Evaluatiepijn

Ze was zo’n meisje dat een bloemetje maakte van de letter i. Nee, niet alleen in haar poëziealbum en de ansichtkaarten aan vriendinnen, maar ook in haar tentamens.
Door Gerrit Breeuwsma

Ik vond dat wel een beetje een afknapper, zoals je vroeger in de trein naar een mooi meisje zat te kijken en helemaal wegdroomde van een lang en gelukkig leven, totdat ze opstond om uit te stappen op het station van een regenachtig Meppel en je zag dat ze een mandje droeg waarin je het kopje van een zenuwachtige marmot ontwaarde. Nee, ze kon nog zo mooi zijn, maar de ontluikende verliefdheid werd in de kiem gesmoord bij de voorstelling van een leven met een marmot in Meppel.

Ze had weken lang vooraan in de collegezaal gezeten en steeds allerliefst naar me gekeken en me toegeknikt als ik een toelichting gaf bij een slide. Ik heb het hier, voor alle duidelijkheid, over een tijd dat je die slides nog op een overheadprojector moest leggen. Dat was op zich al een zenuwslopende bezigheid. Ze lagen altijd in de verkeerde volgorde, op de kop of omgekeerd en waren bij voorkeur onleesbaar.

Als ik eens probeerde grappig uit de hoek te komen, produceerde zij een betoverende glimlach en eigenlijk straalde haar hele wezen één grote bevestiging van mijn bestaan uit en dat liet me eerlijk gezegd niet onberoerd. Als beginnend docent was ik blij met elke blijk van waardering en nu kreeg ik zomaar een overdosis in de schoot geworpen. In het begin bracht dat me wel in verlegenheid, maar na een paar keer merkte ik dat ik blij was dat ze er weer zat en tegen het eind had ik er alleen voor haar nog wel een semester aan vast willen knopen.

Toen ik haar tentamen nakeek, steeg er een heel veldboeket op uit haar zwierige handschrift en als ik even mijn ogen dicht deed, verbeeldde ik me zelfs dat ik ze kon ruiken. Ook in haar naam zat een i en u mag het wijden aan een overspannen geest (je had destijds ook al werkdruk), maar het leek wel een bruidsboeket. Jammer alleen dat haar antwoorden nergens op sloegen; ook nadat ik alle punten voor de zekerheid nog eens bij elkaar optelde, lukte het me niet om boven een vier uit te komen (ik had haar al een punt cadeau gegeven voor de bloemenpracht).

Nadat ik de tentamens had nagekeken, bladerde ik door de evaluatieformulieren, waarbij ik aandachtig de geschreven commentaren las. Dat is niet altijd een onverdeeld genoegen en vooral voor een prille docent kan het behoorlijk verwarrend zijn. De een vindt je colleges interessant, een ander vindt je een ‘enthousiaste docent’, maar dat weerhoudt weer anderen er niet van om je colleges ‘saai en langdradig’ te vinden, of je onder de neus te wrijven dat ze ‘diepgang missen’.

Ook over het tentamen bestaan veelal grote meningsverschillen. Sommige respondenten vinden het een goede afspiegeling van de stof, anderen veel te moeilijk. En steevast is er de klacht dat je vragen over de hoorcolleges durfde te stellen, terwijl die niet eens verplicht zijn! Nee, maar het is ook niet verplicht het boek te lezen (en sommige studenten doen dat dan ook niet); het is zelfs niet verplicht om de studie te doen (daar hebben ze nooit van terug).

De evaluatieformulieren zijn natuurlijk anoniem, maar haar bloemetjeshandschrift herkende ik onmiddellijk. Ze had de ruimte voor commentaar maximaal benut en ik kan niet ontkennen dat ik erg nieuwsgierig was naar haar opmerkingen. Laat ik er maar kort over zijn: er bleef niet veel van me over. ‘De docent’, schreef ze heel afstandelijk, ‘kan geen college geven en zou er verstandiger aan doen eerst zelf les te gaan nemen’. Tja.

Maar goed, in de loop der jaren heb ik mezelf dankzij de evaluaties leren kennen als een saaie enthousiaste docent, met saaie interessante colleges en veel te moeilijke representatieve tentamens. Daar kan ik wel wat mee, al weet ik zo gauw niet wat.

Op het instituut kwam ik de studente later nog wel eens tegen en dan lachte ze weer allerliefst naar me. Ik probeerde dan terug te lachen, maar het was, laten we maar zeggen, als een docent met evaluatiepijn.

07 March 2018 | 7-3-2018, 10:29