Hamsteren

Foto Reyer Boxem

Hamsteren

Komt Gerrit Breeuwsma na zijn werk in de supermarkt, is het brood uitverkocht. Hij blijft mild: ‘In tijden van onzekerheid geeft een goed gevulde voorraadkast een gevoel van veiligheid.’
Door Gerrit Breeuwsma
18 maart om 11:00 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:19 uur.
maart 18 at 11:00 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:19 PM.

Na het werk doe ik op weg naar huis vaak nog wat boodschappen bij de AH aan de Rijksweg. Het is de laatste pleisterplaats voor ik de leegte van het Groningse platteland in fiets en bovendien een mogelijkheid om vrouw en kinderen te bewijzen dat ik wel degelijk in hun levensonderhoud voorzie.

Met wat ik koop, zou ik ze trouwens niet lang in leven kunnen houden, want het moet allemaal in mijn rugtas, die ik dan op zo’n rekje achter op mijn bagagedrager zet.

Mijn kinderen vonden dat aanvankelijk nogal gênant, dat rekje (‘pap, dat doen alleen brugklassers!’), maar de laatste tijd hoor ik ze er niet meer over. Of ze zijn de schaamte voorbij, of ze hebben me inmiddels opgegeven. Ik vrees soms dat laatste.

Op het werk weet ik vaak exact wat ik moet halen. Toch gebeurt het me regelmatig, eenmaal in de supermarkt, dat ik geen idee heb wat ook al weer. Ik dwaal dan maar tussen de schappen, in de hoop dat een confrontatie met de gewenste producten iets van een herinneringsspoor doet oplichten.

Toen ik vorige week donderdag de supermarkt binnen liep, was ik het helemaal kwijt, maar eenmaal bij de broodafdeling aangekomen, wist ik het weer: brood! Ik had het schap nog nooit zo leeg gezien. Alles wat zelfs maar op brood leek was op.

Kennelijk keek ik het meisje van de broodafdeling net iets te beduusd aan, want ze begon me uit te leggen dat het vanaf de persconferentie om drie uur een gekkenhuis was geweest. In drommen was het kooplustige publiek – als bij de Bijbelse sprinkhanenplaag in Egypte – door de winkel gestormd. Er staan ons dan nog negen plagen te wachten, bedacht ik me.

Sommige mensen moeten tijdens die bestorming de omgangsvormen uit het oog zijn verloren en hadden hun koopkracht letterlijk – in fysieke zin – ingezet. Hier en daar was een bittere strijd geleverd om een laatste product te bemachtigen.

Op de blikken misten vaak de etiketten, zodat die altijd eerst geopend moesten worden om er achter te komen wat er in zat

Geen brood dus. Wij zouden ons morgenochtend met pannenkoeken moeten redden, wat geen slecht vooruitzicht was.

Later zou Rutte ons op het hart drukken dat hamsteren niet nodig en zelfs een beetje asociaal is tegenover al die mensen die na hun werk nog even boodschappen willen gaan doen en dan een lege supermarkt aantreffen. Bedankt Mark.

Toch zou ik er niet te streng over willen oordelen. In tijden van onzekerheid geeft een goed gevulde voorraadkast een gevoel van veiligheid (typisch geval van een koopinmechanisme, zou een psycholoog zeggen).

In mijn jonge jaren had ik een vriendinnetje van wie de vader in het Jappenkamp had gezeten. Dat had de nodige sporen nagelaten, waaronder een onbedwingbare behoefte om grote hoeveelheden houdbaar voedsel in te slaan.

Hij werkte een tijdje in de bedrijfskantine van een AH en dat gaf hem een bijna onbeperkte toegang tot afgedankte etenswaren, die hij in grote hoeveelheden naar huis sleepte: rijst, maar bovenal ingeblikt voedsel. Ik denk dat Albert Heijn daar het idee van hamsteren vandaan heeft.

Thuis raakten de kasten zo vol dat er regelmatig van de noodvoorraad gegeten moest worden om ruimte te scheppen. De rijst kwam dan altijd van pas, maar van de blikken misten vaak de etiketten, zodat die altijd eerst geopend moesten worden om er achter te komen wat er in zat. Maar wat het ook was, het moest een maaltijd worden.

Ik heb daar heel rare dingen gegeten. Maar wel overleefd.

Misschien is dat wel wat ons te doen staat. We halen alles uit de kast, maar we weten niet wat er in zit. De kunst is er dan toch nog iets van te maken.

Of zoals Rutte zei: ‘Ik reken op u.’