Kun je de problemen met AFAS nog afdoen als kinderziektes?

Opinie

Kun je de problemen met AFAS nog afdoen als kinderziektes?

De invoering van AFAS is een moeizaam proces, stelde UKrant twee weken geleden vast. Programmamanager Erwin Boelens legde uit hoe dat kon gebeuren. Maar Miralda Meulman, clustercoördinator bij de Faculteit der Letteren, heeft nog wat vragen.
Door Miralda Meulman
29 september om 14:20 uur.
Laatst gewijzigd op 30 september 2020
om 13:01 uur.
september 29 at 14:20 PM.
Last modified on september 30, 2020
at 13:01 PM.

Als gebruiker van AFAS herken ik alle problemen die in het UKrant-artikel ‘10,6 miljoen aan frustratie’ van 16 september geschetst worden. Het is de reactie van de heer Boelens die mij verwondert. Er zijn veel dingen in dit proces die ik moeilijk te begrijpen vind, in willekeurige volgorde:

  • Wat is er precies getest, als de gebruikerstest waar ik aan mee zou doen tot twee keer toe is afgelast omdat het systeem nog niet werkte? Dit gebeurde in december 2019 en opnieuw in januari 2020.
  • Hoe kan er een ‘go’ worden gegeven als mensen uit het implementatieteam stappen omdat ze er geen vertrouwen in hebben?
  • Hoe kan het dat het lijkt alsof het college van bestuur geen idee heeft van de ernst van de problemen en de frustratie en werkstress die dit veroorzaakt bij de gebruikers?
  • Hoe kan het dat de problemen waarvoor AFAS zorgt, afgedaan worden als kinderziektes?
  • Hoe kan het dat er een programma wordt aangeschaft met een rechtenstructuur die niet aansluit bij de faculteiten, in ieder geval niet bij onze faculteit?
  • Hoe kan het dat een programma dat geacht wordt een efficiëntere organisatie te creëren in basis zo inefficiënt is dat je niet begrijpt hoe andere organisaties hier mee kunnen werken? 
  • Hoe kan het dat de u-raad hier niet of nauwelijks actie op onderneemt?
  • Tot slot, op welke informatie uit het werkveld baseert de heer Boelens zijn reactie? Aangezien mijn ervaringen en die van mijn collega’s niet aansluiten bij zijn boodschap, ben ik benieuwd of wij iets over het hoofd zien.

Graag zou ik met hem het gesprek aangaan over de problemen waar mijn collega’s en ik tegenaan lopen. Erkennen dat dit programma de naam ‘Best Practice 2020’ onwaardig is en oprechte waardering tonen voor al die medewerkers die, net als ik, met tranen van frustratie achter hun pc zaten én zitten, zou al een positief effect kunnen hebben op het moreel.