Advertentie

Hier college, thuis oorlog

Terwijl iedereen zich opmaakt voor kerst, worstelen Oekraïense studenten met de gedachte dat het thuis oorlog is en dat vrienden en familie in een staat van beleg leven. ‘Al vijf jaar lang leven weten we niet wat er morgen gaat gebeuren.’
Door Şilan Çelebi

Anita Gimpleson en Volodymr Korol proberen zich net zo te voelen als andere Groningse studenten, maar ze torsen het gewicht van oorlog met zich mee, al van kinds af aan.

Anita was veertien toen haar geboortestad Charkov, vlak naast het oorlogsgebied in Oekraïne, een verzamelpunt werd van demonstranten en militaire voorraden. Nu is Charkov een van de tien Oekraïense steden die momenteel in staat van beleg is. In het westen van Oekraïne groeide Volodymr midden tussen de oorlogspraat op, die vreemd en verontrustend klonk in zijn jonge oren.

Nu, vijf jaar later, zien de twee vanuit Groningen hoe de spanning toeneemt tussen Oekraïne en Rusland, terwijl het hun medestudenten allemaal niet lijkt te deren.

Anita Gimpleson

En wat nu?

Allebei waren ze op 26 november bezig hun gewone leven te leven – studeren voor tentamens, afspreken met vrienden – toen ze het nieuws hoorden dat Oekraïne de staat van beleg had afgekondigd.

Op een bepaalde manier bracht het nieuws een gevoel van opluchting. Eerder, vertelt Volodymr – die een ernstig gezicht heeft en zijn woorden zorgvuldig kiest – was er geen bewijs dat Rusland oorlog voerde met Oekraïne. Maar nu de wereld zag dat ‘Russische schepen Oekraïense schepen aanvielen in een neutraal gebied’, zegt hij, ‘is de situatie eindelijk duidelijk.’

Nu zijn we tenminste voorbereid, mocht er iets gebeuren.

Anita maakt zich zorgen om de matrozen op de gevangengenomen schepen. ‘Rusland nam onze mensen in gijzeling en Poetin zei dat hij geen intentie had om ze vrij te laten. Ze blijven Oekraïense levens gebruiken als onderhandelingsmateriaal.’

Volodymr wijst op een belangrijk punt: de zeelieden hebben de status van krijgsgevangenen. Dat betekent dat ‘Rusland een oorlog erkent die het eerder ontkende. Ze beweerden altijd dat Oekraïne een burgerconflict had, een burgerprotest – maar nu hebben ze onze mensen gevangen genomen als prisoners of war.

‘Ik herinner me dat ik met mijn Oekraïense klasgenoot praatte toen we het nieuws hoorden’, zegt Anita. ‘We hadden zoiets van: en wat nu? Ik belde mijn zus die in Charkov woont en ze zei me dat alles oké was. De staat van beleg was afgekondigd om ons land voor te bereiden op de volle aanval. Nu zijn we tenminste voorbereid, mocht er iets gebeuren.’

Thuis

En de mensen thuis zijn voorbereid. Het is geweldig om te zien hoe iedereen samenkomt, zeggen Volodymr en Anita: tienduizenden vrijwilligers hebben zich aangemeld, klaar om hun huizen en families te beschermen. ‘Vrijwillige aanmelding is een nationaal gebeuren geworden, mensen trekken naar elkaar toe,’ zegt Volodymr.

Iedereen doet wat hij of zij kan, zelfs als het alleen een klein gebaar of protest is. Anita spreekt alleen nog maar Oekraïens, al is Russisch haar eerste taal. Haar vrienden begonnen zich meer traditioneel te kleden en Oekraïense artiesten en ontwerpers te steunen. Volodymr heeft geen Russische producten meer gekocht sinds de oorlog begon, ‘wat misschien een klein ding lijkt, maar het was een soort stil protest.’

Beide studenten zijn trots op de manier waarop Oekraïners samenwerken. ‘Ze geven alles’, zegt Volodymr. ‘Ze begrijpen: “als wij het niet doen, wie dan wel?”’

Volodymr Korol

Contrast

Maar er is een vreemde dissonantie met hun levens hier. Het contrast tussen de zorgen die zij met zich meedragen en de zorgen die hun medestudenten hebben (over kerstplannen, feestjes en examencijfers) is enorm.

Nederlanders – en Europeanen in het algemeen – hebben geluk, zegt Volodymr. ‘Mensen zijn gelukkiger hier. Ze genieten van hun leven. Ze zijn niet altijd bang dat ze morgen misschien niet wakker worden.’

Zelfs Oekraïners uit gebieden waar helemaal geen staat van beleg is, ‘voelen de oorlog evengoed. Onze mensen komen terug in metalen kisten. We voelen de schok van wat er gebeurt met onze vrienden en familie.’

Ook in die andere wereld in Groningen wordt Volodymr herinnerd aan alles wat er thuis plaatsvindt. Zo hangt er in het Centre for Russian studies een poster waarop min of meer staat: ‘Russische wereld.’

De directeur van het centrum zegt dat het onschuldig is; een bekende zinsnede, geschreven door een dichter. Maar Volodymr zegt dat de slogan ook gebruikt werd tijdens de militaire bezetting van Georgië, en nu weer in de oorlog met Oekraïne. Hele groepen studenten lopen in, uit en rond het gebouw zonder te malen om die poster. Maar Volodymr weigert om er ook maar in de buurt te komen.

Dat het niet hier  gebeurt, betekent niet dat het niet gebeurt

 

Let op

Voorlopig, zeggen Anita en Volodymr, zijn ze niet bang voor de toekomst. Maar ze zijn wel bezorgd: bezorgd dat Rusland doorgaat met meer en meer agressieve stappen; bezorgd dat de oorlog nooit stopt. ‘Alles wat ik wil is dat de oorlog ophoudt,’ zegt Anita, ‘en dat we onze middelen kunnen inzetten voor het opbouwen van Oekraïne, in plaats van het beschermen van onze huizen.’

Volodymyr deelt dat verlangen. ‘Ik wil niet dat het ene land het andere “overwint”. Ik wil gewoon vrede en passende straf voor hen die misdaden tegen de menselijkheid heben begaan.’

Totdat het zover is, willen Anita and Volodymr RUG-studenten aanmoedigen om meer over de politieke situatie van Oekraïne te weten te komen. ‘Oekraïne ligt tussen Europa en Rusland. Dat het niet hier gebeurt, betekent niet dat het niet gebeurt. Ik wil dat mensen aandacht hebben voor de ontwikkelingen en wat die ook voor hen kunnen betekenen in de toekomst’, zegt Volodymyr.

English

19 December 2018 | 6-1-2019, 22:15
Advertentie