advertentie

 

Hofmakerij

Hoe maak je iemand het hof? vraagt UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma zich af. ‘Bij een adequate uitleg van de twaalftoonstechniek van Arnold Schönberg hangen de dames niet bepaald aan je lippen.’ Maar dat nog liever dan Tinder.
Door Gerrit Breeuwsma

Heel lang geleden was ik op een bruiloft waar nog ouderwets werd gedanst: stijldansen. U weet wel, de wals, de slowfox, de quickstep of Zuid-Amerikaanse dansen, zoals de chachacha en de rumba.

Het geheel werd muzikaal omlijst (zo zeg je dat bij stijldansen) door een livebandje; drie in witte pakken gestoken mannen met foute snorren, die zo’n depressief makende vrolijkheid uitstraalden dat je wel moest gaan twijfelen over de zin van het bestaan.

Mijn toenmalige vriendin begaf zich al gauw naar de dansvloer, daartoe uitgenodigd door zo’n uitslover met een foute stropdas die een buiginkje maakte, waarna hij haar aan zijn hand meenam, maar ik bleef zitten waar ik zat, waarschijnlijk steun zoekend bij te kleine glazen pils met te grote schuimkragen, zodat je nog flink aan de bak moest om dronken te worden.

Dat laatste was beslist nodig, want destijds eindigden dat soort bruiloften steevast in een polonaise. Ik weet het, er is veel ellende op de wereld, maar de polonaise is ook een ramp.

Een oom kwam langs mijn tafeltje en moedigde me aan een dansje te wagen, maar ik hield de boot af. Ik kon trouwens helemaal niet dansen en ik peinsde er niet over om het te gaan leren. Toen zei hij met enig aplomb dat hij dat heel onverstandig vond, want als je er alleen voor kwam te staan, was het dé manier om met het andere geslacht in contact te komen.

Ik vond dat nogal een belachelijk argument en bovendien meende ik, met de arrogantie van een jonge twintiger, zeker te weten dat mijn vriendin het wel uit haar hoofd zou laten om bij me weg te gaan, zodat de kans dat ik er alleen voor kwam te staan me niet alleen hypothetisch, maar ook zeer onwaarschijnlijk leek.

Toen ging ze toch en stond ik er wel alleen voor. Ik was echter veel te jong om dat de rest van mijn leven te blijven; maar hoe maakte je ook al weer iemand het hof? Ik had er al enige jaren geen omkijken naar gehad en nu bleek het nog niet zo eenvoudig.

Mijn tijd bracht ik voornamelijk door met lezen en als ik uitging, ging ik naar concerten waar ze, om maar eens iets te noemen, strijkkwarten van Anton Webern uitvoerden. Daar kun je van alles van vinden, maar het is géén slaapkamermuziek. En bij een adequate uitleg van de twaalftoonstechniek van Arnold Schönberg hangen de dames niet bepaald aan je lippen.

Of het nu toeval was of dom geluk, ik weet het niet, maar ik kreeg toch weer ‘kennis aan een vrouw’ en op een of andere manier moet het me gelukt zijn haar voor me te winnen. Toen ik vanochtend in alle vroegte naar mijn werk fietste, lag zij nog lekker in ons bed.

Heel in het begin heb ik één keer met haar gedanst; geen stijldansen, maar ‘vrij’, met veel armgezwaai en hoofdschudden. Ze schrok enorm en was even bang dat ik geëlektrocuteerd werd. Het was geen fraai gezicht; ik moest beloven om het nooit weer te doen.

En nu zijn we al heel lang ‘bij elkaar’. Soms denk ik wel eens aan alle meisjes en vrouwen die ik niet heb gekend en dat stemt me dan een beetje weemoedig. Van dansen moet ik nog steeds niets hebben, maar daar kom je tegenwoordig ook niet ver meer mee. Je moet je op Tinder begeven, je beter voordoen dan je bent; al swipend op zoek gaan naar ongemakkelijke seks.

Mocht de nood toch ooit aan de man komen, dan voor mij geen Tinder. Dan stort ik me nog liever in een polonaise.

20 February 2019 | 20-2-2019, 12:17
advertentie