Duisenberg: meer geld nodig voor hoger onderwijs

Er moet veel meer geld komen voor hoger onderwijs. ‘De buitenlijnen van het veld zijn te krap’, zegt VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg in een gesprek met de universiteitsraad van de RUG.
Door Thereza Langeler

Duisenberg, die sinds oktober voorzitter is van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), doet alle Nederlandse universiteiten aan voor een kennismaking. Maandag was Groningen aan de beurt.

Tussen één en twee uur ’s middags praatte Duisenberg met leden van de universiteitsraad over ‘discussies die op alle universiteiten spelen’. Volgens Duisenberg zijn die discussies in vier categorieën in te delen: de rol van universiteiten bij ‘maatschappelijke uitdagingen’, de veranderingen in het hoger onderwijs zoals digitalisering en internationalisering, de financiering van universiteiten en de hoge werkdruk.

Het was een gesprek achter gesloten deuren – zelfs het college van bestuur mocht er niet bij zijn – maar geïnteresseerden konden kiezen uit twee livestreams om mee te kijken. De RUG zelf verzorgde een videoverbinding en studentenraadsfractie DAG zond het gesprek live uit op Facebook. DAG bood volgers ook de mogelijkheid om vragen voor Duisenberg door te geven.

Eelco Runia

Vragen kreeg hij genoeg, meer eigenlijk dan hij in een uur kon beantwoorden. Over geschiedenisdocent Eelco Runia (‘Ik vind dat hij herkenbare punten aandraagt’), over internationalisering (‘Niets móét, maar er zijn wel heel veel redenen om voor een internationale aanpak te kiezen’) en over werkdruk (‘We gaan kijken of er dingen zijn die we gemeenschappelijk kunnen oppakken’).

Zelf vindt Duisenberg het belangrijk dat er meer geld komt voor het hoger onderwijs. ‘Dat is het grootste probleem met de huidige financiering: de buitenlijnen van het veld zijn te krap’, stelt hij.

Prestatieafspraken

De VSNU is ook niet blij met de prestatieafspraken die verbonden zijn aan de studievoorschotmiddelen: geld dat voorheen gestoken werd in studiebeurzen, maar nu rechtstreeks naar universiteiten gaat. Die moeten dat geld gebruiken om hun onderwijskwaliteit te verbeteren. Kan een instelling zo’n verbetering niet aantonen, dan riskeert ze financiële consequenties.

‘Wij hebben bepleit: géén nieuwe prestatieafspraken, maar ze staan nu wel in het regeerakkoord. Daar kunnen we niets meer aan veranderen’, zegt Duisenberg. Hij vindt het wel een goede zaak dat die afspraken lokaal gemaakt kunnen worden. ‘Alleen binnen de instelling. En er komen geen top-downindicatoren waar alle universiteiten zich aan moeten houden.’

12 February 2018 | 15-2-2018, 13:19