Eenzaamheid

Foto Reyer Boxem

Eenzaamheid

De ene mens lijdt onder corona-eenzaamheid, de ander blijkt zonder het te weten al jarenlang coronaproof te zijn. Drie keer raden in welke categorie columnist Gerrit Breeuwsma valt.
Door Gerrit Breeuwsma
13 mei om 8:53 uur.
Laatst gewijzigd op 13 mei 2020
om 11:16 uur.
mei 13 at 8:53 AM.
Last modified on mei 13, 2020
at 11:16 AM.

Toen de coronamaatregelen werden afgekondigd, moesten wij thuis ons sociale leven ook herschikken. Daarmee kwam al snel een scherpe tweedeling in het gezin aan het licht, waarbij de ene helft zich sterk beknot voelt door alle opgelegde beperkingen, terwijl de andere, zonder het te weten, al jaren coronaproof leeft en zich daar best senang bij voelt.

Onze jongste zoon zag zijn centraal eindexamen aan zich voorbijgaan. Niet erg, maar samen met het eindexamen zouden ook de feestelijkheden daar omheen vervallen en dat was doodzonde. Ook de vliegvakantie die hij met klasgenoten had geboekt, kon niet doorgaan.

En dat hij het kort voor de corona had uitgemaakt met zijn vriendinnetje, vindt hij nu een onvergeeflijke stommiteit. ‘Ik zit in de bloei van mijn leven: hoe kom ik nu aan een vriendin?’ zei hij niet zonder gevoel voor dramatiek. ‘Jij hebt tenminste een vrouw’, zei hij met iets van een verwijt, alsof hij alsnog zijn oedipuscomplex in de strijd wilde gooien.

Of mijn vrouw nog in de bloei van haar leven zit, laat ik wijselijk in het midden, maar ook zij heeft de sociale broekriem flink moeten aanhalen. Hoewel ze ons op het hart drukt voorzichtig te leven, zie ik haar allemaal uitvluchten bedenken waarom zij toch even van huis mag.

Nee, zij hebben het niet makkelijk.

De oudste heeft daarentegen amper onder de restricties te lijden. Hij zit dagelijks uren op zijn racefiets. In de zomer moet hij kilometers maken om op het winterijs over voldoende duurvermogen te kunnen beschikken. Het enige verschil is dat hij nu alleen moet trainen. Hij vindt het geen probleem.

Ik snap wat hij bedoelt: alleen is geen probleem.

‘Sociaal ben je niet zo sterk,’ zegt mijn vrouw wel eens gekscherend, ‘maar gelukkig heb je mij.’ En dan lach ik maar wat, al verdenk ik haar ervan dat ze het meent. Toch lijk ik nu beter toegerust voor een lockdown.

Wie weet groeit er een generatie op met een goed ontwikkeld vermogen om alleen te kunnen zijn

Veel psychologen en psychotherapeuten zien het vermogen om sociale relaties aan te gaan als een belangrijk criterium voor psychologische gezondheid en volwassenheid. Waar het niet lukt, wordt al snel de link gelegd met allerlei problemen, met eenzaamheid als gevolg.

Eenzaamheid heeft een slechte reputatie, hetzij als een sociale kwaal van een doorgeschoten geïndividualiseerde samenleving dan wel als gevolg van een persoonlijk onvermogen; een ziekte, die gepaard gaat met pijn en stress en sporen achterlaat in de hersenen.

Een van de weinigen die een positieve betekenis heeft gegeven aan alleen zijn is de psychoanalyticus Donald Winnicott. In 1958 schreef hij een klassiek artikel: The capacity to be alone. Daarin stelt hij dat jonge kinderen vanuit een vertrouwde band met hun moeder het vermogen om alleen te zijn kunnen ontwikkelen.

Winnicott denkt dat het essentieel is voor de ontwikkeling van een gevoel van eigenheid en zelfervaring, om zo zicht te kunnen krijgen op je wezenlijke behoeften, gevoelens en drijfveren: ‘Alleen als het alleen is [kan] het kind zijn persoonlijke leven ontdekken’. Het kind moet daar dan echter wel de gelegenheid toe krijgen, en niet, zoals zo vaak het geval is, voortdurend uit zijn staat van alleen zijn gehaald worden.

De Britse psychiater Anthony Storr heeft dit later uitgewerkt. Hij beschouwt het vermogen tot alleen zijn als een belangrijke voorwaarde voor creativiteit en verbeelding en geeft tal van voorbeelden van kunstenaars en wetenschappers die vanuit dat vermogen tot grote dingen kwamen.

We zijn geneigd om vooral de negatieve gevolgen van de coronacrisis te benadrukken, maar wie weet groeit er ondertussen wel een generatie op die later de vruchten plukt van een goed ontwikkeld vermogen om alleen te kunnen zijn.

Voor nu kunnen we er maar beter aan wennen.