advertentie

 

Het ontstaan van leven begint in de kroeg, weet Marcel Eleveld

Een vogel leeft en een kopje koffie niet. Maar hoe weten we dat eigenlijk? Marcel Eleveld vertelt er maandag alles over tijdens Pint of Science. Hij is niet de enige wetenschapper die dan de kroeg induikt.
Door Christien Boomsma

Pint of Science

Pint of Science is een wetenschapsfestival, waarbij wetenschappers wereldwijd de kroeg intrekken om hun verhaal te vertellen.

Sinds dit jaar is Pint of Science ook in Groningen actief. Van 20 tot en met 22 mei geven jonge onderzoekers in een viertal Groningse cafés publiekspraatjes over diverse thema’s. Zo gaat het maandag in O’Ceallaigh over de oorsprong van het leven, de grenzen van sport en designer DNA, en wordt er in Buckshot gepraat over de geheimen van het ouder worden en molucular engineering.

Meer weten? Kijk op Pintofscience.nl.

Dus, jij gaat ons het geheim van het leven vertellen?

‘Nou ja, ik ga in elk geval mijn best doen. We zijn namelijk al best wel ver om het ontstaan van het leven daadwerkelijk te verklaren. Maar gelukkig is er ook nog veel dat we moeten uitzoeken.

Het begint al bij de definitie. Wat ís leven nu eigenlijk? Kijk, we snappen allemaal dat een kopje koffie niet leeft en de vogels in de bomen wel. Maar aan de definitie van NASA – ‘a selfsustaining chemical system capable of undergoing darwinian evolution’,- zitten allemaal haken en ogen. Neem een muilezel, een niet-vruchtbare kruising tussen een ezel en een paard. Die kan zich niet voortplanten, dus volgens deze definitie leeft een muilezel niet. Maar als je hem ziet rondlopen, dan leeft die absoluut.

Een ander probleem is dat al het leven dezelfde afstamming heeft. Het bestaat uit RNA, DNA en eiwitten. Ik geloof niet dat dat de enige manier is waarop je leven kan maken. Dat kan je echt op andere manieren doen. Maar als je het zou zien, zou je het herkennen?’

En jouw eigen onderzoek? Want daar ga je natuurlijk over vertellen tijdens Pint of Science!

‘Aan de ene kant onderzoek ik de hypothese dat het leven begonnen is met RNA. Daarvoor is het een groot mysterie hoe die eerste RNA-polymeren zijn gevormd. Maar tegelijk zijn mijn promotor Sijbren Otto en ik ervan overtuigd dat het misschien wel onmogelijk is dat te verklaren. Er zijn immers geen moleculaire fossielen en we hebben ook geen tijdmachine om uit te zoeken hoe het gegaan is. Maar je kan wel proberen om zelf leven te maken. Als je iets kunt maken, dan begrijp je het.

Wij gebruiken alleen niet de bouwstenen die de natuur gebruikte, want die zijn extreem ingewikkeld. Wij gebruiken vrij simpele moleculen om iets te maken dat zo dicht mogelijk bij leven komt.’

En daar heb je al iets bijzonders gevonden, toch?

‘Ja! Sijbren Otto werkt met moleculen die ringetjes van zes vormen en zich stapelen tot een torentje. Uiteindelijk breekt die, waarna de fragmenten weer uitgroeien tot nieuwe torens. Ik wilde moleculen maken die hetzelfde doen, maar zich niet zouden laten mengen met die van Sijbren. Maar kennelijk ben ik dusdanig slecht in ontwerpen dat het tegenovergestelde gebeurde.

Toen ik mijn moleculen bij die van Sijbren deed, bleken ze namelijk heel graag te willen samenwerken! Ik kreeg geen nette statistische verdeling, maar bijna alleen combinaties van drie van hem en drie van mij. En dat is vanuit evolutionair oogpunt heel erg interessant. Als het me lukt om dat te verklaren, dan geeft ons dat heel veel inzicht in hoe deze zelfreplicerende moleculen werken.’

Ingewikkelde stof! Maar jij kunt dat heel begrijpelijk overbrengen. Hoe komt dat eigenlijk?

‘Toen ik masterstudent was kwam Famelab al op mijn pad, waarbij je je onderzoek in drie minuten moet uitleggen aan mensen die er niks van snappen. Ik won meteen de Groningse voorronde en in de finale in Utrecht kreeg ik wonder boven wonder de publieksprijs. En zo is het balletje gaan rollen.

Ik vind het belangrijk om kennis van de mensheid uit te breiden, zeg maar, maar ik wil ook graag communiceren wat we allemaal kunnen. Wetenschappers zitten toch wat te vaak in hun ivoren toren en de wereld heeft geen idee. En dat is zonde. Je kunt veel van elkaar leren, als je het maar kunt overbrengen.’

Wat is het geheim van een goed publiekspraatje?

‘Je moet echt alle details weglaten. Ik hou zo’n praatje eerst voor een huisgenoot en die zegt dan: “Marcel, dit moet tien keer eenvoudiger.” En dan haal je de helft eruit en na vijf keer denk je: nu zit er echt niets meer in. Maar na afloop komen er mensen naar je toe en zeggen: Wauw, ik heb zo veel geleerd!

Daarnaast staat of valt het met een goede analogie. Je legt iets moeilijks uit door mensen te laten denken aan iets dat ze kennen en dan zeggen: maar dit is even anders. Voor mijn TEDx-talk waren dat dus legosteentjes.

En ten slotte: je moet accepteren dat de eerste dertig seconden of zo je hele lijf bevriest in een soort flight or fight response. Want als die tijd voorbij is en je lijf doorkrijgt dat die mensen je dus niet gaan aanvallen, dan gaat het lopen en ga je het nog leuk vinden ook.’

16 May 2019 | 16-5-2019, 17:20
advertentie