Fikkie stoken voor de wetenschap

Studenten archeologie bouwen hun eigen haardkuil

Fikkie stoken voor de wetenschap

Bij archeologische opgravingen worden regelmatig haardkuilen uit de middensteentijd gevonden. Wat was het doel van die kuilen? Studenten bouwden er eentje na om dat uit te testen.
Paulien Plat

Op een druilige vrijdagochtend staan drie archeologiestudenten bij elkaar op een stuk grasland nabij het Hunebedcentrum in Borger. De druppels tikken zachtjes op hun regenjassen. De drie zijn bewapend met scheppen, bijlen en een heleboel hout. Het plan? Fikkie stoken in naam van de archeologie.

Dit is de Werkgroep Experimentele Archeologie Groningen (WEAG), in januari opgericht door de studievereniging archeologie Bachur. De studenten willen uitzoeken wat de functie was van de haardkuilen uit de middensteentijd – de periode na het aflopen van de laatste ijstijd rond 10.500 v.Chr. – die archeologen regelmatig aantreffen. Werden ze gebruikt om vuursteen in te prepareren, fungeerden ze als een soort van prehistorische barbecue of werd er teer in gemaakt?

Teer

Dat laatste, denkt de werkgroep. In veel van de kuilen zijn namelijk resten van dennenteer gevonden. Teer werd teer destijds gebruikt om visnetten en boten te verstevigen, legt Jochem Dorrestein uit terwijl hij een gat in de grond graaft. Hij is de initiatiefnemer van WEAG. ‘Of als middeltje om op te kauwen tegen tandpijn.’ Het antibacteriële goedje wordt in de Turkse streek Anatolië nog steeds gebruikt tegen oorpijn en om wonden mee in te smeren, weet hij.

Met het experiment willen de studenten uitzoeken hoe je teer maakt en of het überhaupt mogelijk is om teer in een haardkuil te maken. ‘Het begint gewoon met wat aankloten’, zegt Jochem. ‘In de hoop dat het uiteindelijk wel wat wordt, natuurlijk.’

Het is niet de eerste keer dat ze op deze manier onderzoek doen. ‘In de zomer hebben we ook al hutten gebouwd en gerst gedroogd om bier van te brouwen.’

Het begint gewoon met wat aankloten, in de hoop dat het iets wordt

In de kuil die Jochem gegraven heeft moet dennenhout komen. ‘Ik ben hier om te hakken, niet om na te denken!’ roept Sandra Coenen, terwijl ze haar bijl in een stuk dennenhout slaat. De kleine stukjes worden onderin neergelegd. ‘Dit fungeert als een soort van zeef’, legt Jochem uit. ‘Zo kan het teer van de kolen gescheiden worden.’ Daar bovenop komen nog meer stukken hout, rechtopstaand ‘als een bos bloemen’.

Grassprieten en zoden sluiten de kuil af, zodat er een vuurtje op gestookt kan worden. ‘Flink hoog’, roept Jochem, terwijl hij tegen het net aangestoken hout blaast. Sandra knikt instemmend. ‘Scheveningen 2.0’, lacht ze.

Ondanks het natte weer wil het vuur goed branden, al zijn de studenten zelf wel flink doorweekt. ‘Zullen we maar even de regendans doen?’ stelt Jochem voor. De studenten beginnen enthousiast met scheppen op de grond te slaan.

750 graden

Na een tijdje – de regen is niet opgeklaard – meten ze de temperatuur van het vuur met een laserthermometer. ‘Gewoon richten en schieten’, zegt Jochem tegen Sandra. Bijna 750 graden blijkt het vuur te zijn. Maar de hitte moet door de graszoden heen om teer te produceren. Binnen in de kuil moet het tussen de 300 en 400 graden worden. En of dat gelukt is, weten ze pas als ze het vuur doven.

Nu is het een kwestie van wachten en af en toe een houtje op het vuur gooien. De doorweekte jassen en broeken worden bij het vuur gedroogd, de verkleumde handen worden opgewarmd.

Zo, hier is het vuur 270 graden

Een paar uur later is het zover. Jochem steekt zijn schep in de smeulende zoden en wipt een stuk omhoog. ‘Zo, hier is het 270 graden’, roept hij, de laserthermometer op de kuil gericht. Maar dat is nog te koel, en dus is er geen teer in de kuil te bekennen.

Toch heeft de werkgroep vooruitgang geboekt. ‘De vorige keer kwamen we maar tot 100 graden. De volgende keer gaat het misschien wel lukken’, zegt Jochem. Dan gaan ze het vuur nog langer opstoken. Voor nu ruimen ze het experiment op. De houtjes worden netjes opgestapeld, de smeulende kuil met zand bedekt. Op naar huis, daar wacht een warme douche. Volgende keer beter.

07 October 2019 | 9-10-2019, 17:47