die leeftijd al opgeschoven. Dertig wordt 32. 33 wordt 35.

‘De helft van de mensen heeft nog geen kind op de leeftijd waarop ze dat aanvankelijk wilden’, zegt Verweij, die hiervoor grote datasets bestudeerde van mannen en vrouwen in zowel de Verenigde Staten als in Nederland, die langdurig werden gevolgd.

‘En van uitstel, komt afstel’, weet Verweij inmiddels. Mensen eindigen kinderloos, terwijl dat vaak niet hun bedoeling was.

Waar het hem in zit? Een aantal factoren is al bekend. Opleidingsniveau en arbeidsparticipatie, bijvoorbeeld. Vooral vrouwen met hoge statusberoepen – advocaat, arts, wetenschapper – stellen het krijgen van kinderen uit. Maar andere factoren krijgen minder aandacht. Geef mensen een vast contract en ze beginnen aan kinderen. Kopen ze hun eerste huis, dan is er alweer een drempel geslecht.

Onzeker

‘Het heeft te maken met onzekerheid’, denkt Verweij. Hoe meer rust in de tent, hoe voorspelbaarder de toekomst, hoe sneller een vrouw een kind krijgt.

Maar ook genen blijken een rol te spelen bij kinderloosheid. En dan gaat het niet om vrouwen die endometriose hebben, waardoor baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder voorkomt, of Polycystic ovary syndrome (PCOS), waarbij hormonale problemen de vruchtbaarheid beïnvloeden. ‘Bij die risicoscores vond ik juist geen effect, omdat relevante genen onvoldoende in kaart zijn gebracht.’

Vanzelfsprekend is dat niet. ‘Je zou immers verwachten dat genen die kinderloosheid bevorderen, snel uitsterven.’

En de genen…

Toch is er wel degelijk invloed te bespeuren. En dat komt weer omdat verschillende genen aan het werk zijn bij mannen en vrouwen, waardoor ze alsnog kunnen worden doorgegeven.

‘Het zijn genenprofielen die te maken hebben met opleiding, de leeftijd waarop je trouwt, dat soort dingen’, zegt Verweij. ‘Ze spelen vooral een rol bij vrouwen die op latere leeftijd trouwen en die dus waarschijnlijk ook pas later een poging doen om kinderen te krijgen.’

Maar het belangrijkste zijn toch echt de externe factoren – de samenleving. Verweij aarzelt om vrouwen aan te moedigen ‘op tijd’ kinderen te krijgen. ‘Dan leg je het weer allemaal bij de vrouw.’ Liever geeft ze een advies aan de samenleving als geheel. ‘Denk eraan dat zorgen om woningen en vaste contracten een belangrijke rol spelen. En het wordt steeds lastiger om die te krijgen.’

 

 

29 January 2019 | 30-1-2019, 10:12
Advertentie