Imago

Imago

Er zijn zorgen over en kritiek op de samenwerking tussen de RUG en het Confucius Instituut. Toch blijft de universiteit voor het instituut in de bres springen, constateert columnist Gerrit Breeuwsma.
Door Gerrit Breeuwsma
2 maart om 10:18 uur.
Laatst gewijzigd op 2 maart 2021
om 10:19 uur.
maart 2 at 10:18 AM.
Last modified on maart 2, 2021
at 10:19 AM.

‘Dat streelde mijn imago’, las ik ergens in een interview met een of andere derderangs artiest. Geen idee meer wie, maar ik vond het kennelijk grappig, want ik heb het op een kladbriefje geschreven dat nu al een tijdje op mijn bureau rondslingert.

Dat iets je ego kan strelen, en dat sommige mensen dat graag zelf doen, dat wist ik wel. Maar aan een ego heeft een artiest vandaag de dag niets meer. Het is gauw te groot of juist te klein. Precies goed is het zelden en dan heb je er alleen maar hinder van. Niet wie je bent, maar hoe je over komt, daar gaat het om. Een imago dus. Hoe meer dat opgepoetst wordt, hoe beter.

Serieuze mensen hebben dat niet nodig, meende ik, maar toen las ik in UKrant dat de hoogleraar Chinese taal en cultuur van het Confucius Instituut en werkzaam aan de RUG het imago van China niet mag beschadigen.

Gek, dacht ik. Je kunt bijna dagelijks in de krant lezen over de misstanden in de Chinese detentiekampen, de verkrachting en mishandeling van Oeigoeren. Maar als een hoogleraar uit het verre Groningen daar iets van zou zeggen, dan is dat imagoschade.

‘Rare jongens, die Chinezen’, probeerde ik het uit mijn hoofd te zetten. Maar ja, als je eenmaal gaat nadenken, is al gauw het hek van de dam. Want hoe zit dat eigenlijk met de RUG? Heeft dat ook een imago en is dat dan niet beschadigd door de beschuldigingen aan het adres van het Confucius Instituut?

Van alle kanten is er kritiek geuit op de samenwerking en zijn er zorgen geuit over de lange arm van de Chinese overheid. Ook in de universiteitsraad is het enthousiasme voor het aanhouden van de banden niet erg groot. Maar de RUG blijft voor het instituut in de bres springen. Dat zou je moedig kunnen noemen.

Waarom steeds die coulance in de richting van de Chinese overheid?

Dat de RUG er echter ook niet van houdt wanneer haar imago wordt beschadigd, is wel gebleken in de onverbiddelijke reactie op de faux pas van professor Joost Herman. Ook al staken verschillende collega’s van Herman hun nek voor hem uit, de RUG bleef onvermurwbaar.

Ik kan niet goed beoordelen of dat terecht is, maar waarom dan steeds die coulance in de richting van de Chinese overheid? En in de richting van de bestuurders die destijds alles in het werk stelden om een filiaal van de RUG in China te krijgen?

Is wat Herman heeft gedaan nu echt zoveel erger dan wat Sibrand Poppema heeft geprobeerd met zijn pogingen Yantai door te drukken? En de hele Yantai-geschiedenis is toch ook een flinke deuk in het imago van de universiteit geweest?

Maar het huidige college van bestuur heeft er voor gekozen het achter zich te laten en richt zich liever op de toekomst, misschien wel omdat ze bang zijn dat het anders te lang aan hen zou gaan kleven.

U merkt het al, ik kom er niet goed uit. Daarom nu even heel iets anders. In 2020 is de RUG er in geslaagd maar liefst 591 promoties succesvol af te ronden. De RUG lijkt daarmee de grootste opleider van promovendi in Nederland te worden. Inderdaad, maar liefst 12 procent, reageerde rector Cisca Wijmenga enthousiast in een twitterbericht en noemde het ‘een geweldige prestatie!’.

Onwillekeurig vroeg ik me toch even af welk percentage van die promovendi een ‘giftige relatie’ met hun supervisor heeft gehad. Want als je ondanks de tegenwerking van je begeleider je promotie tot een goed einde weet te brengen, is dat pas echt een geweldige prestatie.

Maar niet zo goed voor het imago van de RUG natuurlijk.