Het broeit in het hoger onderwijs

 

Vier studentenbewegingen uit vier steden kwamen woensdag samen om hun zorgen te delen over marktwerking, werkdruk en bezuinigingen in het hoger onderwijs. ‘Het broeit overal, merken we.’
Door Thereza Langeler

‘Wij zitten hier in een unieke positie’, zegt student Andrew tegen zijn publiek. ‘Dit mag niet doodbloeden in de zomer.’

Wat hij bedoelt met ‘dit’? Dat lijken de andere studenten in de Marie Lokezaal, zo’n vijftig (vooral) man, deels Nederlands, deels international, eigenlijk ook nog niet zeker te weten. Een nieuwe kijk op de universiteit, een tegengeluid, een revolutie? Een beetje van alle drie?

Woensdagavond deden studentenbewegingen DAG uit Groningen, Changing Perspectives uit Nijmegen, ZegNee uit Utrecht en New University uit Amsterdam een poging om daarachter te komen. Op initiatief van DAG waren ze allemaal samen in Groningen voor een paneldiscussie, ‘Together We Stand’. Vier panelleden – Andrew uit Utrecht, Pepe uit Nijmegen, Elmar uit Amsterdam en DAG-lid Meike namens Groningen – wisselden van gedachten over wat er moet gebeuren binnen de universiteiten.

Verleden

‘De studentenprotesten van mei 1968 zijn nu vijftig jaar geleden’, vertelt Jochem Dijkstra van DAG, die het evenement mede organiseerde. ‘Dat wilden we niet ongemerkt voorbij laten gaan, maar we wilden ook niet dat het alleen over het verleden zou gaan.’

Want over 2018 valt ook genoeg te zeggen. Overal in Nederland maken met name letterenfaculteiten zich ernstig zorgen om hun financiële situatie en universitaire staf geeft aan de torenhoge werkdruk niet meer aan te kunnen. Bovendien, daar zijn alle studentenbewegingen die woensdagavond samenkwamen het over eens, veranderen universiteiten in bedrijven, die studenten als product behandelen en alleen gericht zijn op winst en prestige.

Protestmars

Afgelopen weekend kwam het tot een kookpunt aan de Universiteit van Amsterdam, waar ZegNee samen met andere studentenorganisaties een protestmars had georganiseerd tegen bezuinigingen in de geesteswetenschappen. Na de mars zelf wilden enkele tientallen studenten overnachten op de UvA-campus op het Roeterseiland. De politie vroeg hen eerst om te vertrekken, en toen daar geen gehoor aan gegeven werd, ontruimde ze het eiland.

Veel van de studenten in de Marie Lokezaal waren erbij. Andrew hield er een beurse arm aan over en een kapotte bril, vertelt hij. De ophef in Amsterdam heeft kennelijk tot in Groningen doorgeklonken. DAG werd voorafgaand aan de paneldiscussie door de politie benaderd, vertellen enkele leden, met de vraag wat ze eigenlijk precies van plan waren.

Maar een demonstratie is helemaal niet de bedoeling, woensdagavond. ‘We denken niet: goh, laten we eens gaan protesteren, leuk. Er moet een directe aanleiding voor zijn’, zegt Dijkstra. De studenten zijn bij elkaar gekomen om nader kennis te maken, ervaringen uit te wisselen, toekomstplannen te bespreken.

Ultimatum

De vier bewegingen zijn het erover eens dat er zoveel mogelijk mensen, ook buiten de universiteit, moeten worden betrokken bij hun idealen. ‘We staan op de universiteit niet alleen met onze problemen’, stelt de Amsterdamse Elmar, die een shirt draagt met de beeltenissen van Karl Marx, Friedrich Engels en Vladimir Lenin erop. ‘Kijk bijvoorbeeld naar de stakingsacties van docenten.’

De studenten hebben nu de blik gericht op september. Dan loopt het ultimatum af wat docent Rens Bod, de initiator van WO in Actie, onderwijsminister Van Engelshoven heeft gesteld. Vóór Prinsjesdag moet de doelmatigheidskorting, een bezuiniging van 183 miljoen op het hoger onderwijs, van tafel zijn, anders volgen landelijke acties van docenten en onderzoekers.

En die landelijke acties zouden een prima moment zijn voor de studenten om eventueel ook de handen ineen te slaan. ‘Als het vruchtbaar is, moeten we wat mij betreft zeker meer landelijk samenwerken’, zegt Dijkstra. ‘Het broeit overal, merken we.’

English

14 June 2018