Advertentie

Humor

In het keukentje op onze afdeling hing ineens een papier met daarop de tekst ‘These are tearable puns’. Even dacht ik dat het een nieuwe maatregel van het college van bestuur was om de communicatie aan de RUG te verbeteren, maar toen zag ik dat er in kleine letters nog meer tekst op stond.
Door Gerrit Breeuwsma

Take one and share it with someone who could use a smile.’ Daar weer onder hingen tien strookjes met een korte tekst en toen begon het me langzaam te dagen: hier werd geprobeerd een potje humor op te warmen.

Omdat ik wel weer eens aan lachen toe was, ben ik ze aandachtig gaan lezen. ‘What’s the definition of a will? It’s a dead giveaway’, stond er op een van de strookjes, en ‘A chicken crossing the road is poultry in motion’ op een andere en zo waren er nog acht puns van vergelijkbaar kaliber. Maar hoe ik mijn best ook deed, het lukte me niet er een flauwe glimlach uit te persen, laat staan in de lach te schieten.

’The man who fell in the upholstery machine is fully recovered’, probeerde ik mijn geluk nog maar eens bij een volgende, maar omdat ik geen idee had wat upholstery was, moest ik eerst naar mijn kamer om het op te zoeken in het woordenboek, en zo’n oponthoud overleeft humor vaak niet. Upholstery is trouwens ‘stoffering’ of ‘bekleding’, aldus mijn dictionaire, maar met die kennis kon ik er, zoals de Vlamingen zeggen, nog steeds niet mee lachen.

Dus daar stond ik in het keukentje, dat trouwens door veel gebruikers pantry wordt genoemd. Bij dat woord denk ik altijd aan een in kousen gestoken vrouwenbeen, dat ontsierd wordt door een ladder, maar het komt van het Franse woord paneterie, dat weer verwijst naar pain dat stamt van panis, het Latijnse woord voor brood.

Een pantry is dus een ruimte, een soort inloopkast, waar pain en ander voedsel wordt opgeslagen, vaak grenzend aan de keuken, maar niet de keuken zelf, dus nu snap ik nog niet waarom ze ons keukentje een pantry noemen.

Even een huishoudelijk terzijde: brood kun je eigenlijk overal bewaren, zelfs op hele rare plekken, maar vooral een baguette zit niet erg comfortabel (pain in the ass).

Goed. Ik kon me niet voorstellen dat ook maar iemand zou kunnen lachen om deze puns, maar een paar dagen later waren er toch enkele strookjes vanaf gescheurd. Dus toen ik me voorstelde dat er nu achter enkele deuren op onze gang smakelijk gelachen werd, begon ik me heel erg buitengesloten te voelen.

Even overwoog ik om genadeloos toe te slaan door er zelf enkele strookjes met puns aan te plakken (‘What was the favorite Indonesian dish of Joseph Goebbels? Nazi Goering’), maar onmiddellijk schoot me de aflevering van Fawlty Towers te binnen, waarin John Cleese alles op alles zet om zijn Duitse gasten te ontzien (don’t mention the war’) maar jammerlijk faalt juist omdat hij dat probeert.

Humor is een mijnenveld. Zolang niet duidelijk is waar precies om wordt gelachen en wie we daarmee buiten sluiten of kwetsen, is het voorlopig veiliger om het hele idee van humor aan de universiteit te laten varen. Immers, wat grappig is voor de een, is dat niet voor de ander, of zoals de Rector Magnificus het onlangs in de UK zo mooi verwoordde: ‘Misschien doe ik het zelf ook wel. […] Dat ik een grapje vertel dat ik grappig vind. Maar misschien zijn mijn grapjes helemaal niet leuk.’

Dat vind ik dan weer grappig.

Eigenlijk houd ik wel van harde humor, een tikje fout desnoods, de spot drijvend met iemands eigenaardigheden, tics, rare loopjes, taal en herkomst. Een klap in je gezicht, maar zonder klap. Maar inmiddels heb ik ervaren hoe intimiderend zelfs de mildste grappen kunnen zijn (‘The short fortuneteller who escaped from prison was a small medium at large’, geen idee wat hier leuk aan is) en ik denk dat we in een veilige werkomgeving het recht hebben gevrijwaard te blijven van dergelijke inbreuken op ons gemoed.

Ik zou dan ook willen pleiten voor humorvrije ruimtes in de universiteitsgebouwen. Om klein te beginnen, dacht ik eerst maar eens aan de pantry,

Eh, ik bedoel ons keukentje.

17 April 2018 | 17-4-2018, 13:54
Advertentie