Advertentie

‘Had ik dat wapen maar afgepakt’

Celstraf voor openlijke geweldpleging en het verbergen van een verdachte van een misdrijf. Dat hangt de vier medeverdachten van ‘Korrewegschutter’ Azim A. boven het hoofd. Dag twee van de rechtszitting over de Korrewegschietpartij.
Door Thereza Langeler

Twee keer twee mannen, twintigers. Het ene koppel wil nooit meer iets met ‘Korrewegschutter’ Azim A. te maken hebben. Het andere duo beschouwt hem nog steeds als een goede vriend.

Wat de officier van justitie betreft, moeten ze alle vier de gevangenis in voor hun betrokkenheid bij de schietpartij op 15 oktober aan de Korreweg, waarbij een Groningse student Sydney R. zomaar werd neergeschoten en blijvend verlamd raakte, dan wel de nasleep daarvan.

Tolga K. (21) en Dany A. (20) waren erbij aanwezig. Zij stonden vrijdag terecht voor openlijke geweldpleging en het in bezit hebben van een revolver.

‘Een gezellige avond’

Die revolver was dezelfde waarmee Azim A. student Sidney beschoot rond 5 uur ‘s nachts. Dat Tolga en Dany het wapen ‘voorhanden’ hadden, gebeurde veel eerder op de avond. Azim, Tolga, Dany waren bij het Hoornsemeer, samen met Jordy, een vierde vriend. Daar dronken en childen ze samen. Het was de bedoeling dat het een ‘gezellige avond’ werd.

Maar Azim A. haalde die revolver tevoorschijn. Strafbaar. Of Tolga en Dany dat wisten, vraagt de rechter. Jawel, dat wisten ze. Toch namen ze de revolver aan toen Azim die hun handen drukte, toch schoten ze in de lucht en in het water.

‘Groepsdruk’, zegt Dany. ‘Azim was toen al vervelend’, zegt Tolga. ‘Eigenlijk wou ik niet. Maar ik was bang, daarom deed ik het toch.’

Strontvervelend

Uren later stond Azim tegen voorbijgangers te roepen op het Bernoulliplein. Ook toen vonden ze ‘m ‘strontvervelend’, verklaren Dany en Tolga. Toen Azim Sidney, die langsfietste, vroeg af te stappen, hebben ze geprobeerd de twee uit elkaar te halen.

‘U deed níét aan het duwen en trekken mee?’ wil de rechter weten. Uit getuigenverklaringen komt juist naar voren dat aanvankelijk alle drie de mannen meedoen met de schermutselingen bij Sidneys fiets. Maar dat ontkennen Dany en Tolga in alle toonaarden.

‘Het kwam misschien zo over, van een afstandje’, zegt Tolga, ‘Maar ik wilde hem juist naar huis laten gaan.’ Dany zegt dat hij zich niet herinnert of hij Sidneys fiets überhaupt aangeraakt heeft. ‘Maar als dat al zo was, dan niet om hem te intimideren of zoiets. Zo ben ik helemaal niet.’

‘Het verschrikkelijke’

De beide verdachten lijken amper te kunnen bevatten wat er op 15 oktober 2017 gebeurd is – laat staan wat voor rol zij zelf speelden. Tolga was de rest van die dag in tranen; in de rechtbank verwijst hij naar de schietpartij als ‘het verschrikkelijke’.

Dany zegt in de rechtbank: ‘Als we terug in de tijd konden, had ik dat wapen afgepakt. Ik voel me een lafaard omdat ik het niet heb kunnen stoppen. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk.’

Vergeten

’s Middags maken de andere twee verdachten de indruk dat ze zo veel mogelijk zijn vergeten van wat hen ten laste wordt gelegd. Terwijl hij door de politie werd gezocht, verbleef Azim A. in de woning van John V. (25) in Selwerd. Rutch I. (27) was daar ook, in elk geval af en toe.

Maar hoe lang A. zich precies in het flatje verschool, hoe vaak John en Rutch in zijn gezelschap waren, wat ze daar destijds over hebben gezegd tegen de politie – dat kunnen ze zich niet meer herinneren. Nee, dat er een wapen in de woning lag, wisten ze ook niet.

Rutch zegt zelfs niet meer te weten wanneer hij precies de vlog opnam waarin Azim A. naar zijn eigen beeltenis kijkt op Opsporing Verzocht, en waarin gepraat wordt over verraders afmaken. ‘U was toen bij Azim. Dus wist u waar hij verbleef’, houdt de rechter Rutch voor. ‘Als ik ergens naartoe ga, weet ik toch niet van te voren wie ik daar ga aantreffen?’ repliceert Rutch.

Horten en stoten

Met horten en stoten, en met een getuigenverklaring van Azim A. zelf, wordt er meer duidelijk over de weken waarin A. van de aardbodem verdwenen leek. Hij zou Johns huis via een raampje zijn binnengekomen, zonder dat John daar zelf van wist. ‘Ik had onderdak nodig en ik wist niet waar ik anders heen moest.’ Overnachten deed hij naar eigen zeggen niet in de flat aan de Duindoornstraat.

‘Maar waar was u dan als u níét aan de Duindoornstraat was?’ vraagt de rechtbank. Eigenlijk wil A. zich weer op zijn oude, vertrouwde zwijgrecht beroepen – maar hij is nu getuige en geen verdachte, dus kan dat niet. ‘Overal en nergens’, mompelt hij, ‘Meer kan ik er niet over zeggen.’ Toen de politie op 6 november een inval deed in de Selwerdflat, was A. in elk geval daar. Net als John, Rutch, en een verboden wapen.

Willens en wetens

De officier van justitie vindt dat de twee mannen Azim A. willens en wetens verborgen hebben, en denkt ook dat ze best wisten van dat wapen. Hij eist voor John V. een celstraf van 5 maanden. Rutch I. moet acht maanden de cel in, vindt hij; hij bedreigde getuige Jordy en indirect ook Tolga K.

Tegen Tolga K. zelf eist de officier drie maanden gevangenisstraf, en tegen Dany A. 6 maanden. De officier gelooft niet dat Tolga en Dany die nacht op de Korreweg alleen maar reddende engelen probeerden te zijn. Van die groepsdruk bij het Hoornsemeer is hij ook niet onder de indruk.

Maar Tolga kwam uit eigen beweging bij de politie om te getuigen. Hij noemde Azim A. als de schutter. Dany deed dat niet, en houdt op dat punt nog steeds zijn kaken op elkaar. Hij is bang. ‘Ik heb een vader, een moeder en een zusje.’

21 September 2018 | 24-9-2018, 16:49
Advertentie