advertentie

 

Herkansen

Het is volkomen logisch dat het slaagpercentage bij een hertentamen lager ligt dan bij de eerste kans. Maar met percentages kun je lekker goochelen. Vooral in de politiek, waarschuwt columnist Casper Albers.
Door Casper Albers

Ik heb deze week hertentamen. Een aantal van mijn studenten ook, dat komt wel handig uit. Behalve dat het hertentamen dit jaar niet in januari maar in april is, verwacht ik dat het allemaal in grote lijnen hetzelfde zal gaan als de jaren ervoor.

Dat betekent dus even een paar uur drukte in MartiniPlaza, allemaal formulieren invullen en inleveren bij de onderwijsbalie en vervolgens dagenlang, ook in de avonduren, aan de slag om maar zo snel mogelijk alles nagekeken te hebben (de week erna beginnen de nieuwe vakken, ook voor mij).

Een jaarlijks terugkerend fenomeen is ook dat het slaagpercentage bij het hertentamen flink lager ligt dan dat bij de eerste kans. Een aantal studenten, toevallig voornamelijk studenten die ook voor het hertentamen gezakt zijn, ziet hier een groot onrecht in. Het hertentamen is blijkbaar veel moeilijker dan de eerste kans en dat is niet eerlijk!

Tevens is het voor hen een bevestiging van de meest wilde complottheorieën: ik zou onder andere met opzet het hertentamen moeilijk gemaakt hebben zodat de universiteit nog een jaartje extra collegegeld kan cashen. Ik ben zelfs een keer opgebeld door de moeder van een studente die me van dergelijke praktijken beschuldigde.

Terwijl het juist volkomen logisch – en dus niet oneerlijk – is dat het slaagpercentage bij het hertentamen lager ligt dan bij de eerste kans. It is not a bug, it is a feature. Bij de herkansing doen voornamelijk studenten mee die de eerste kans wel gemaakt maar niet gehaald hebben. Doorgaans is dit een teken dat zij de stof onvoldoende beheersen (dat is tenminste het hele doel van een tentamen).

Ik zou met opzet het hertentamen moeilijk hebben gemaakt, zodat de universiteit nog een jaartje extra collegegeld kan cashen

De studenten die mijn vak makkelijk vinden, trekken het slaagpercentage van de eerste kans omhoog en zijn bij het hertentamen afwezig. Voornamelijk de studenten die moeite hebben met het vak blijven over, en het is eigenlijk best een open deur dat die groep minder goed presteert.

Het hertentamen lijkt moeilijker dan de eerste kans als je naar het slagingspercentage, de prestatie van de groep als geheel, kijkt. Interessant genoeg is het op individueel niveau precies omgekeerd.

De meeste studenten gebruiken de periode tussen eerste kans en hertentamen om bij te leren en scoren op het hertentamen dus hoger. Op individueel niveau lijkt het hertentamen juist makkelijker dan de eerste kans, maar ook dat is een vertekening; de studenten zijn gewoon beter voorbereid. Omdat een deel van de tentamenvragen uit een itembank komt, kunnen we zien dat de prestaties over de jaren heen vrij vergelijkbaar zijn.

Sommige mensen zijn erg goed in het creatief interpreteren van percentages en het zodanig draaien dat deze percentages een bevestiging van het eigen narratief worden. Die mensen worden lijsttrekker van een politieke partij en kunnen met droge ogen zeggen dat het verlies van een kwart van de zetels goed is, want de verwachting was nóg slechter.

Op de universiteit leggen we de lat graag wat hoger. Een opvallend percentage blijkt negen van de tien keer helemaal niet zo opvallend te zijn.

Dat is fnuikend voor complottheorieën, maar het is niet anders.

09 April 2019 | 10-4-2019, 9:12
advertentie