Dertig hokjes met gezichten zijn nog geen groep

Online onderwijs

Opinie: Dertig hokjes met gezichten zijn nog geen groep

Voor de coronacrisis leek online onderwijs de toekomst. Maar we weten nu wel beter. Online en hybride onderwijs halen niet de kwaliteit waar we op hoopten, betoogt de Young Academy Groningen.
Door Lisa Herzog, Hanna van Loo en Han Thomas Adriaenssen
11 november om 10:18 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:22 uur.
november 11 at 10:18 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:22 PM.

Op vrijdag 2 oktober lieten studenten in Amsterdam in een protest hun onvrede blijken met hun online onderwijs. In september verzuchtte een Groningse studente in UKrant dat ze ‘niet kan wachten tot alles weer normaal wordt’ en in Dagblad van het Noorden sprak een woordvoerder van de Groningse studentenbond zijn bezorgdheid uit over de kwaliteit van onderwijs nu veel colleges noodgedwongen online plaatsvinden. Dit academisch jaar brengt voor veel studenten niet wat ze ervan gehoopt en verwacht hadden.

Wij delen de zorgen van deze studenten. Docenten en ondersteunende staf doen hun best, maar ondanks alle inspanningen is het moeilijk de kwaliteit van onderwijs te bieden die we zouden willen bieden. Online colleges zijn vermoeiend om te geven en te volgen, en de opluchting van studenten wanneer een seminar toch in person plaatsvindt is goed navoelbaar. Tijdens hybride colleges blijkt het lastig de online aanwezige studenten net zo goed te bedienen en te betrekken bij het college als hun fysiek aanwezige medestudenten.

Hoe komt dit? Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn: door de techniek. Maar dit antwoord is te simpel. Programma’s als Blackboard en Google Meet bieden veel functionaliteiten, en na de nodige opstartproblemen lijken de meeste studenten en docenten hun weg in deze platforms gevonden te hebben. Dus waarom haalt online of hybride onderwijs dan toch niet de kwaliteit waar we op hopen? Als docenten zien we een aantal verklaringen.

Online colleges zijn vermoeiend om te geven en te volgen

Ten eerste: Docenten en studenten missen informatie uit non-verbale communicatie. Zelfs wanneer iedereen zijn of haar camera aan heeft staan, missen we als docenten veel informatie die we normaal wel zouden hebben. Waar we normaal gesproken ons tempo zouden aanpassen op grond van verbale en non-verbale communicatie, de houding van studenten en sfeer in de collegezaal, tasten we nu meer in het duister. Ga ik te snel, of juist te langzaam? Is wat ik vertel te moeilijk, of juist te eenvoudig? Enzovoorts.

Ten tweede: Interactie tijdens een college komt het best op gang wanneer studenten zich veilig voelen om kritische vragen te stellen. Hiervoor is een vertrouwensband nodig tussen docent en student, en tussen studenten onderling. Die is lastig op te bouwen wanneer iedereen in zijn of haar eigen kamer zit.

Een schijnbaar domme vraag kan een perfecte inleiding tot een nieuw concept of interessant probleem blijken te zijn. Maar waar het sowieso al spannend is een vraag te stellen waar je niet helemaal zeker over bent, wordt dat er niet makkelijker op wanneer je maar in beperkte mate kan zien hoe je vraag valt bij je medestudenten.

Ten derde: het succes van een hoor- of werkcollege wordt mede bepaald door de groepsdynamiek in een collegezaal. In een goed hoor- of werkcollege lokt de ene vraag de andere uit, tillen studenten elkaar met hun input naar een hoger plan, en ontstaat het gevoel gezamenlijk aan een probleem te werken.

Het succes van een hoor- of werkcollege wordt mede bepaald door de groepsdynamiek

Natuurlijk lukt dat lang niet altijd. Maar online is dit wel bijzonder lastig te bereiken. Dertig vierkante hokken met gezichten erin op een scherm zijn nog geen groep. Het gevoel met zijn allen deel uit te maken van een academische gemeenschap ontstaat sowieso maar mondjesmaat wanneer we elkaar tijdens de pauzes niet spreken, en er geen ruimte is voor spontane gesprekken en ontmoetingen in de gebouwen en kantines.

Ten vierde: Het is vaak makkelijker om je ergens op te concentreren wanneer de mensen om je heen dat ook doen. Wie alleen achter zijn of haar laptop een college aan het volgen is, is echter op zichzelf aangewezen. Iets vergelijkbaars geldt voor docenten: voor een zaal met studenten is het moeilijk met je gedachten af te dwalen. In je eentje achter een scherm is het lastiger om scherp en geïnspireerd te blijven – zeker wanneer Blackboard je scherm vult met je eigen PowerPoint.

Hoe nu verder? Hier moeten we een onderscheid maken tussen de korte en lange termijn. Op de korte termijn zal het vermoedelijk nog lastig zijn op een veilige manier op grote schaal in person onderwijs te organiseren. Onderwijs zal voor een groot deel nog online blijven plaatsvinden. Voor de langere termijn zien we drie punten.

De RUG moet streven om, zodra dat veilig kan, terug te keren naar maart 2020

Ten eerste: Zoals van elke ervaring, zullen we ook van de ervaringen van de afgelopen maanden willen leren. Misschien hebben we platforms ontdekt die we zullen willen blijven gebruiken, bijvoorbeeld om samen te werken met collega’s in het buitenland.

Ten tweede: We moeten niet naïef zijn over de mate waarin ICT in person onderwijs kan vervangen. Misschien dachten we ooit dat online onderwijs de toekomst had. In de praktijk blijkt het moeilijk online of hybride de kwaliteit te bieden die we willen. Zowel studenten als docenten missen bovendien het persoonlijk contact.

Ten derde: het streven van de RUG moet zijn om, zodra dat veilig kan, terug te keren naar (een versie van) wat normaal was tot maart 2020. Dat zal misschien niet makkelijk zijn. Maar wat het afgelopen half jaar ons geleerd heeft, is dat een in person model, waarbij onderwijs gefundeerd is op persoonlijke interactie studenten tussen studenten en docenten, de moeite en inspanning meer dan waard is.

Lisa Herzog, Hanna van Loo en Han Thomas Adriaenssen zijn lid van de Young Academy Groningen (YAG) en hebben deze bijdrage namens de YAG geschreven.

English